'T is waar, dat heidensche gewoontens geen zinbeelden konnen! zijn, van 't geestlijk Koninkrijk des Heilands: maar 't is ook waar, dat 'er wel kan op gezinspeelt worden. Ook vind men 't zelfde gebruik
van VREDE-AANBIEDING door "G d" zelven, den aalouden ISRAELITEN uitdruklijk voorgeschreven: want in alle belegeringen van steden, zelfs van de 7. volkeren der KANANITEN, moesten zy eerst den stedelingen VREDE UITROEPEN, of aanbieden, maar verwierpen zy dien, dan mogten zy eerst geweld gebruiken, en moesten AL, WAT MANLIJK WAS, MET DE SCHERPTE DES ZWAARDS SLAAN. Als "G d" na den zondvloed, de
wateren deed zakken, en de aarde bewoonbaar maakte, als te vooren, kwam de uitgezondene duive net
een OLIJFBLAD weder naar de arke, daar het gantsch menschlijk geslacht in besloten was.
Nu JC de nieuwe hemelen, en nieuwe aarde zal scheppen, waar in de GERECHTIGHEID zal wonen, die hy zelf heeft aangebragt, kan hy nergens beter daar van eenen aanvang maken, als op den OLIJFBERG, bezet met altijd groene olijfboomen. Om niet te zeggen, dat de JOODEN zelve dit schijnen als in het schemerlicht gezien te hebben, als zy zeiden; de SJECHINA of "G dlijke inwoning", die de Christos, en niemant anders is, ZAL DRIE JAAREN, EN EEN HALF OP DEN OLIJFBERG STAAN, EN UITROEPEN: ZOEKT DEN HEERE, TERWIJL HY TE VINDEN IS, ROEPT HEM AAN, TERWIJL HY NA BY IS.
De altijd-durende groenheid der OLIJFTAKKEN was eene reden, waarom die op de graaven der dooden, als zinbeelden, dat zy nu allen arbeid te boven, en overwinnaars des doods waren, gebruikt wierden.
Maar Christos had niet alleen den dood in 't graf den doodsteek gegeven, hy was nu opgestaan, en zal in 't midden der OLIJFTAKKEN in zegepraal opvaren. Andere zinbeelden der OLIJVEN gaan wy voorbedacht-lijk voorby: als dat men die gebruikte, om de NEDRIGHEID, ZACHTMOEDIGHEID, HULPZAAMHEID, GENADE,
en andere deugden te verbeelden, en merken alleen aan, dat de bergstreek nader word aangewezen door de benaaminge van BETHANIEN! Dit was een vlek, of gehuchte, omtrent eene SJABBAT-REIZE, of 2000. schreden van Yeroesjalayiem af. Niet, dat de OLIJFBERG, zo VERRE van de stad af ware, als zommigen willen, want die begon 5. stadien, en dus wel DRIE nader van Yeroesjalayiem: noch ook, dat Christos uit het vlek zelf opvoer, maar in en van die streek, die zo genaamd is geweest, daar de nadere
by de Stad, BETHFAGE, wegens de VYGEBOOMEN, die hier stonden, geheten wierd.
Maar de plaats, daar JC zal opvaren, is eene SJABBAT-REIZE van de stad, en waarschijnlijk dezelve, daar de merkpaal van de SJABBAT-REIZE stond. Hier van daan, had hy nog onlangs die juichende intrede, binnen Yeroesjalayiem gedaan, als hy RIJDENDE OP HET VEULEN EENER EZELINNE, volgens den Profeet, van het volk volvrolijk ingehaalt, en met dit vreugdgeschal begroet wierd: HOSANNA! HOSANNA! GEZEGEND
IS HY, DIE KOMT IN DEN NAAME DES HEEREN, HOSANNA IN DE HOOGSTE HEMELEN! Want Markus zegt uit-druklijk, dat de twee afgezondene Discipelen het veulen vonden, buiten aan de WEGSCHEIDINGE; welke geene andere schijnt geweest te zijn, als daar de SJABBAT-REIZE met den gemeenen weg t'zamen liep.
Den weg, dien JC hield naar de stad, wierd met PALMTAKKEN bestroit. Maar of die takken ook HOSANNA
genaamt, en van 't LOOFHUTTEN-FEEST, by deeze gelegendheid ontleend waren, lust ons niet t' onder-zoeken. Maar gaat onze onderstelling aan? Zo konde JC immers geene welvoeglijker plaats, tot zijne ver-heerlijking uitkippen, als daar hy zulk een zichtbaar voorspel gegeven had van zijne heerschappy, en hemelsch Koninkrijk. Want de PROFEET, die dit voorzien en voorzegt had, noemde dien grooten Koning,
MESSIAS, nadruklijk ARM, tot bewijs, dat zijn rijk niet van deeze weereld, maar hemelsch zoude zijn.
En wie kan zich die SJABBAT-REIZE begrijpen, daar JC de aarde verlaat, en niet aanstonds erkennen, dat hy den Sjabbat der Jooden zoud gaan verwisselen in een eeuwige Sjabbat, hier aanvankelijk, en hier boven volmaaktlijk?
Daarom zeide hy:
KOMT ALLEN TOT MY, DIE VERMOEID EN BELAST ZIJT,
EN IK ZAL U RUST GEVEN.
Buiten
YEHOSJOEA
{'g d' ALLEEN KAN REDDEN!}
is 'er geene rust, en in hem alleen is
VREDE, BLIJDSCHAP, & GERECHTIGHEID
door den H.Geest.
En wie
kan daar aan twijfelen,
die YESJOEA ziet de
HANDEN OPHEFFEN NAAR DEN HEMEL?
Is 't niet, of hy zeggen wilde?
DAAR BOVEN IS DE VERZADINGE
DER VREUGDE, AAN
G DS RECHTER-
HAND!
Daar
boven heb
ik u plaatzen
toebereid: daar boven moet
ik als Koning
heerschen.
Daar
boven is
uw borgerschap; daar
boven, in 't huis mijns Vaders,
zijn veele woningen;
daar ga ik heenen,
en zal u
tot my
nemen.
VADER,
IK WIL,
DAT DAAR IK
BEN, OOK DIE GEENEN
ZIJN, DIE GY
MY GEGEVEN
HEBT
