315b de hoogteverschillen zijn i/d loop v/d tijd ~
VERMINDERD; de laagtes, zoals de huidige Gelderse Vallei & 't IJsseldal, werden in warmere perioden door afzettingen van de zeeën en rivieren verder opgevuld; heuvels afgevlakt door water, wind en ijs!
Het Landijs was beslist niet schoon: massa's keien èn allerlei ander puin werden immers meegenomen úit de bodem, waaróver 't ijs voortschoof?! Door de kracht v/h ijs werd 't materiaal heel fijn & klein-gemalen tot keileem, ook wel grondmorene genoemd! Dit keileem ligt in Drenthe èn op Texel aan de oppervlakte; op enkele plaatsen, bv. bij Vollenhove, op Wieringen & op Texel, is het keileem door het Landijs zelfs opgedrukt tot stuwwallen?
Waarschijnlijk is dit al ge-beurd in de periode dat het Landijs smolt & langzaam maar zeker weer uit Nederland verdween! Soms breidde het Landijs zich ook wel weer tijdelijk úit: tijdens zó'n uitbreiding werd dan de ondergrond opgestuwd?! SANDR: nog zo'n typische benaming; bij 't smelten van 't landijs kwàm véél wáter vríj! Dìt water stroomde VÀN de hèllingen v/d stuwwal & waaierde dan verder breed úit ~ het meegevoerde materiaal, zànd èn grind, werd híer dan weer àfgezet: zó ontstonden er flauwe hellingen, de zg. spoelzandwaaiers of SANDR; door die flauwe hellingen zijn de SANDR duidelijk te onderscheiden VÀN de stúwwallen, die veel steiler zijn! DEKZANDLANDSCHAPPEN & löss volgden op hùn beurt: ná 't Saalien verbeterde ons klimaat èn werd 't alweer ietwat warmer?
Langzaamaan smòlt 't landijs & dankzij 't vrijkomende water vùlden onze zeeën zich óók weer: door die stijging v/d zeespiegel werken de allerlaagste delen van Nederland over-stroomd; langs onze toenmalige kusten werd wéér méér zand & klei afgezet! Nòg één kéér breidde het landijs zich uit: in déze tijd, het zg. Weichselien, werd er opnieuw een grote hoeveelheid water in IJSKAPPEN opgeslagen? Ìn de Noordzee DÁÁLDE de zeespiegel onge-veer 100 meter & zó vielen grote delen dróóg!
DÌTKEER bereikte dit Landijs Nederland níet, wèl heerste er hier 'n koud klimaat, waarin maar nauwelijks voldoende begroeiing mógelijk was; de koude WÌNDEN kregen vàt op al die drooggevallen zaadplaten van de Nóórd-zee èn blíezen zó het zànd wèg! Verderòp werd dat zand dan weer afgezet & bedekte de ondergrond: vàndáár dat men deze zandafzet-tingen de naam "DÈKZAND" meegaf?! In HÓGER Nederland zíjn grote delen v/h landschap bedekt mèt die dekzanden, die nu nog als de lage, brede rùggen in ons landschap zijn blíjven liggen; 't gaat daarbij maar om zeer geringe hoogteverschillen: hooguit enkele méters!!
Tíjdens die zandstormen werd óók het nog fíjner stòf, de löss, opgewaaid èn nog vèrder landinwaarts afgezet, vooral in Zúid-Limburg ...
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende