bij wijze van spreken schrijven en doen
*
Tijdens
dit laatste bezoek
eten de boeddha en enige van zijn naaste volgelingen
de door Chunda vervaardigde delicatessen,
waaronder het gerecht sukara-maddava.
Over de juiste aard van dit gerecht
is er onder boeddhisten enige controverse ontstaan.
Het betekent zoiets als een exclusief gerecht van het vlees
van een everzwijn.
Maar volgens vele boeddhisten is het ondenkbaar dat de boeddha
vlees gegeten zou hebben.
Een orthodoxe boeddhist is meestal vegetarier en het eten van vlees
is volgens hen alleen maar toegestaan als het dier in kwestie
niet speciaal voor de boeddhisthische gast geslacht is.
Daarom gaat het volgens alternatieve lezingen vaak om een ander gerecht,
bijvoorbeeld om een maaltijd bereid van paddestoelen die op een speciale,
door wilde zwijnen bezochte plek in het oerwoud
geoogst zijn ...
De boeddha staat erop
dat deze schotel alleen voor hem opgediend wordt.
Zijn metgezellen dienen iets anders geserveerd te krijgen.
Wat er van het gerecht overblijft, moet begraven worden,
omdat alleen de Tathagata dergelijke kost
kan verstouwen!
Waarschijnlijk
gaat het hier weer
om een symbolisch op te vatten passage,
waarvan de werkelijke betekenis slechts een enkeling gegund is?
NA het eten van deze maaltijd wordt de boeddha ziek
en lijdt hij hevige pijnen die hij zonder klagen verdraagt:
het kan dus zijn dat er sprake was van voedselvergiftiging
want bijna alle rondzwervende bedelmonniken leden aan maag- en darmkwalen.
Het eten dat hun geschonken werd was lang niet altijd van de beste kwaliteit.
Ziek als hij is begeeft de boeddha zich
weer op pad.
Hij draagt Ananda op om Chunda,
mocht die later overstuur worden als hij verneemt
dat de Meester doodziek geworden is van de maaltijd
waar hij hem op vergast heeft, gerust te stellen.
HOE 'het' ook zij, degene die de boeddha de laatste maaltijd aanbiedt
voorafgaand aan diens ingaan in het paranirvana,
verricht een heilzame daad.
Deze daad zal, net zo goed als het aanbieden van het gerecht dat de boeddha at
voor het bereiken van zijn verlichting onder de Bodhiboom,
in toekomstige levens positieve effecten hebben
voor de gulle gever?
Het nirvana,
wat letterlijk 'het uitgedoofd zijn' betekent,
is de staat van verlossing waarin de boeddha al leeft sinds zijn ontwaken.
Sinds die tijd zijn al zijn begeertes onderdrukt of uitgeblust, nirodha,
en al zijn hartstochten
beteugeld!
Alle voorwaarden van een nieuwe cyclus voor geboorte en lijden
zijn daarom vanaf dat tijdstip opgeheven ...
Maar er is nog wel sprake van een 'energieresidu',
zijn aardse leven is nog niet voorbij.
Dus in de staat van nirvana leeft de boeddha zijn leven totdat dit residu uitgeput is,
totdat de sterfelijke resten afgelegd worden.
DIT is het stervensuur,
HET moment van ingaan in het paranirvana,
waarop de boeddha zich NU
voorbereidt.
Tegen de avond bereikt de boeddha het eindpunt van zijn reis.
Tussen twee bomen vlijt hij zich neer in een speciale boeddhahouding,
liggend op zijn rechterzij,
de rechterhand die het moede maar nog altijd waakzame hoofd
vol zelfbeheersing ondersteunt,
en met zijn ene been over het andere geslagen.
WEER is het de vollemaansnacht van Vesakhai.
Ananda informeert wat ze met de stoffelijke resten van de boeddha moeten doen.
De Meester antwoordt dat ze zich DAAR niet druk over moeten maken.
Hun ijver moeten ze aanwenden voor hun EIGEN spirituele ontwikkeling.
Vrome leken zullen zich wel bekommeren over
zijn overblijfselen.
De leiders van de lokale stammen
betuigen de boeddha hun laatste eer en een rondzwervende asceet, Subhadda,
verzoekt dringend om een audientie.
Ananda wil hem afpoeieren, maar zijn meester laat zich de kans
om NOG iemand het heilspad te wijzen
niet ontgaan: na een onderhoud wordt DEZE asceet
zijn laatste discipel.
Vervolgens richt de boeddha zich nogmaals
tot zijn geliefde Ananda, wiens kwaliteiten hij roemt.
Maar de boeddha beseft dat sommigen, waaronder Ananda,
zich verweesd zullen voelen.
Ze moeten beseffen dat de onderrichtingen van de Dharma, de ware leer,
en de vinaya,
de disciplinaire regels voor de monniken,
hun nieuwe meester zullen zijn.
Bovendien is er geen echte reden tot verdriet.
Ananda weet toch wel dat het de aard der dingen is,
dat alles wat geboren wordt, alles wat ter wereld komt,
ook weer sterft en heengaat.
Dat wat ontstaat, moet ook eens vergaan.
"Wat er ook geboren wordt,
geproduceerd wordt, of samengesteld wordt,
het draagt een kiem tot ontbinding in zich ...
Iets anders is niet mogelijk".
DAT geldt voor ALLES, ook voor zijn leer.
De leer van de boeddha zal bloeien,
maar ook veranderen en aan verval onderhevig zijn.
ALLES is veranderlijk!
De boeddha benadrukt dit ook tegen de ander monniken.
En als hij informeert of alles met betrekking tot de leer duidelijk is
en of nog iemand vragen heeft,
dan blijft het stil.
"Welnu,
bhikkhus,
dan spreek ik jullie aan.
Vergankelijk is alles wat voorwaardelijk ontstaat.
Probeert ijverig om jullie doel te bereiken".
DIT zijn zijn laatste woorden.
Of,
volgens
de Suttanipata:
"Het geloof is
de beste rijkdom hier voor de mensen,
door het geloof steekt men
de vloed over.
Misschien
zou je ook kunnen zeggen
dat niet alle geloven bij het boeddhisme [willen] passen,
maar dat boeddha's leer wel
alle geloven
past?
~@~
Asih, man, 81 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende