was de aanwezigheid van zovéél dàgloners èn de dáárméé gepaard gaande armoe een terugkerende zorg? De werkverschaffing was òn-voldoende om aan àlle dagloners wèrk te verschàffen, dus veel daglonergezìnnen waren dan ook op de bedéling aangewezen. Tòt de ìn- voering v/d Àrmenwet in 1854 was bedéling een aangelégenheid v/d kèrken èn particuliere weldadigheidsinstellingen. Voor 't platteland v/d Noordwest-Veluwe betékende dit, bij gebrek aan particuliere organisaties, dat de diaconieën die àrmenzorg òp zich namen. Ná 1854 hadden gemeentebesturen, als Burgerlijk Àrmbestuur, de verplìchting om de bedéling op zich te nemen voor hen die níet door al deze kerken gehòlpen werden! De diaconieën trokken hierop hun handen terug van menige onderstandbehoeftige die géén kerklid was òf die zich niet aan hùn vóórwaarden híeld? Vóór de invoering van de Àrmenwet van 1854 kwam dit incidenteel óók al voor: déze hàndelwijze levert de kerken veel kritiek op van de bùrgerlijke overheid! Zó schreef het gemeentebestuur van Oldebroek in haar verslag van 1849:
"EEN AANTAL HUISGEZINNEN, BEJAARDE & GEBREKKIGE LIEDEN, WERD OP DÍEN GROND MEEDOGENLOOS AAN GEBREK EN ELLENDE OVERGELATEN,"
èn:
"Het ÌS echter zeer te dùchten dat het bij de Diaconie Besturen veldwinnend denkbeeld, dàt zíj bóven àlle burger-lijke wètten verhéven zijn, allengs tot zeer bedroevende resultaten leiden zàl, indien er niet weldra op een krachtige wijze tégen voor-zíen wordt!" In soortgelijke bewoordingen liet burgemeester Vitringa v/d gemeente Ermelo zich in 1858 uit. Vlg. het burgerlijk bestuur van Doornspijk ging het aantal behoeftigen het aantal bedéélden te bóven. Op de diaconale armenverzorging komen we wellicht later & vaker terug: i/d jaarverslagen v/d onderscheidene gemeenten blijkt dat armoede ná 't midden v/d 19e eeuw tóenam: in 't Over-Veluws Weekblad verschenen i/h voorjaar van 1850 diverse ingezonden brieven, waarin gewezen werd o/h teruglopen v/d welvaart vergeleken met de eerste helft v/d eeuw! Tot a/h begin v/d 20e eeuw werden er i/d gemeenteverslagen vermeldingen aangetroffen vàn deze tóe-nemende armoede: 't aantal bedéélden was niet bekend, de diaconieën weigerden veelal een opgave te doen a/d gemeentebesturen!!!
Énige indicaties waren er wèl: 't verslag v/d Staat der Gemeente Doornspijk over 1829 deelde al méé dag éénvíjfde v/d bevolking, van 2208 inwoners, bedééld was! Zo kende de gemeente Oldebroek in 1849 aan 'huiszittende armen' 120 personen die 't gehéle jáár waren bedééld & 340 die 'n déél van díe tijd ondersteuning ontvangen! Wanneer werd onze slavernij ook alweer afgeschaft & gecompenseerd?