~*~
MARK
vertelt niets
over een geboorte
in de 'stad van David'
Beth Lechem;
OOK
het evangelie van YOH
zwijgt daarover volledig:
de mydiauteur van het 'vierde evangelie'
kijkt NIET
naar het 'VERLEDEN'
maar hij kijkt
"OMHOOG"
want
'de door g d gezondene'
komt 'van boven'
en daalt
'uit de hemel af'
waar zij al 'pre-existent'
van VOOR de 'schepping'
aanwezig
was
...
met het noemen van de titel 'zoon van gd'
betreden we [alweer?] een complex
terrein!
-
in het OT
wordt het 'volk van Israel' OOK 'zoon van g d' genoemd
en dat geldt OOK voor 'de priester' & 'de koning' als representant
van 'het volk'
-
zoals we
al eerder vaststelden
betekent dat NIET dat het volk of de priester, koning of profeet
op de EEN of Andere manier vergoddelijkt
werd!
-
als
NA de dope in de Yardeen
een stem uit de hemel Yehoshua 'mijn zoon' noemt [marc 1:11]
dan is DAT geen bewijs voor de stelling
dat Yeshua in de zin van de latere 'geloofsbelijdenis[sen]'
een 'goddelijke' zoon van g d
zou zijn
-
DAT
geldt OOK
voor ALLE andere teksten in het NT
waar de titel 'zoon' of 'zoon van g d'
te vinden is!
-
en
dat geldt
naar mijn overtuiging natuurlijk
ook voor het vierde~[weg]~evangelie
waar 'de zoon/"dochter"{?!}' als de belangrijkste titel {?!}
beschouwd moet
worden
-
~*~
-
met deze
mydinamen in 'livejournal'~
beeld is de mydiverbeelding overigens nog lang niet 'compleet'?!:
in de synoptische evengelies wordt Yehoshua veelvuldig "MENSENZOON"
genoemd en dan nog wel op minstens DRIE manieren:
als 'de komende' [marc 13:26];
als 'de rechter' [mattai 25:31-46];
als 'de lijdende' [marc 8:31; 9:31 &
10:33] EN natuurlijk in de 'algemeen toegepaste' betekenis van gewoon mensenkind ...
-
behoudens
een enkele tekst
in het evangelie van Jo hannes [1:51] komt deze titel in de andere nieuwtestamentische geschriften
niet voor ...-
het behoeft ons dan ook niet te verbazen dat hij in de LATERE 'christologische discussie' geen rol van betekenis meer
heeft gespeeld?!
-
het is
best wel verleidelijk
om de voorstelling van de "Mensenzoon"
te plaatsen tegenover 'de zoon van g d',
maar de oorspronkelijke apocalyptische context van de verschijning van
de 'mensenzoon'
impliceert juist niet dat 'het'/'hij'/'zij'
een 'doodgewoon' mens was:
'hij komt van boven'
en doet
qua uiterlijk
'aan een mens
denken'
[DANI'EL 7;13]
~
~
