28649/111celibaatslyriek/woordvangod/heidensebron!
Q&A
IS
'T NIET
GRENZEND AAN 'T
GODSLASTERLIJKE, WANNEER MEN VAN
'T CELIBAAT - die ijzeren wet, die door ànderen opgelegd is -
BEWEERT DAT HET "een onschatbare gave van G d" ÌS? In 'De Bazuin'
schreef de rk-priester P. van der Bruggen: "Ik denk dat de pauselijke celibaatslyriek
over 'de parel aan de kroon van het àmbt' 't in de belevingswereld moet afleggen tegen déze nùchtere opmerking
van 'n in 't ambt vergrijsde herder, die 't betoog v/d retraitepater betreffende de zondigheid van onkuise gedachten afdeed
met de woorden:
"KEREL, NÉÉM ONS NIET HET LAATSTE ÀF WAT WE HÈBBEN"!
En wàt ìs het "Wóórd van G d"? Er ìs in de bijbel géén Régel, die éist dàt 'n predikant òngehùwd MÓET zíjn en/of BLÍJVEN! De apostelen wáren gehùwd: OOK PETRUS [SPI] vlg. LUKE 4:38 & I KOR 9:5 & 'n 'episcopus', 'n opziener/oudste [mevaqer/paqied/zaqeen] moest de echtgenoot van één vrouw zijn vlg. I TIM 3:2 en zelfs de Katholieke Encyclopedie geeft tóe:
"WE VÌNDEN I/H NIEUWE TESTAMENT GEEN ENKELE AANWIJZING NAAR 'N VERPLICHT-GESTELD CELIBAAT, NÒCH VOOR DE APOSTELEN, NÒCH VOOR DEGENEN, DIE ZIJ AANSTELDEN!" De Bíjbel stelt dat 't "verbíeden vàn 't huwelijk" 'n "LERING IS VAN BOZE GEESTEN", maw. dus 'van de duivel' in I TIM 4:1-5?! "...MAAR DE GÉÉST ZÈGT NADRÙKKELIJK, DÀT IN LÁTER TÍJDEN SOMMIGEN ZÙLLEN ÀFVÀLLEN V/H GELÓÓF, DOORDÀT ZIJ DWAALGEESTEN EN LERINGEN VAN BOZE GEESTEN GAAN VOLGEN, DOOR DE HUICHELARIJ VAN LEIGENSPREKERS, DIE IN ÉIGEN GEWÉTEN GEBRANDMERKT ZIJN ["en hun eigen geweten het zwijgen hebben opgelegd"], HET HUWELIJK VERBIEDEN ÈN HET GENÒT VÀN SPÍJZEN, WELKE G D TOCH GESCHAPEN HEEFT OM MÈT DÀNKZÈGGING GEBRUIKT TE WORDEN DÓÓR DE GELÓVIGEN, DÍE TÒT ERKÈNTENIS DER WAARHEID GEKOMEN ZIJN!
WANT ÀLLES WAT G D GESCHAPEN HÉÉFT ÌS GÓED ÈN NÍETS DÁÁRVÀN ÌS VERWÈRPELIJK, ÀLS 'T MET
DÀNKZÈGGING AANVAARD WORDT; WANT HET WÒRDT GEHÉILIGD DÓÓR HÈT WÓÓRD VÀN G D ÈN
DÓÓR GEBÈD!"
IN DÉZE PASSAGE waarschuwt Paulus [SPII] dàt 't ÀFVÀLLEN v/h wáre GELÓÓF
in latere tijden ZÀL geschieden! Dit hóeft dus niet per sé noodzakelijkerwijs i/d allerlaatste
eeuwen van dit wereldtijdperk [haOlam haZèh] te betekenen [nú of straks], maar de tijd
vòlgend òp díe, waarìn dé KÈRK tóen lééfde! In die eerste eeuwen
ìs 't óók tóen àl 'misgegaan'. 't Kloosterwezen
is eveneens ontleend
aan 't heidendom.
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende