Wat maakt deeze hoog-achtbaare mannen zo kloekmoedig, zo onverschrokken, datze hun gezach, hun goed, hun leven in de waagschaal stellen, om dien gehoonden, gevloekten, gekruisten? Moet de "liefde G ds" niet wonderbaar in hen gewrocht hebben. Moet die hen niet geleert hebben alles te verachten, om Yehosjoea? Sjim'on Petros {Kafas}, die voorheen zo stout op eigene krachten geroemt had, versteekt zich nu: Yoseef en Nikodemus, die voorheen verholen bleven, zijn nu stout en manmoedig. Zo straalt
"G ds wonderkracht" zichtbaar door. Zo blijkt, dat het niet is des geenen, die wil, noch des geenen, die loopt, maar des barmhertigen en ontfermden G ds. Zo vernedert G d den hovaardigen, en den nedrigen bewijst hy genade: HET GEKROOKTE RIET ZAL HY NIET VERBREKEN, HET ROKEND VLASWIEKSKEN ZAL HY NIET UITBLUSSCHEN! Die heden zwak is, zal morgen door G ds genade versterkt, krachtig en onoverwinlijk
zijn. Dit moet ons leren, noit op ons zelven, maar op G d alleen te steunen. Wat heeft men in de tijden van verdrukkinge dikwijls gezien, dat zy, die meinden sterk-gelovigen te zijn, en onwanklijk vast te staan,
allereerst en schandlijk gevallen zijn: en die zich meest wantrouwden, en zwakst bevonden, hebben galg en rad, en vuur en zwaard veracht en op moordschavotten, en aan brandpaalen een onoverwinlijke stand-vastigheid bewezen. Vol daar van zijn de kerklijke geschiedschriften. Vol daar van zijn de gedenkboeken van ons dierbaar Vaderland. Ik ga voorby de eerste kerk-tijden, als vrouwen en maagden de mannen voorby streefden, en onverschrokken na de martelkroon dongen. Ik zal niet spreken van Berengarius, en
anderen, die eerst aarselden, maar straks te manmoediger de waarheid beleden. Ik zwijg van Johannes Hus, Hieronymus van Praag, Wiklef, Savonarola, Zwinglius, Luther, en diergelijken. Ziet maar Anneken uit
den Hove, die met gadelooze standvastigheid levendig wierd in d' aarde gedolven, en in spijt der Mis-priesteren, de zuivere leere des geloofs tot den laatsten adem toe verkondigde. Waar van daan zulke heilige vrij- en kloek-moedigheid? Was 't niet van G d, DIE IN ONS WERKT HET WILLEN EN VOLBRENGEN NAAR ZIJN WELBEHAGEN? Als G d voor en met ons is, wie zal dan tegen ons zijn?