3.

Ik stond gisteren aan het meer en ik voelde een
diepe leegte bij mezelf opzwellen. Het drukte als
een grote bonk tegen m’n borst aan. Ik kreeg tranen
in m’n ogen en ik dacht weer terug aan thuis. Thuis
aan het water, thuis waar ik werkelijk hoor. Ik hoor
hier niet te zijn en ik mis alles en iedereen om me
heen. Oh, hoe graag ik toch weer terug naar huis
zou willen keren.
Ik keek diep in het water en zag mijn eigen
spiegelbeeld. Wie is nou die persoon die me zo
vreemd aanstaart? Een vervreemde blik, wangen
die leeg en hol zijn. Ogen die vol pijn terug staren.
Dit is niet wie ik ben, dit is niet hoe ik was of ooit ben
geweest. Dit ben.. ik.
Mijn hart doet pijn, of wat daar ook van over is. Veel
is er niet meer om over te rouwen. Het meeste van
mijn emoties en verdriet is door de jaren heen zo
vertrouwd geworden, dat het aan mijn ziel vast is
blijven roesten. Ik voel een lichte steek die veel meer
pijn had moeten doen. Dit is het gevolg van jaren lang
geestelijk misbruikt te worden.
Stiekem verlang ik terug naar wie ik was. Naar wie
ik ooit ben geweest en wie ik in de toekomst had
kunnen zijn. Ik denk na en staar naar de persoon
in het water. Een onbekende die kil terug staart.
Iemand zonder gevoel, met een geharde buitenkant.
Iemand die nooit meer van plan is om ooit nog iemand
binnen te laten. Wie ik ooit was is compleet verdwenen.

Ik bleef maar kijken naar het water. Afvragend wat
er van de terug starende persoon terecht zou
komen. Het leek nou niet bepaald op een personage
van een vriendelijke, knappe moeder die elke ochtend
lekkere warme wafels met stroop voor haar kinderen
op tafel zet. Laat staan iemand in huis.
Mijn spiegelbeeld blijft me aanstaren, zelfs als ik haar
niet aanstaar. Ik wordt bang van mezelf en ik begin
te twijfelen. Is diegene die terug staart wel degene
wie ik ben? Misschien, heel misschien, is het wel een
zelfreflectie van wie ik zou willen zijn. Of wellicht is
het juist een grove waarschuwing over wat ik zou
kunnen worden.
Alle gedachten tolden rond in m’n hoofd. Het duizelde
me langzaam maar zeker. Even leek het antwoord
dichtbij, maar toch zo ver weg. Langzaam begon me
door te dringen dat mijn spiegelbeeld niet per
definitie hoeft te zijn wie ik ben, maar wie ik zou
kunnen worden door de keuzes die ik maak in m’n
eigen leven.
Stiekem.. Stiekem verlang ik naar pijn. Boetedoening.
Boetedoening voor alle vervuilde gedachtes die soms
door m’n hoofd blijven dwalen als knagende parasieten
van het brein. Ik verlang naar een verbeterde versie
van mezelf. Een die zichzelf niet zo kwelt en pijn doet.
Een die niet zo eenzaam is dat ze steeds
noodgedwongen terugkeert naar haar eigen fantasie.

Ik keek naar het water. Keek, als in verleden tijd.
Mijn blik was afgewend van iets waar ik geen zin
meer in had om te blijven bekijken. Ik moet steeds
meer gaan weigeren wie ik aan het worden ben.
Ik zonder me steeds meer af. Blijf vaker in mezelf
gekeerd en praat niet meer over wat er nou
werkelijk diep van binnen in me op gaat. Dat is
slecht, want er gaat de hele dag veel in m’n hoofd
rond en niemand waar ik tegenaan kan praten zonder
dat ze me het gesticht in willen stoppen.
Ik keerde m’n rug om. Ik wou het absoluut niet meer
aanzien. Ik wou vooruit komen, leven, leven zoals ik
nog nooit had geleefd. Leven alsof mijn leven er vanaf
zou hangen. Oh het zoete nectar van leven. Zo
kleverig als bloed en toch zo zoet als honing. [Ja, dat
slaat inderdaad echt helemaal nergens op, in wat voor
stage ben ik nu weer beland met mijn verstandelijk
schrijvers breintje?]
Diep van binnen voelde ik teleurstelling. Heb ik het
wel in me om positief om te kunnen veranderen? Wie
weet. Ik geloof er zelf allemaal niet zoveel in. In al
dat zelfvertrouwen. Als er iemand is die zichzelf
wantrouwt, dan ben ik het wel. Ik ben iemand die
zichzelf niet eens kan steunen en vertrouwen in de
keuzes die ze maakt. Ik ben wantrouw.
Onopgemerkt stonden mijn ogen vol met tranen. Dit
kan gewoon niet meer langer zo doorgaan. Ik voelde
me als een afschuwelijk rund dat ik het ooit zover heb
laten komen. Ik ben een schande voor mezelf. Ik ben
niets meer dan een stuk vuil wat zichzelf drastisch moet
oppakken. Als ik wil dat er verandering komt in m’n leven,
dan ben ik degene die daarvoor zal moeten zorgen. Ik
heb de controle, ik ben de verandering.



Damnit, ik moet echt een warm bad gaan nemen. Of
heel lang op de wc zitten. Zolang ik maar even voor
een uur diep na kan denken, staan alle opties open.

22 sep 2013 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Soray
Soray, vrouw, 33 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende