MEER
IMMANENT ÌN
DE NATUURLIJKE WERELD,
MAAR WAS HIJ TRANSCENDENT
GEWORDEN, ANDERS DAN ALLE ANDERE
ZG. "GODHEDEN"! DIT WAS NÍET ÈCHT MONOTHEÏSME,
HET GELOOF IN ÉÉN UNIEKE 'GODHEID'; DIE ZEVEN LICHTENDE WEZENS
IN HET GEVOLG VAN MAZDA ~ DE HEILIGE ONSTERFLIJKEN ~ WAREN ÓÓK GÒDDELIJK:
IEDER VAN HEN DRUKTE ÉÉN VAN MAZDA'S ATTRIBUTEN UIT EN WAS OP DE TRADITIONELE MANIER
VERBONDEN MÈT ÉÉN VAN DE ZEVEN OORSPRONKELIJKE SCHEPPINGEN, MAAR HET VISIOEN VAN ZARATHOESTRA
HAD AL WEL EEN MONOTHEÏSTISCHE TENDENS?!
HEER MAZDA HAD DE HEILIGE ONSTERFLIJKEN GESCHAPEN;
ZE WAREN NU 'ÉÉN VAN GÉÉST, VAN STÈM ÈN VAN HÀNDELEN' MET HEM! MAZDA WAS NIET DE ENIGE GODHEID,
MAAR HIJ WAS DE EERSTE DIE "BESTÒND"!? EN Z WAS WAARSCHIJNLIJK TOT DEZE CONCLUSIE GEKÓMEN DOOR
HEEL ERG DIEP NA TE BLIJVEN DENKEN ÓVER HET SCHEPPINGSVERHAAL DAT STELDE DAT ER IN HET BEGIN NOG
MAAR ÉÉN PLANT, ÉÉN DÍER ÈN ÉÉN MÈNS 'GEWEEST WAREN'?!!
't WÀS nú zó dan ook logischer om aan te nemen
dat er oorspronkelijk eveneens één 'g d' was geweest! Maar onze Z was niet geïnteresseerd in theologische theorie
omwille van de theorie; hij maakte zich vooral méér ernstige zorgen over 't geweld dat de vredige wereld v/d grote
steppen vernietigd had & zocht daarom zó vreselijk wanhopig naar 'n maníer om dáár 'n eind aan te kunnen maken!? De Gatha's, de 17 geïnspireerde gezangen die aan ZARA toegeschreven worden, zijn doortrokken van 'n radeloze kwetsbaarheid, ònmacht èn àngst! "Ik weet waarom ik machteloos ben, Mazda," riep de profeet! "IK BEZIT WEINIG VEE EN WEINIG MENSEN!"
Zijn gemeenschap werd geterroriseerd door allerhande vreemde 'plunderaars gewend aan slechte daden om leven te verwoesten'!
Wréde kríjgers, die op bevèl v/d slechte INDRA vòchten, hàdden de vredelievende, gezagsgetrouwe gemeenschappen
onder de voet gelopen. Ze hadden de ene na de andere nederzetting vernield & geplunderd, de dorpelingen vermoord &
hun stieren & koeien meegenomen! Die overvallers geloofden dàt ze hèlden waren die naast Indra
vòchten,
maar de Gatha's laten ons ook nu nog zien hoe hun slachtoffers die 'heldentijd' zagen.
Zèlfs de KÓE klaagde tegenover Heer Mazda:
"VOOR WÍE HÈB JÍJ MÍJ GEMÁÁKT? WÍE
VÒRMDE ME? RAZERNIJ & RÓÓF,
WREEDHEID & MACHT
HOUDEN ME
GEVANGEN!"