androgynos hermafrodiet bifocaal tweeslachtig mvk?
onszelf
anders zien:
de verbeelding van
haar kennisjasje ontdoen ~ 'een
herstart'
Adam
& Chawah
zijn figuren uit
de religieuze mythe van
GEN: ze zijn 'van verbeelding'.
Iets anders stond onze vroege voorouders
niet ter beschikking om zichzelf
onder woorden te brengen?
Beter
die verbeelding
om die reden niet weggooien,
want ze is in MEER dan EEN opzicht
een grootse greep: ALLE mythen zijn dat, ons eigen GEN voorop,
al was het alleen maar om dat we daarmee nog vaak
het meest vertrouwd zijn!
Compagnon
van de godheid,
met als opdracht om
de hof te bouwen en te bewaren,
DAT is de kijk die de auteur van GEN op de mens heeft.
Althans in het eerste mydischeppingsverhaal: in de volgende hoofdstukken
wijzigt het beeld zich.
Doet
de schepper
het in Genesis I met het woord:
de mens in leven roepen, in GEN II doet hij het met zijn handen ~ hij 'boetseert' ...
De mens ['haAdam'] die eruit voortkomt is van aarde ['adamah'], je zou kunnen vertalen met 'aarden',
zoals we een pot die van ijzer is gemaakt een 'ijzeren' pot noemen, in onderscheiding van bij voorbeeld een koperen; een 'aarden wezen', de mens, een aardmannetje/vrouwtje als je het grappig wilt zeggen:
uit de aarde genomen.
Een
'verbeelder'
knoopt met deze
'voorstelling van zaken'
aan bij de ervaring van onze eigen broosheid:
wat van aarde is keert tot de aarde terug ~ 'stardust tot stardust' ~ zoveel weten we wel ~
het is dus zinvol om jezelf 'aarden' te noemen ~ bij alles wat we verder nog over hem/haar {"ONS!"}
te zeggen weten, is de mens voor ons dus ook primair [rood = 'adom'/bloed = 'dam]
stof dat tot stof wederkeert?
Fantasievol
verteld deze mythe ook
hoe de man ['isj'], de eerste mens,
een tweede toegevoegd krijgt: de vrouw ['isjah'/'mannin']!
Inderdaad, wat in GEN I heet 'man en vrouw schiep "HIJ/ZIJ" ['haElohim'/'de goden'] ze', daarover heeft de verbeelding van GEN II een 'ander mydiverhaal';
eerst was er de man, en toen kwam
de 'mannin{ne}'.
Gij kunt dat 'lelijke woord' {?}
wel wegvertalen, maar de letterlijke tekst schrijft dat wel ZO!
Net zoals er staat dat de man voorop gaat:
'hij' komt als eerste uit de handen van de schepper.
Vertalen is NIET schrappen!
Waarom zou dat trouwens moeten?
Het is allemaal 'van verbeelding',
uit een verre oervoortijd,
uit een cultuur waar mannen nu eenmaal meestal
de dienst uitmaakten,
en waar de kijk op de mens dan ook een 'mannige' kijk was!
Wie daar aanstoot aan neemt vergist zich in het genre.
OF heeft zich nog niet losgemaakt van de idee dat het in Genesis
om een gezaghebbende tekst gaat,
en dan ook nog eens een tekst met 'informatie'?
GEEN van beide instapjes
is ter zake ...
"HaAdam"
[ha'Isj' & ha'Isjah'/'yelled' = jongen & 'yeldah' = meisje],
Adam & Chawah zijn mythische gestalten,
en hoe wij ons de wording van mens en wereld "ECHT" moeten voorstellen
[jazeker, 'voorstellen'!],
is een vraag die niet via deze religieuze mythe
is te beantwoorden.
Iedere 'verbeelder' ZELF
is het mysterie, NIET onze bedenksels,
wat ze verder ook waard mogen zijn.
Om bij hem/haar [onszelf als de verbeelder]
terecht te komen moeten wij eerst uit de doeken gewonden worden
waarin de traditie ons heeft gelegd om ons te omhullen
['kleren maken de man']:
wat dus 'van verbeelding ' is
uitpellen uit het jasje ['t oerpelsmanteltje]
van kennis dat ervan geweven was.
Naar zijn 'kijk' hoeven we niet terug:
we willen naar 'onszelf',
doordringen tot de KERN
van de mydizaak!
Je kunt later wel weer zien
OF en zo ja WAT voor wijsheid
er in de verbeelding van GEN I-III ligt.
Dat formuleer ik voorzichtig,
want niet alles is daar wijsheid
waar we ook echt wat mee kunnen ...
Neem de voorstelling dat de vrouw eigenlijk een 'mannin' is,
'uit de man genomen', of nog erger:
een 'hulpe tegenover hem'!
Het dienstmeisje van de man?
Je hoeft er geen feministe of feminist [als dat woord bestaat]
meer voor te zijn om te denken:
dat ruikt [vooral!] naar 'kind
en keuken'?
Kenmerk is nu dus
bovenal het punt van waaruit we verder gaan:
'de verbeeldende mydimens'.
Welke betekenis kennen wij aan onszelf toe,
en waar halen we het vermogen vandaan
om betekenis te kunnen verlenen:
wat maakt ONS tot wie wij zijn:
'betekenisverleners'?
DEZE beide vragen zijn het
waarop de volgende mydiverhaaltjes
een antwoord proberen te vinden.
Je kunt ze ook in EEN greep tezamen nemen:
onszelf ANDERS zien dan [alleen maar] als een element van chaos,
OOK onszelf onder woorden brengen
[want dat doen we in mydi!],
hoe kunnen wij dat?
Asih, man, 81 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende