LEREN CULTIVEREN? Bij de overdracht van de Oud-Veluwse domeingronden aan de burgerlijke gemeenten in 1842 was als voorwaarde gesteld dat de gemeenten voor hun ontginning zorg dienden te dragen! De bedoeling was om die gronden ter ontginning aan derden te verkopen: tot 1900 kwam van grootscheepse ontginning nog maar weinig terecht? Ontginning bracht echter ook grote problemen voor de landbouw met zich mee! Pas door de toepassing van kunstmest aan het eind van de 19de eeuw werd het mógelijk om ontginningen van de 'woeste grond' ter hand te nemen. Akkerbouw was op de zandgronden slechts mogelijk als er voldoende natuurlijke mest & gier ter beschikking was? Door de slechte infrastructuur was het nog niet mogelijk om die meststoffen over grote afstanden aan te voeren?!!
De boeren waren dan ook aangewezen op woeste gronden in hun directe omgeving: ze lieten híer een groot deel van hun véé grazen, vooral schapen! Vee moest in hun mestbehoefte voorzien: schapen, & vooral ook runderen, gingen 's nàchts de pòtstal in! Híer werd al-zó nu die MÈST van de dieren gemèngd met afgeplagde heide, waarop dit mengsel dan weer als compost op het land gebracht werd ...
Verwonderlijk was het dan ook niet dat er bij de plaatselijke bevolking nog weinig animo bestond òm tòt òntgìnning óver te gaan, waar-bij nog kwam dat de woeste grond óók voor menig dagloner, in de vorm van heidebezems bìnden, brandstof, bosbessen plukken & nog meer van dergelijke activiteiten, "Bróód Op De Plank" bracht! Dit alles wilde niet zeggen dat er in het Gehéél Géén sprake was van ont-ginningen. Zo vond er in de gemeente Ermelo tussen 1850 & 1914 door ontginning úitbreiding plaats van het areaal bouw- & grasland met rúim 200 bunder hetgeen op krap éénvíjfde v/d totale oppervlakte bouw- & grasland neerkwam?! Deze 200 bunder betrof voor het overgrote deel ontginning van het akkermaalshout in de directe omgeving van de boerderijen. In 1852 bestonden 2076 hectare van de totale oppervlakte van de gemeente nog vooral uit zandverstuivingen & 72 jaar later was er sprake van een toename tot 2471 hectare!
Zandverstuivingen èn heide bléven nagenoeg ònaangeroerd. Ook 't grootscheeps ontginnen van hei & verstuiving tot bos was nog geen optie, dit ging ten KÒSTE van weidemogelijkheden èn dùs van de mestproductie! Economisch werd de houtproductie vooral tegen het einde van de 19de eeuw interessant; in de jaren '80, tijdens de landbouwcrisis, werd bouwland met éiken bepoot! Vooral te Vierhouten vond dit plaats. Ook nú, ruim een eeuw later, zijn er nog wel sporen te vinden van dat 'barre woeste wilde "heidense" boerenleven' ~~!
¥¥¥