Dezelfde afleiding en hetzelfde voorkomen brengt ons op onze speurtocht naar paddodoepitheta op 't terrein v/d kostbare stenen.
De opaal, (Latijn 'opalus'
, staat waarschijnlijk door zijn bijzondere kleur met de paddo in verband: hij ontleende daaraan ook zijn naam (Sjoemerisch UBAL)! De Grieken noemden die steen PAIDEROS; we (A) raadplegen Plinius weer nu het nog kan v/d beschrijving.
"DE GEBREKEN VAN DE OPAAL ZIJN EEN KLEUR DIE NEIGT NAAR DIE VAN DE BLOEM VAN DE PLANT DIE HELIOTROOP HEET (of rots-kristal of hagel) & 't voorkomen van zoutachtige stippen of ruwe plekjes of punten die het oog afleiden ... de overheersende kleur v/d opaal is een mengsel van hemelsblauw en purper ... die, waarvan de schittering gedempt & getemperd is door de kleur v/d wijn zijn wel superieur aan die, waarvan de kleur door een waterige tint verdund is."
De naam PAIDEROS werd ook gebruikt voor een doornstruik AKANTHOS 'met een roodachtige wortel en een hoofd als een thyrsus (penis)', en een plantaardige purperrode verf? Belangrijk bij de naam is, dat Plinius aanneemt, dat hij afkomstig is v/h Griekse woord PAIS, PAIDOS, 'jongen, zoon' & EROTIS, 'geliefd', èn dat hij verband houdt met het Griekse PAIDERASTES, 'liefhebber van jongens', gewoonlijk i/d ongunstige betekenis van ons huidige 'pederast'! Hij zegt, dat de steen zijn naam verdiende omdat hij 'buitengewoon mooi' is. 't NOT, dat blijkbaar de speciale toepassing v/h woord ('t betekent 'rood met wit gevlekte huid'
o/d paddo, kènt, maakt dan zo ook verschillende woordspelingen op déze betekenis van PAIDEROS. Als Yesju bv. i/d Yardeen gedoopt wordt door Yochanan roept 'r 'n Stem 'uit de Hemel' uit @ MAT 3:17 "DEZE IS MIJN ZOON, DE GELIEFDE!", precies die verkeerde PAISEROTIS-etymologie van Paide-ros, die Plinius bij zijn beschrijving v/d opaal weergeeft? Zó gebruiken mythografen v/h NOT 'n cryptisch epitheton, waarover lang ge-speculeerd is door 'zoon' i/d betekenis van 'leerling' te nemen: 'de discipel die Yesjoea liefhad' dwz., 'de geliefde zoon', PAIS-EROTIS, PAIDEROS! 'n Bijzonder interessant voorbeeld van dit epitheton zien we i/h Verhaal over 't zg. 'laatste Avondmaal' @ YOCH 13:21-26
'NÁ DÉZE WOORDEN WERD YEHOSJOEA ONTROERD IN DE GEEST EN HIJ GETUIGDE EN ZEI: "VOORWAAR, VOORWAAR, IK ZEG JE
DAT ÉÉN VAN JULLIE MÍJ ZAL VERRADEN!" DE DISCIPELEN ZAGEN ELKAAR AAN, ONZEKER, VAN WÍE HIJ NÚ SPRAK? ÉÉN VAN ZIJN DISCIPELEN, DEGEEN DIE YESJOEA LIEFHAD, LAG AAN DE BOEZEM VAN YESJ: HÈM DAN GAF SJIM'ON PETROS AKA KEFAS EEN WENK EN ZEI TOT HEM: "ZEG, WÍE HET IS, VAN WIE HIJ SPREEKT!" EN DEZE, AANSTONDS ZICH AAN DE BORST VAN YESJ WERPEND, ZEI TOT HEM: "HEER, WÍE ÍS HET?" YESJ ANTWOORDDE: "DIEGEEN IS 'T 'voor wie ik dit stuk brood nu in de saus doop & aan wie ik het zal geven'!" HIJ DOOPTE TOEN HET STUK BROOD IN DE SAUS EN GAF HET AAN YEHOEDAH, DE ZOON VAN SJIM'ON, AKA ISKARIOT!' HÍER hebben we wéér dat thema van 'dopen', dat ontstond door die woordspeling o/d benaming v/d paddodo TABBALI, & de sjemitische wortel T B L (meTaVeeL) 'dopen'/'verven'/'onderdompelen'!
De woorden 'de discipel, die Yesj liefhad',
de Paideros 'rood & witgevlekte huid'
zetten die toespelingen
op de kleur in
die passages
voort?!
Voorwaar,
'n verhullend
geheimzinnig, mysterieus, intrigerend
woord-spel dat schijnbaar/blijkbaar drááit
òm 'liefde', nieuwsgierigheid, afgunst, dienstbaarheid,
'verraad', opdracht & 'volvoering', teken van het 'uittesten',
verzoeken, uitlokken, provoceren, aanhankelijkheid onderling èn
wedijver, tederheid, verstandhoudingen,
dreiging en onzekerheid over
wat er al daarvoor
gebeurd was & nu daarna zóu gaan plaatsvinden
op de aanstaande 'zesde dag', Pesach/Sjabbat & alle mogelijke confrontaties tussen die 12 leerlingen,
hun meester, rabbi, dienaar, knecht/koning, Masjiach die 't G dsrijk zou 'openen' & 't zèlf ook nog niet precies wist
wat er voor hem 'te doen stond' die 'bloed zou zweten' in de late nacht/vroege ochtend v/d komende dag:
kortom, vol verwachtingen klopten hun harten, tempelwacht, legionairs, pelgrims
uit alle windstreken der omringende landen & streken
die de komende dagen hùn Pesachfeest
zouden vieren bij de Tempel, op de Tempelberg,
in de Stad ~
'g d de Vader
van Allen'
zou
......