27374 Tùsschen vale ouwe & verre oosten: wildwest?
BINNEN
[DIE "PKN" VAN TOEN]
DE 'NHK', WAREN TEGEN HET MIDDEN
VAN DE 19e eeuw ook al zeer diverse orthodoxe richtingen te onderscheiden!?
Over 't verbindend karakter van 'de belijdenisgeschriften' was men ut meestal wel zo ongeveer ééns met elkander?!
Hèt verschìl van mening bestond er vooral over de aard
en de grenzen VÀN ut verbindende karakter ÈN hóe dìt in de praktijk toegepast zou dienen te 'moeten' worden! Voor sòmmigen was die kerk juridisch-confessioneel gehouden aan dé Belijdenis; weer allerlei anderen geloofden níet in 'juridisch optreden' {inclusief schorsing en àfzetting vàn 'àndersdènkenden'} maar wilden liever een medische weg 'van gezondmaking van de Kerk' door 'n "genezende prediking" & 'Hélènd ONDERWIJS'? Vandaar dat zij dus véél liever de 'ethisch-irenischen' genoemd werden! Groen van Prinsterer noemde nog 'n derde orthodoxe richting: de zeer strenge, onverdraagzame & uiterst orthodoxe gereformeerden die De LEER v/d gereformeerde kerk nog het allerliefste
overal tot i/d kleinste details om- & onderschreven...
In 'n brief van ds. HELDRING
aan Groen van Prinsterer onderkende deze dàt er sprake was van 'n "HELLENBROEKSCHE RIGTING" & híj sloot zich dan ook aan bij die opmerking van GVP?! Ná 1848 organiseerden de diverse richtingen zich: predikanten v/d ethische richting vonden elkaar i/d in 1852 opgerichte broederkring "ERNST & VREDE"!? Al eerder & vaker is opgemerkt dat relatief veel NW-Veluwsche predikanten zich hierbij aangesloten hadden? Op initiatief v/d voormalige Elspeetse predikant J.G. Verhoeff werd in 1862 'n predikanten-vereniging opgericht die de naam Evangelisch-Confessionele Vereniging droeg! Eerste voorzitter was J.J. van Toorenenbergen, die ook al in Elspeet had gestaan? Op grond v/h 'algemeen reglement' van 1816 werd er een onderscheid gemaakt tussen intern kerkelijk bestuur ÈN 't zakelijk-financieel beheer! Deze laatste taak was toebedeeld a/d kerkvoogdij,
waarvan de leden benoemd werden uit de notabelen.
Voor de kerkvoogdij & 't college van notabelen
was men slechts verkiesbaar mìts behorende tot 'de aanzienlijk & voornaamste leden v/d v/d gemeente'!
Voor de kerkenraad was 't intern kerkelijk bestuur weggelegd? Ouderlingen dienden, vlg. de kerkorde te behoren tot 'de achtenswaardigste, kùndigste ÈN voornáámste' leden der gemeente! Benoemingen van ambtsdragers waren het recht v/d kerkenraad, 'r was dan ook sprake van coöptatie: door deze regeling werd gegarandeerd dàt 'n beperkte homogene gróep dé díenst uitmaakte lokale & plaatselijke kerken? Door 'n wijziging v/h Algemeen Reglement in 1852 werd de mogelijkheid geboden om die benoemingen v/d "ouder-lingen & diakenen" ÈN de beroeping van predikanten òf door de kerkenraad
òf door 'n kiescollege te doen plaatsvinden!
Door deze wijziging v/d regelgeving werd de mogelijkheid geboden dat ook "gemeenteleden" méér invloed kònden krijgen?
Van deze mogelijkheid is er vooralsnog toen geen gebruik gemaakt:
pas op termijn veranderde dit; de hervormde 'manslidmaten', die door middel van 'n stemming,
nader te kennen konden geven op welke wijze ambtsdragers benoemd zouden worden,
lieten de benoemingen veelal bij de kerkenraad liggen?
Coöptatie was & bleef voorlopig "DÉ NÒRM"!
Lijkt dus wel wat op 't zakenleven & de politiek
met hun diverse 'evenwichtskunstenaars'
.....?
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende