~*~
HET
ALLEREERSTE
dat Gautama doet
op zijn zoektocht naar de waarheid
is het volgen van onderricht bij twee guru's,
spirituele leraren.
De
eerste,
Alara Kalama, een beroemde wijze,
leert Gautama zijn hele
metafysische
systeem.
OM
DIT SYSTEEM,
dat de normale werkelijkheid te boven gaat,
geheel te doorgronden is het nodig
om te mediteren.
VERRE
van alle afleiding der zintuigen
dient de student zijn geest terug te trekken van de tirannie
van verlangen en afkeer, van lethargie en rusteloosheid,
van gehechtheid
en twijfel.
Want
AL deze dingen
VERANKEREN de mens in het wereldse lijden
en maken ons blind voor
het inzicht
...
Door
middel van
meditatie die allerlei fases van diepte,
of liever van intensiteit, kent,
ontstijgt de asceet het
wereldse.
Op
Gautama's vraag
HOEVER de wijze van de stam der Kalamas
ZELF gevorderd is op diens EIGEN pad,
tot WELKE meditatiefase HIJ door kan dringen,
antwoordt Alara dat hij de 'sfeer van niet~iets',
akincannayatana,
heeft bereikt.
DIT
mystieke niveau
bereikt Gautama zelf in no-time.
Alara erkent dit en doet hem het aanbod
om vanaf nu SAMEN, als gelijken,
Alara's spirituele gemeenschap te leiden
en instructie
te geven.
Hoewel
Gautama
naar eigen zeggen vereerd is
dat de vermaarde wijze hem, de beginnende asceet,
op basis van gelijkwaardigheid behandelt,
was hij niet
tevreden.
De
sfeer
van 'niet~iets'
was beslist nog NIET de staat van
Nirvana,
de absolute verlossing
waar hij naar
'streefde'.
~@~