This is plausibly read as a parody of Jesus's
"My G d, my G d, why hast thou forsaken me,"
itself a midrash on Psalm 22:2 e.v.,
for which there are other parodic parallels in this narrative.
eli eli lamah azavtani {sabachthani} rachok misjoeati divrei sjaagati:
elohai ekra yomam welo taaneh welailah welo-doemiyah li:
yosjev tehilot yisraeel:
becha batchoe avoteinoe batchoe watefalatemoe:
eleicha zaakoe wenimlatoe becha vatchoe welo-vosjoe
Mijn G d, mijn G d,
waarom heb je mij verlaten?
Jij blijft ver weg en redt me niet,
ook al schreeuw ik 't uit!
"Mijn G d!"
roep ik overdag,
en je antwoordt niet, 's nachts, en ik vind geen rust.
Jij bent de Heilige, die op Yisraeels lofzangen troont.
Op jou hebben onze voorouders vertrouwd; zij hebben vertrouwd en jij verloste hen,
tot jou geroepen en zij ontkwamen, op jou vertrouwd
en zij werden niet beschaamd!
Maar ik
ben een worm en geen mens. door iedereen versmaad,
bij het volk veracht!
Allen die mij zien,
bespotten mij, ze schudden meewarig het hoofd:
"Wend je tot de Eeuwige G d Yahweh! Laat hij je verlossen,
laat hij je bevrijden, hij houdt toch
[zoveel] van
jou?"
JIJ
hebt mij uit de buik van mijn moeder gehaald,
mij aan haar borsten toevertrouwd, bij mijn geboorte vingen jouw handen mij op,
van de moederschoot af
ben jij mijn G d.
Blijf dan niet ver van mij,
want de nood is nabij en er is [helemaal] niemand die mij helpt.
Een troep [wilde] stieren staat om mij heen, [woeste] buffels van Basjan omsingelen mij,
roofzuchtige, brullende leeuwen
sperren hun muil naar mij open.
Als water ben ik uitgegoten,
mijn gebeente valt uiteen, mijn hart is als was, het smelt in mijn lijf.
Mijn kracht is droog als een potscherf, mijn tong kleeft aan mijn gehemelte,
jij legt mij neer in het stof
van de dood.
Honden staan om mij heen,
een woeste bende sluit mij in, zij hebben mijn handen en voeten doorboord [als een leeuw]!
Ik kan al mijn beenderen tellen! Zij kijken vol leedvermaak toe,
verdelen mijn kleren onder elkaar en werpen het lot
om mijn mantel!
Eeuwige,
jij g d yahweh,
houd je niet ver van mij, mijn sterkte, snel mij te hulp!
Bevrijd mijn ziel van het zwaard, mijn leven uit de greep van die honden!
Red mij uit de muil van de leeuw, bescherm mij tegen de horens van de wilde stier!
Jij geeft mij antwoord.
Ik zal jouw naam bekendmaken,
jou loven in de kring van mijn volk. Loof hem, allen die yhwh vrezen,
breng hem eer, kinderen van Ya'akov, wees beducht voor hem,
volk van Yisraeel!
Hij veracht de zwakke niet,
verafschuwt niet wie wordt vernederd, hij wendt zijn blik niet van hem af,
maar hoort zijn hulpgeroep.
Van jou komt mijn lofzang in de kring van het volk,
mijn geloften {!} los ik in bij wie jou vrezen.
De vernederden zullen eten en worden verzadigd.
Zij die hem zoeken, brengen lof aan de eeuwige:
voor altijd mogen jullie leven!
Overal,
tot aan de einden der aarde,
zal men de eeuwige gedenken en zich tot hem wenden.
Voor jou zullen zich buigen alle stammen en volken.
Want het koningschap is aan de eeuwige,
hij heerst over de volken.
Wie op aarde
in overvloed leven,
zullen aanzietten en zich voor hem buigen.
Ook zullen zij voor hem knielen wie in het graf zijn neergedaald,
wie hun leven niet konden behouden.
Een nieuw geslacht zal hem dienen
en aan de kinderen vertellen van de heer;
aan het volk dat nog geboren moet worden zal het van zijn gerechtigheid verhalen:
hij is een g d van daden.
"He told them:
This is how the events took place.
They wrote it on the gates of the city, and they engraved Rabbi Me'ir's face on the gates of Rome and said: If a man who looks like this comes, arrest him!
When Rabbi Me'ir came there, they wished to arrest him.
He ran away from them and
went into a whorehouse.
Elijah came in the guise of a whore and embraced him.
Some say that he put his hand in Gentile foods and tasted them.
They [the Romans] said: God forfend! If that were Rabbi Me'ir he wouldn't do such a thing.
This continuation contains a whole series of Gospel parallels, including the
answered
call
from the cross, the inscription on the cross, and a virtual
ecce homo!