96Qfl Soc it 2 me, Boed i/d bocht @Yesj~crossroads

De socratische ironie! De laatste 20 jaar van z'n leven doet Socrates z'n best om gevolg te geven aan 't bevel van Apollo, 'g d' van Delphi, die hem gelast, zoals hij vlg. Plato i/d Apologie stelt, 'daar was ik geheel van doordrongen, m'n leven te wijden aan de filoso-fie & 't onderzoek van mijzelf & anderen' (28e). Maar hoe kun je (aan) anderen iets leren, en bovendien wat moet je (van) hen leren, als je als leven/lijfspreuk dìt 'vreemde devies' hebt dat Soc tot vervelens toe blijft herhalen: 'IK WEET ALLEEN DAT IK NIKS WEET!" (Apo21d) & de (eigen)wijze, die z'n jeugd heeft doorgebracht met 't ondervragen van dichters, kunstenaars, filosofen & politici, gelooft dat hij 't ant woord heeft gevonden: 'G D HEEFT MIJ, DENK IK, OP DE STAD GEZET ALS IEMAND DIE JULLIE OPWEKT, OVERREEDT, IEDER AFZONDER-LIJK BERISPT! JULLIE ZULLEN MOEITE HEBBEN (OM) WÉÉR IEMAND TE VINDEN DIE IN OPDRACHT VAN G D LETTERLIJK ALS 'N STEKEN-DE HORZEL DE STAD (ZÓknipoog BOVEN OP 'T LIJF ZIT?' (Apo30e&31a)! Dáárom verpoost hij op de agora's & straten v/d stad, ondervraagt er iedereen & vermijdt hij 't platteland, waar 'VELDEN EN DE BOMEN ME NIETS WILLEN LEREN' (Phaedrus230). In Athene ontkomt niemand aan zijn vragen: handelaren, kleine handwerkers, generaals, priesters, waarzeggers, redenaars en landmeters. De man is (dan) weliswaar lelijk, maar tòch innémend! Hij begint 't Gesprek altijd (weer) op 'n toon die tegelijk schertsend & vol bewondering (verwondering) is: de dialogen van Plato staan bòl van zulke discussies. In LACHES stelt Soc 'n generaal 'n vraag over moed, in EUTHYPHRO spreekt hij 'n theo loog aan over vroomheid! Met anderen zijn de onderwerpen heel wat onschuldiger: 'HIJ PRAAT MET ONS OVER PAKEZELS, SMEDEN ENDE SCHOENMAKERS, LEERLOOIERS, HET LIJKT WEL ALSOF HIN STEEDS HETZELFDE HERHAALT, ZODAT (OOK) ELKE ONWETENDE OF IDIOOT DE SPOT DRIJFT MET ZIJN WOORDEN,' zegt Albiciades in Plato's Symposium. En daaraan voegt hij toe dat we zulke gesprekken 'BIJ DE EERSTE INDRUK ONGETWIJFELD ABSOLUUT LACHWEKKEND (ZULLEN) VINDEN' (221e)! Hij ondervraagt z'n gespreksgenoten niet over de goden nòch over de oorsprong v/d wereld, maar over henzèlf, over hùn relatie tot de goden, hun bezigheden op deze wereld! De gesprek sgenoten geven graag antwoord aan deze grote naïeveling die hen ondervraagt & tegelijk 'gelijk geeft' wanneer ze antwoord beginnen te geven, zichzelf onderuithaalt, twijfelt, zich zorgen maakt! 't Komt me voor dat we op die manier ook nu nog steeds met elk ander & ons-zelf kunnen 'omgaan' tussen neus & lippen, achter onze ogen & tussen de oren, met handen & voeten, uit volle borst & in alle eenvoud ...
02 nov 2012 - bewerkt op 02 nov 2012 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende