*
'verschillen & overeenkomsten'
~*~
TIJDENS
het leven van Yehosjoea
[rond 4 v.Chr. tot ongeveer 30 n.Chr.]
was de politieke situatie in Galilea zo'n beetje hetzelfde
als VOOR de dood van
Herodes [de Gr.] ...
Antipas
bestuurde Galilea zoals zijn vader
een veel grotere staat had bestuurd
en onder dezelfde woorwaarden:
hij betaalde belastingen,
werkte samen met Rome en
handhaafde de openbare
orde.
IN RUIL
daarvoor
werd hij door Rome beschermd
tegen vijandelijke invallen.
Antipas kon op zijn eigen terrein doen wat hij wilde,
zoalng hij de belangrijkste afspraken maar
nakwam?
ZO
sloeg hij
zijn eigen munten -
EEN van de duidelijkste tekenen van
'onafhankelijkheid',
~#!@$@!#~
Antipas hield zich
vrij strikt aan de joodse wetten,
net als zijn vader.
Hij liet WEL
zijn paleis versieren
met afbeeldingen van dieren,
wat door veel joden werd beschouwd
als een overtreding
van het verbod op afgodsbeelden;
wellicht vond Antipas
dat niemand zich moest bemoeien
met wat hij in zijn paleis
deed?
Op zijn munten
kwamen echter alleen maar
agrarische voorstellingen voor
en dat vonden de joden
WEL aanvaardbaar.
Niets
in de bronnen
wijst erop dat Antipas Grieks-Romeinse
gewoonten en instellingen
aan de joodse bevolking heeft willen
OPDRINGEN.
De instellingen
in de steden en dorpen van Galilea
waren door en door joods.
Uit de evangelies kunnen we opmaken
dat er overal synagogen waren.
De scholen waren joods en joodse magistraten
baseerden hun rechtspraak
op de joodse wet ...
Zoals
Herodes
al bij al een
goede koning was,
zo was Antipas een goede tetrarch.
Hij vervulde de voornaamste voorwaarden
voor een succesvol bestuur.
Voor Rome betekende dit dat hij belasting betaalde,
geen onrust duldde onder de burgers
en zijn grenzen verdedigde
[op EEN uitzondering na waar we het
misschien nog wel later
eens een keer over
zullen hebben].
Rome
hoefde dus niet
op te treden in Galilea
en Antipas zorgde ervoor dat de joodse bevolking
en de Romeinse troepen uit elkaar
bleven ...
Josephus
vermeldt geen enkel geval
waarbij Antipas geweld heeft moeten gebruiken
om een opstand te onderdrukken.
Het feit
dat de joodse bevolking
het vrij goed kon vinden met haar bestuurder,
duidt op twee punten.
Eerst
en vooral
laat het vermoeden dat Antipas de joodse wet
niet openlijk negeerde.
Het enige geval
van semi-openbare ongehoorzaamheid,
namelijk de decoratie van zijn paleis,
had wel onaangename gevolgen
toen hij al jaren onttroond
was.
Tijdens
de opstand tegen Rome
vernietigde een joodse bende het paleis
vanwege zijn versieringen.
Het is dus
best wel mogelijk
dat Antipas tijdens zijn regeerperiode
door veel onderdanen werd afgekeurd
omdat hij volgens hen
niet vroom genoeg was,
maar ze kwamen [nog]
niet in opstand ...
DAT er geen revoltes waren,
tootn ook aan dat Antipas niet extreem tiranniek was
en dat hij geen overdreven belastingen geeist heeft
[naar de toen gangbare
normen tenminste]!
Bovendien
organiseerde hij grote bouwprojecten,
net als zijn vader, waardoor de werkloosheid daalde.
De mensen van Galilea die in Yesjoea's tijd leefden,
hadden niet het gevoel dat de dingen
die hun het meest dierbaar waren
namelijk hun godsdienst,
hun nationale tradities en hun bestaansmiddelen,
ernstig bedreigd
werden?
Heersers
als de Herodianen
moesten bestuderen
HOE ze de openbare orde het best konden handhaven:
ze hoefden niet naar populariteit te zoeken,
hoewel sommigen dat wel deden, maar ze moesten WEL
goed kunnen inschatten WAT de bevolking
kon verdragen!
Ze wilden bijvoorbeeld
zoveel mogelijk inkomsten uit belastingen,
maar die belastingen mochten geen aanleiding geven
tot opstand!
Alle heersers uit de oudheid wisten
dat ze de ene keer mensen moesten sussen [of 'belonen']
en de andere keer straffen als er beroering ontstond
bij de bevolking.
Archelaus
kon in Judea
NIET het juiste evenwicht
vinden.
De tetrarch
van Galilea daarentegen
kende een lange en vreedzame ambtstermijn
omdat hij wijzer was
dan Archelaus.
De
grootste verschillen
tussen toen en nu bestonden misschien uit
het lagere bevolkingsaantal, de tamelijk absolute macht
van de lokale en keizerlijke heersers, de religieuze denkbeelden,
het 'technisch kunnen', de algemene 'verkiezingen'
het 'gewone normale mydileven' van
'alledag'?
De
overeenkomsten:
'machochimps' & 'beaunobeaus'
BLIJVEN allerlei 'humane' apestreken
verkopen van jong tot oud,
er blijven nog steeds absolute heersers in omloop
EN 'bedelaars',
we houden er nog steeds
hoogst merkwaardige rituelen en gebruiken op na,
en als puntje bij paaltje komt
hebben we OOK nog steeds
eigenlijk dezelfde idealen,
zoals gerechtigheid/rechtvaardigheid,
liefde, geduld, inzicht & begrip, studie- &
werkgelegenheid, mededeelzaamheid
en het verlangen naar
'vrede'?
~#~
