87Qfl soc leeft weliswaar in armoe, blootsvoets en
armoedig gekleed & zonder 'n beroep uit te oefenen, maar kan aanspraak maken op 'n thuishaven, vrienden, 'n familie & 'n huis: 'IK KOM NIET VOORT UIT EEN EIK OF EEN ROTS, MAAR UIT MENSEN! IK HEB VERWANTEN EN DRIE ZONEN, ÉÉN AL KNAAP, TWEE NOG KINDEREN,' zo werpt hij z'n aanklagers voor, die hem beladen met verdenkingen van losbandigheid (Apologie, 34d). De Boeddha daaren-tegen heeft juist die banden met z'n familie verbroken - & als hij verwanten als volgelingen aanneemt, zoals z'n zoon, worden zij binnen de SANGHA allerminst bevoorrecht - maar heeft nieuwe thuishavens gecreëerd op de plaatsen waar zich gemeenschappen hebben geves-tigd. Yesjoea op ZÍJN beurt zal zich (waarschijnlijk) nooit ergens vestigen & breekt radicaal met z'n eigen familie: 'WIE IS MIJN MOEDER? Wie zijn mijn broers?' antwoordt hij als hij verneemt dat zij naar hem op zoek zijn! En als men hem aankondigt dat ze op hem wachten, wijst hij op de mensen die om hem heen op de grond zitten: 'DÌT ZIJN MIJN MOEDER EN MIJN BROERS' vlg. Mark 3:31-34. En hoe zit 't met hun minachting voor bezit? 'n Ander punt dat deze drie figuren 'van ooit' gemeen hebben is hun 'onverschilligheid' voor elk materieel bezit, ja zelfs 'n zekere 'minachting' voor geld! Zoals we nu al eerder & vaker hebben gezien is Siddharta geboren als prins & heeft hij de eerste 30 jaar van zijn leven in (grote) welvaart geleefd. ZÍJN spirituele zoektocht begòn met 'n breuk met alle materiële zaken: in 't gro te woud waar hij zich door z'n koetsier heen laat rijden, laat hij z'n rijdier & zelfs z'n jas bij hem achter om zich aan 'n nieuwe ascetische leefwijze te wijden, met als ÉNIGE bezit 'n kleed & 'n kom voor 't ontvangen van wat schamele aalmoezen, die uitsluitend in de vorm van voedsel worden gedaan! Aan zijn eerste volgelingen, de eerste 'verzakers', vraagt hij eveneens om 'alles op te geven': hun ÉNIGE bezittin gen zullen voortaan 3 pijen zijn {zodat ze zich toch minstens zo nu & dan kunnen verschonen}, 'n zeef, 'n riem & 'n kom; ze krijgen de status van bedelmonniken, die voor hun voedsel afhankelijk zijn van de algemene liefdadigheid. Tòch wijst de Boeddha niet alle materiële zaken categorisch àf , zoals o.a. de woudasceten doen: als hem wordt gevraagd z'n omzwervingen tijdens de moesson te onderbreken, dan laat Nandiya 'n Kuti, 'n kluizenaarswoning, voor die Gemeenschap bouwen in 't bos van Magadavana! Ná Nandiya doen ook nog tal-rijke andere weldoeners vele giften aan de SANGHA/Gemeenschap: er worden hem 3 parken geschonken door 3 bankiers uit Kosambi die van zijn leer gecharmeerd zijn; er worden eveneens Kuti voor hen gebouwd in Rajagaha, in Kapilavatthu & Savatthi; koning Bimbisara schenkt hem 't bamboebos van Veluvana &, naar men zegt, genoeg dienaren om 'n heel dorp te bevolken. Tèl ÚIT die winst! En vergelijk!
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende