Al die verschillende verzamelingen van geschriften die gevonden zijn aan de kusten v/d [Dode] Zoutzee kun je samenvatten onder de aanduiding 'handschriften v/d Dode Zee', maar elk daarvan bezit 'n eigen
karakter & de teksten die daarin zijn ondergebracht, stammen uit heel verschillende tijden. De papyri van
Samaria zijn doorgaans gedateerde officiele documenten uit de vierde eeuw VC. De handschriften van de
nederzettingen bij Qumran & Metsada zijn afkomstig uit de tijd voorafgaande aan de verwoesting van die beide plaatsen gedurende de grote opstand tegen de Romeinen in de eerste eeuw NC. Hoewel de paleo-grafische datering en de inhoud v/d handschriften uit beide verzamelingen op elkaar aansluiten en beide
een zo karateristiek geschrift als de Liederen v/h Sjabatsoffer gemeen hebben, vereist de archeologische
en hstorische context v/d ontdekkingen van Qumran en Metsada toch van twee verschillende collecties te
spreken. De handschriften uit Muraba'at, Nachal Hever, Wadi Seiyal & Nachal Misjmar vinden, ondanks het
feit dat zij zo nu & dan resten uit vroegere tijd bevatten, in meerderheid hun plaats i/h kader v/d opstand
onder Bar Kochba & staan in directe relatie met hem. Deze verzamelingen kunnen we beschouwen als een
enkele collectie, zowel naar inhoud als naar herkomst/datering. De handschriften uit Chirbet Mird vormen vanwege hun christelijk karakter, hun late ontstaanstijd & hun herkomst duidelijk 'n verzameling op zich.
Mij interesseren vooral de handschriften die i/d omgeving van Qumran zijn ontdekt: zij vormen ongetwij-feld de meest omvangrijke, gevarieerde & belangwekkende verzameling van 'handschriften v/d Zoutzee'!
Het is ook vaak heel duidelijk 'verzetsliteratuur' tegen vreemde heidense overheersing,
afgodendienst en onderdrukking van eigenheid.
Want ontzagwekkend is, wat ik met jullie doe {EX 34:10!}.
Onderhoud al wat ik je heden gebied: zie, voor jullie uit verdrijf ik [...]
{EX 34:11!}.
Neem je in acht fat je geen verbond sluit met de inwoners van het land tot wie je gaat,
opdat zij niet tot een valstrik in jullie midden worden
...
{EX 34:12!}.
Integendeel, hun gewijde palen zul je moeten omhouwen {EX 34:13!}
en de gesneden beelden van hun goden verbranden met vuur {DEUT 7:25!}:
NIET
zul je 't zilver & goud begeren!
NIET
zul je 't van hem aannemen & het niet brengen als gruwel naar jouw huis {!},
zodat je zou komen onder de ban zoals hij; je zult het ten sterkste verfoeien en verafschuwen,
want het ligt onder de ban {DEUT 7:26!}.
JIJ
zult je
NIET
neerbuigen voor een andere god, want
"YHWH",
wiens naam [ook]
"Naijverige"
is, is een naijverig G d {EX 34:14!}.
Neem je in acht dat je geen verbond sluit met de inwoners van het land; wanneer
zij overspelig hun goden nalopen & aan hun goden offeren, dan zouden zij jullie uitnodigen
& je zou van hun slachtoffer eten {EX 34:15!}.
Wanneer jij van hun dochters voor jouw zonen neemt en hun dochters haar goden overspelig nalopen, dan zouden zij tevens jullie zonen verlijden tot overspelig nalopen van
haar goden {EX 34:16!}.
{34:4} WAYASJKEEM MOSJEH VABOKER WAYA'AL EL-HAR SINAI KA'ASJER TSIWAH
YAHWEH OTO WAYEEKACH BEYDO SJNEI LOECHOT AVANIEM; WAYEERED YHWH BEANAN WAYITYATSEEV IMO
SJAM WAYIKARA VESJEEM YHWH; WAYA'AVOR YHWH AL-PANAW WAYIKRA YHWH YHWH EEL RACHOEM WE-CHANOEN ERECH APAYIEM WERAV-CHSED WE'EMET; NOTSEER CHESED LA'ALAFIEM NOSEE AWIEN WEFESJA WWCHATA'AH WENAKEEH LO YENAKEH POKEED AWON AVOT AL-BANIEM WEAL-BNEI VANIEM AL-SJLEESJIET WEAL-RIBEEIET;
{34:1} De eeuwige zei tegen Mosjeh:
'Hak twee stenen platen uit, gelijk aan de vorige.
Dan zal ik op die platen de geboden schrijven die ook op de eerste stonden, die jij stukgegooid hebt! Morgenvroeg moet je gereed zijn, want dan moet je de Sinai op gaan! Kom daar, op de top van de berg, bij mij. Laat niemand met je mee naar boven gaan [toen ik daar liftend aankwam in 't voorjaar van '70 was ik snipverkouden & bleef beneden terwijl de anderen naar boven gingen],
op de hele berg mag niemand te zien zijn, en ook de schapen, geiten
en runderen mogen niet in de nabijheid
van de berg
grazen!'
Mosjeh
hakte twee stenen platen uit,
net als de vorige, en 's morgens ging hij in alle vroegte de Sinai op,
zoals de eeuwige hem had opgedragen. De twee stenen platen droeg hij bij zich.
De eeuwige daalde neer in een wolk, hij kwam naast Mosjeh staan en riep de naam van de eeuwige uit:
"YAHWEH! YAHWEH! Een g d die liefdevol is en genadig, geduldig, trouw en waarachtig, die schuld, mis-daad en zonde vergeeft, maar niet alles ongestraft laat
en voor de schuld van de ouders de kinderen
en kleinkinderen laat boeten, en ook
het derde geslacht en
het vierde!"
