43 veluwezoom stad@platteland Putten Ermel H'wijk
HOEWEL DE AANWEZIGHEID VAN DAT KOLONIAAL WERFDEPOT VOOR DE ECONOMIE VAN HARDERWIJK GEDURENDE DE GEHELE 19e eeuw van eminent belang was, betekende dit nog niet dat er sprake was van een mono-economie: de visserij was als inkomstenbron zo nu ook al van het nodige gewicht; probleemloos was deze tak van de stedelijke economie echter evenmin!
In 1812 bestond de vissers-vloot uit 35 schepen, dat was 9% v/d totale Zuiderzeevloot: zeer sterk afhankelijk waren de vissers ook toen al van de schommelingen van de natuur; bot, spiering, haring, ansjovis, paling & garnaal waren de belangrijkste vissoorten die onze Zuiderzee "drijvend bevolkten" & de haringstand liep i/d tweede helft v/d 19e eeuw hard terug!
In 't bijzonder daalde de vangst van winterharing tot nagenoeg nihil & van jaar tot jaar verschilde de vangst v/d diverse vissoorten!
De jaren tegen het eind v/d 19e eeuw waren, vanwege de hoge water-temperaturen, uiterst winstgevend voor de ansjovis: ongeveer 10 tot 15% v/d bevolking was i/d eerste helft v/d eeuw direct of indirect afhankelijk v/d visserij; afhankelijk v/d visserij waren ondermeer de werven waarvan H'wijk er twee kende, die niet tot de grootste aan de oevers v/d Zuiderzee behoorden.
Na 1870 nam de visserijvloot toe: 't zijn gunstige jaren voor de vissers, uiteindelijk was ongeveer 20% v/d bevolking afhankelijk v/d visopbrengsten! In 1892 bestond de vloot uit 141 schepen, ná 1911 liepen de opbrengsten echter wéér terug? 't Bééld dat de visserij i/d 19e eeuw liet zien was sterk wìsselend & tijden van grote inkomsten losten perioden, & dit zijn wel de meeste, van lage opbrengsten af.
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende