Hier
in komen
de H. Euangelisten
alle bedenklijkheid voor, &
gronden deeze 'waarheden' op 't getuigenis
van veele menschen binnen Yeroesjalayiem [en overal elders],
die deeze verrezenen hebben gezien naar hun zeggen.
Zoud 'n H. Euangelist zich op deezen beroepen, indien 'er eenige twijfel aan was?
Zoud het gantsch Euangelium niet beschaamd, & de Christenheid van valsheid overtuigd staan,
indien 'er deeze oog-getuigen niet waren, of iets anders getuigt hadden?
Men droomde dromen, zag visioenen, was van alles & nog wat van mening
over de meest uiteenlopende onderwerpen & had toch
'iets gemeen met
elk ander'!
Als
o.a. Matai
[met de beste bedoelingen,
maar wel 'propagandistisch'!] dit schreef,
moeten 'er nog veelen in Yeroesjalayiem zijn geweest,
op welken hy zich beroept, want hy schreef zijn H. Euangelium,
omtrent het jaar 3 van Klaudius, of acht jaaren [naar men ooit meende] na 's Heilands 'hemelvaard',
als de kruisdood van Yehosjoea haNatsri aka haMasjiach nog in levendig geheugen was:
't geen de geschied-schriften buiten alle verdenking stelt.
Men moet 't wel met 'n korreltje zout & 'n vleugje licht nemen,
& niet al te letterlijk of overdreven serieus, maar wel heel figuurlijk, beeldend,
flexibel, artistiek & met
de broodnodige
humor
...
Dierhalven
kan niemant
wraken, dat Yesjoe
gestorven zy, & dat
by zijnen dood verscheide
gestorvenen opgewekt, & levendig zijn geworden:
want zy te Yeroesjalayiem zijn gezien [in 't licht van die tijd & plaats]!
En hier toe brengen sommigen de voorzeggingen van den Profeet:
UWE DOODEN ZULLEN LEVEN, OOK MIJN DOOD LICCHAAM, ZY ZULLEN OPSTAAN;
& hoewel anderen dit elders op duiden, is 't echter
niet onaartig aangemerkt, dat
ALLE GELOVIGEN,
hier het
LICCHAAM
van JC {Yesjoe} worden genaamt,
& daarom in 't veelvuldig gezegt:
ZY ZULLEN OPSTAAN!
Vanuit
dit 'eeuwigheidsperspectief'
gezien hebben zo alle levende wezens van ooit,
zowel 'go{e}d als slecht' hun betekenis,
'herinneringswaarde' &
'n eigen plaats!
Iedere gedachte,
elk woord, alle daden vormen samen
stukjes in de legpuzzle
van ons bestaan?
En
op 'die
dag' zal in
Yehoedah dit lied klinken:
"Wij hebben 'n sterke stad, [want] de HEER biedt ons redding als 'n wal en muur.
OPEN DE POORTEN,
opdat 't rechtvaardige volk kan binnentreden, 't volk van jouw getrouwen!
De standvastige is veilig bij jou, vrede is er voor wie op jou vertrouwt!
Vertrouw altijd op de Heer, alleen op hem, want de HEER is als 'n rots sinds mensenheugenis!
Hij haalt neer wie in de hoogte leven & veilig in hun onneembare vasting wonen!
Hij brengt zelf hun stad ten val, & hij maakt haar met de grond gelijk, niets laat hij van haar heel!
DAN
wordt ze onder de voet gelopen,
vertrapt door de zwakken,
vertreden door
de armen."
JIJ
effent 't
pad voor de rechtvaardige,
jij baant voor hem 'n rechte weg. Ook wij verlaten ons op jou, HEER: wij gaan de paden van jouw recht.
Wij richten ons op [de betekenis van] jouw naam, naar jou gaat ons verlangen uit. Reikhalzend kijk ik naar jou uit, zelfs 's nachts verlang ik naar jou. Wanneer jij 'n oordeel over de wereld velt,
zullen de mensen op aarde
jouw gerechtigheid
leren.
Maar
niet de goddeloze:
al wordt hij gespaard, gerechtigheid zal hij nooit leren. In 't land van 't recht doet hij slechts onrecht;
de macht van de HEER merkt hij niet op. HEER, jouw opgeheven hand ziet hij niet.
Laat hem dan tot zijn schande zien hoe jij ijvert voor jouw volk,
hoe 't vuur jouw vijand verteert. HEER, geef ons vrede, alles wat wij deden, heb jij voor ons gedaan.
Heer, onze g d, allerlei andere heren hebben ons in hun macht gehad,
maar alleen jouw naam zullen wij prijzen. Doden zullen niet herleven, schimmen niet opstaan.
Jij bent tegen hen opgetreden, hebt hen vernietigd, elke herinnering aan hen heb jij uitgewist.
Jouw volk heb jij groot gemaakt, HEER, & zo voor jezelf roem verworven.
Jij hebt jouw volk groot gemaakt & 't land
naar alle kanten
uitgebreid.
HEER,
in onze nood hebben wij jou gezocht;
toen jij ons tuchtigde, riepen wij jou aan. Zoals 'n zwangere vrouw in barensnood ineenkrimpt & schreeuwt in haar weeen, zo verschenen wij voor jou, o Heer. Wij waren zwanger & krompen ineen,
maar al wat we baarden was lucht; wij brachten 't land geen uitkomst,
op aarde werd geen mens
meer geboren.
Jullie doden
zullen herleven, de lijken opstaan.
Ontwaak, jullie daar in 't stof, & jubel!
Jouw dauw is 'n dauw die leven geeft,
de aarde brengt haar schimmen
weer tot leven.
Trek je terug
in je kamers, mijn volk,
& sluit de deur achter je.
Nog 'n korte tijd,
tot de woede bekoeld is.
Zie hoe de Heer zijn woning verlaat
& de mensen op aarde voor hun wandaden laat boeten.
Het onschuldige bloed dat op haar is
vergoten wordt door de aarde
aan het licht gebracht,
ze zal 't
niet langer
verbergen.
