58BC:
DE PLAGGENHUTTEN
WAREN ZELFGEBOUWD & BESTONDEN TEN DELE UIT HOLEN I/D GROND!
ERMELO's burgemeester schrijft in het jaarverslag van 1858:
"... ons is het geval voorgekomen dat eene menschelijke woning aan menschen werd verhuurd
voor hunne mest"!
Overigens wilde dit nog niet zeggen dat àlle dàgloners in dergelijke "woningen" woonden,
er waren óók "goede daglonerhuisjes", de kwaliteit van déze woningen liet overigens óók véél te wenschen over!
Dagloner zijn was synoniem aan armoede lijden?
Tijdens de zomerperiode waren zijn aangewezen op landarbeid!
Voorzovèr zij geen werk in hun eigen omgeving konden vìnden, trokken velen weg naar Holland om aldaar vooral in de oogsttijd werkzaam te zijn. De verdiensten bedroegen daar 1,50 tot 2,00 gulden per dag!
Menigeen kwam met malaria terug èn óverlééfde déze áándoening níet!
Verder werd er nog door middel van het vervaardigen & verkopen v/d zg. 'heidebezems' GÈLD verdiend.
Door aanplant èn ènten van wildstammen kon men fruitbomen op her èrf houden.
In de huttenkolonies kwam dit (nog) níet voor.
't Voorjaar liet 'n uittocht zien van tientallen families die náár Friesland, Drenthe & Overijssel trokken om er gedurende één tot twéé maanden akkermaalshout te kappen èn van de schòrs te ontdoen:
die schors was bestemd voor de leerlooierij!
De verdiensten bedroegen 0,75 tot 1,00 gulden per dag!
Vrouwen, mannen èn kinderen leverden hùn bijdrage aan deze activiteiten, en ook in de bossen op de Noordwestveluwe vond dit 'eekschillen' plaats! Als de winter aanbrak omkwamen de meeste dagloners
zònder werk te zitten.
Afhankelijk van de weersomstandigheden
verschaften gemeentelijke overheden werk door de aanleg van grindwegen, terwijl in Oldebroek, in de jaren '80 v/d 19e eeuw,
màtten gevlòchten werden!
't Inkomen i/d wìnter bedroeg gemiddeld 0,20 à 0,25 cnt per dag,
wat ònvoldoende was òm ìn 't lévensonderhoud te voorzien. Zo bedroeg de prijs voor 'n 6-ponds roggebrood in 1859 in Elspeet 0,48, in Ermelo 0,51 & in Nunspeet 0,45 tot 0,48 cent. 'n Dergelijk brood kostte in 1849
@ Oldebroek 0,37 cnt.
Gedurende de winter-maanden werden er door de dagloners,
bij gebrek aan inkomen, bij plaatselijke leveranciers schùlden gemaakt:
't i/d zómer verdiende inkomen was grotendeels nodig òm déze schulden weer enigszins, indien mogelijk, te kùnnen verèffenen!
De drùk o/d diaconieën nam zo door die armoe dan ook flink tóe!
Te Elspeet werd in 1841,
vanwege tóenemende armoede, op de catechisatie & 'n jaar later a/h zg. Heilig Avondmaal extra voor de diaconie gecollecteerd!
In 't Over-Veluws Weekblad verschenen in 1850 enige ingezonden stukken waar in gewezen werd
òp het teruglopen v/d welvaart, vergeléken met de éérste hèlft van de eeuw.
Mòr
wist niet dat 't toen hier al zó vreselijk
èrg was!
Emigreren was dé ÉNIGE 'nietcriminele
oplossing'!?