Zwevende levenskunst & echte devotie
~
'myDi~Galeislavernij'
~
Vrijheid is voor Kertesz
een onaantastbaar gegeven,
of misschien is het beter te zeggen:
een onaantastbaar geloof.
~
'[Het totalitarisme]
bedenkt immers een naam voor ons die niet de onze is en maakt ons tot een ding, hoewel we voor iets beters zijn geboren.'
~
Deze zin schrijft Kertesz neer op 1 mei '65,
niet lang nadat hij een beslissing heeft genomen over de titel van zijn eerste roman.
Hij is te vinden in Dagboek van een galeislaaf,
dat een keuze bevat uit aantekeningen
gemaakt tussen '61 & '91.
~
"Misschien
komt dat wel omdat ik in mezelf geloof.
Overigens geloof ik alleen in mezelf omdat er iets in mij is
dat ik niet
zelf ben."
~
Eigenlijk
kun je het boek nauwelijks een dagboek noemen.
Het is een werkboek,
een leesjournaal, onderbroken door uitroepen, grapjes, aforismes en citaten uit de wereldliteratuur (behalve eerder genoemde auteurs behoren
Freud, Goethe, Hebbel, Mann & Nietzsche tot zijn favorieten).
Slechts af en toe doet Kertesz verslag van dagelijkse gebeurtenissen
of van een reis naar
het buitenland.
{...}
Hij blijft gebiologeerd door de plaats delict,
als was hij zelf een misdadiger.
{...}
Terloops brengt hij die bezoeken te sprake in zijn essay Ik, de ander
('97),
dat begint na de val van het communisme
en doorloopt tot het midden van de jaren negentig.
DIT essay is een direct vervolg op Dagboek van een galeislaaf;
de twee boeken horen bij elkaar,
vormen het essayistisch 'comp{r}endium'
bij zijn romans ...
~
Wat in beide boeken opvalt is de vrijmoedige wijze waarop K. blijk geeft van zijn reliogiositeit,
van zijn 'mysticisme',
zoals hij het pleegt te noemen.
~
~
Voor wie het werk van Elie Wiesel, Etty Hillesum of Simone Weil kent zijn deze boeken een verademing;
voor wie zich ooit heeft verdiept in de post-Auschwits-theologie
een ware zegen.
Bij K. geen spoor van pathetiek,
zomin als van de kitsch die nogal wat godsaanklagers
en god-is-dood-verklaarders aankleeft.
~
~
Niet
zelden vertoont
hij een protestantse
nuchterheid
en vindt hij het absurd
om 'G*D' voor Auschwitz aansprakelijk te stellen.
Auschwitz is er altijd al geweest en zal er altijd blijven,
voor hem staat die naam synoniem voor de ingeboren slechtheid van de mens.
Het bijzondere van de kampen in Oswiecim en elders was niet zozeer
het onvoorstelbare kwaad,
maar de onvoorstelbare technische en logistieke perfectie
waarmee het aloude kwaad naar nieuwe 'hoogten en diepten'
werd gevoerd.
Door de mens zelf, welteverstaan.
"G*D" schiep de wereld en de mens schiep Auschwitz,
zegt K. letterlijk in Ik, de ander.
~
IS het ZO simpel?
Nee,
bij een ondogmatische,
voor een protestant veel te beweeglijke en gepassioneerde geest als K.
zijn de dingen zelden simpel!
Er is in zijn werk nauwelijks een bewering
waarvan je niet het tegendeel
kunt vinden.
ZIJN verklaringen en analyses willen elkaar nog wel eens tegenspreken,
OOK wanneer het gaat om "G*Ds" aandeel in de shoah.
Er zijn verschillende passages
waarin de allerhoogste daaraan WEL
medeplichtig wordt geacht.
Zoals in deze:
~
'"G*D" is Auschwitz,
maar hij is ook degene
die me uit Auschwitz heeft weggehaald.
En die me gevraagd, ja gedwongen heeft van Auschwitz verslag te doen. 'G*d' wil namelijk horen en weten WAT hij op de wereld
heeft aangericht.'
~
Zinnen waarin
de beelden verspringen als in een caleidoscoop:
"G*D" treedt naar voren als demiurg {of noodlot, of geschiedenis},
als redder, als dwingeland en uiteindelijk als onwetende directeur
die door zijn secretaris moet worden
bijgepraat.
~
Aan creatieve visies bij K. geen gebrek;
hij wordt buitengewoon spraakzaam en inventief zodra hij het A-woord en het G-woord bij elkaar kan brengen.
~
~
Heel wat
minder spraakzaam wordt K.
als zich een intiemere emotie aandient,
voor een mysticus de intiemste die er is: de vreugde.
Het is een onderwerp dat schroom wekt,
dat weinig woorden verdraagt.
Vreugde is het geheim,
de grondstof van de mystiek.
Ze ligt dichtbij geluk
maar valt daar niet mee samen.
ANDERS dan geluk is vreugde eenzelvig,
ze kan niet met de medemens worden gedeeld,
ze wordt in stilte ondergaan.
Als sentiment, stemming,
gestemdheid is ze
nauwelijks overdraagbaar,
tenzij misschien in
muziek of
poezie.
~
~
Een prozaschrijver echter
~ en zeker zo'n analytische, op benoemen en begrijpen gerichte prozaist als Imre Kertesz ~
rest weinig anders dan een enkele keer een woord te laten vallen,
dan af en toe een subtiele
aanwijzing te geven.
~
Bijvoorbeeld ZO:
"ALTIJD heb ik een geheim leven gehad,
en altijd was dat mijn werkelijke leven."
Het is een losse mededeling in zijn dagboek,
gescheiden door twee witte regels.
Onmiddellijk erop volgt een citaat uit een ander dagboek,
dat van Johann Sebastian Bach:
"Heer, sta niet toe dat de vreugde mij verlaat."
Bach vertrouwde deze woorden
aan het papier toe
na de dood van zijn vrouw
en twee van zijn kinderen,
volgens een toelichting
van Kertesz.
~
Ruim twee jaar later,
na het overlijden van zijn moeder {op 10 april 1991},
zal K. een vergelijkbare bekentenis doen.
Hij waarschuwt zichzelf niet te vervallen in zelfbeklag,
niet te denken dat hij nu persoonlijk wordt gestraft.
~
"Het is dus oppassen geblazen,
ik moet proberen in contact te komen met het oergeluk dat in het diepst van elk wezen en ding aanwezig is:
met de schepping."
DIT is de enige keer
dat K. klinkt als Etty hillesum.
Als HIJ haar dagboekschriften en brieven zou hebben gekend,
zou hij ze met grote interesse hebben gelezen.
Hij zou ze even grondig bestuderen als de geschriften van Simone Weil,
die hij in het Dagboek van een galeislaaf
verschillende malen aanhaalt en
becommentarieert.
Maar bij alle sympathie
zou hij de nodige afstand
tot Hillesum bewaren, zoals hij ook doet
bij Weil.
K. is niet een mens om zich in grote gevoelens te verliezen,
HIJ is in de eerste plaats een beschouwer,
een doorgronder,
hij behoort tot de Pessoa~achtigen die ook voelen als ze denken,
vooral voelen DOOR te denken!
Daarbij heeft een leven dat geheel ten dienste staat van het 'hogere'
in zijn ogen iets leugenachtigs;
religiositeit zonder werkelijkheidszin en realiteitsbesef
telt voor hem niet.
Je moet je kop niet in het zand van de eeuwigheid steken,
zegt hij Nietzsche na.
ECHTE devotie begint voor hem met de aanvaarding
van absolute eindigheid,
met het besef
dat de mens
het moet klaarspelen
zonder hoop
of houvast.
MAAR WAT als die mens
tegelijkertijd geraakt wordt door de vreugde?
Ontstaat er dan geen conflict?
Bij K. niet, althans, als lezer voel je dat niet zo.
Dat komt omdat hij het heel goed kan stellen
zonder hoogste of laatste waarheden,
omdat hij het vermogen bezit
de dingen te laten
zweven.
~
~
Het niet-weten is bij Kertesz
een levenskunst.
~
~
"OF G*D/g*d WEL of niet
'bestaat' is
irrelevant.
We moeten in elk geval leven alsof
hij bestaat."
***












~
~

Asih, man, 81 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende