122 lf: iedereen die zich verdienstelijk maakt ~~~
HEEFT
DAAR RECHT
OP, BENADRUKT HIJ
IN DE GESPREKKEN, ZELFS
ALS HIJ DE MEESTER VOOR ZIJN ONDERRICHT
MAAR TIEN PLAKKEN GEDROOGD VLEES KAN BETALEN (XII, 7)!
En zijn taalgebruik is prachtig: het mag dan misschien tegenwoordig bedroevend alledaags lijken,
maar het was nauwelijks een eeuw geleden in het Westen nog revolutionair en is dat in meerdere streken
van de hedendaagse wereld nog steeds:
"Als je weigert een man te onderwijzen die de vereiste aanleg heeft,
zul je een man verliezen" (Gespr. XV, 7)!
We kunnen dan
weliswaar vragen stellen
bij Confucius'/Kongzi's constante streven naar eerbiedige discipline & hiërarchie:
bij meerdere gelegenheden hamert hij erop dat kinderen hun ouders moeten (blijven) respecteren,
net als ondergeschikten hun meerderen, & dat we ons in elk opzicht dienen
te schikken naar de maatschappelijke
conventies?
Inbreuken op deze regel
zijn volgens hèm 'n soort van hei-
ligschennis, aangezien ze indruisen tegen 'de heilige orde', te weten
die van de natuur en
de kosmos!?
Tòch staat in
zijn preoccupaties niet zozeer
de samenleving centraal, als wel het individu: zijn dóelstelling
is namelijk níet het scheppen van 'n volmaakte samenleving, maar
't helpen vormen van de 'best mogelijke mens', zodat deze dan
de best mogelijke samenleving kan opbouwen.
Dìt noemt HÍJ de deugd van
(mede)menselijkheid. Die
hij onophoudelijk
beschrijft.
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende