zwanger bij de bron & de berg van g d: isjmael ed


Mythologie,
mystificatie, verbeelding,
vermenselijking, verwoording in
sprookjes, verhaaltjes,
verdichting?!

De boeddha
Siddharta Gautama
& de masjiach Yehosjoea haNatsri
streven via wijsheid naar verlossing van pijn & eenzaamheid,
inzicht in ons bestaan, bevrijding van onderdrukking, onthechting van slavernij, groei in barmhartigheid, mededogen, liefde, zorgzaamheid:

ieder op eigen
wijze

...

Wereldburgers
ontmoeten elkaar
op de grenzen van tijd en ruimte
om hiervan zo getuigenis
af te leggen.




De kinderen van g d,
zonen & dochters v/d allerhoogste:
via engelen & christologie ontdekken we
wat er in ons omgaat & {h}erkennen we elkaar keer op keer
in eigen taal & teken ~
als wijsheidssymboliek
...

El{ohiem},
Yahweh, Licht,
Bron, Schepper, Woord,
Lied, Dans, Wind, Geest,
Adem als 1001
"benamingen"!

'n Gestalte
die namens de HEER
op aarde kan optreden,
is de Engel van de HEER:
deze engel bemoedigt Hagar in de woestijn
waarna zij concludeert dat die HEER tot haar gesproken heeft
[zoals tot ieder van ons via ons 'eigen' geweten]?
Deze engel spreekt namens de Heer tot Avraham/Abraham/Ibrahiem
wanneer hij zijn zoon Yitschak {of Isjmaeel volgens de moslims} 'wil offeren',
hij verschijnt aan Mosjeh in de brandende braam- of doornstruik,
& hij gaat voor 't volk Yisraeel uit als wolk bij dag & vuur bij nacht naar 't beloofde land:
de eeuwige werkelijkheid binnenin onszelf, de schat in de akker, 't licht in ons brein
& 't eeuwige verlossende woord dat kan worden gesproken in de naam
van de eeuwig aanwezige, komende/wordende binnenin
& rondom ons - 'n betoverde/onttoverde realiteit
die alles doordringt, ons
eten & drinken
geeft?!

Zie ook
GEN 16:7-13;
22:11,15; EX 3:2; 23:20-23; 32:34;
33:2; NUM 20:16;
22:22-35; SJO 2:1,4; 6:11-12;
13:3 etcetera.
'n Andere hemelse gestalte is i/d vorm v/d Wijsheid,
die volgens Spreuken 8 al sinds 't begin v/d schapping
"bij de Heer" was: IOV 28:12-28; MISJLEE/Spreuken 9.
Van Haar is te lezen dat zij tot ons zegt in o.a. MISJ
8:22-23, 27-31:

"DE HEER
SCHIEP MIJ AAN HET BEGIN
VAN ZIJN WEG,
NOG VOOR ZIJN WERKEN,
VAN OUDSHER!
UIT EEUWIGHEID
BEN IK GEVORMD,
VANAF HET BEGIN,
VOORDAT DE AARDE
ONTSTOND
{...}.
IK
WAS ERBIJ
TOEN HIJ DE HEMEL
OP ZIJN PLAATS ZETTE;
TOEN HIJ DE GEWELDIGE BRONNEN
VAN DE OCEAAN MAAKTE
EN DE ZEE HAAR GRENS GAF,
ZODAT HET WATER
ZIJN GEBODEN NIET MEER OVERTRAD,
EN TOEN HIJ DE GRONDVESTEN
VAN DE AARDE BOUWDE!
IK STOND ALS UITVOERSTER
AAN ZIJN ZIJDE
&
IK WAS ZIJN VREUGDE,
MIJ DAG IN DAG UIT VERHEUGEND
VOOR ZIJN AANGEZICHT,
STEEDS WEER OPNIEUW,
MIJ VERHEUGEND
OVER ZIJN AARDRIJK
EN IK VOND MIJN VREUGDE
BIJ DE MENSEN
..."
Een
engel van
de Eeuwige trof
haar in de woestijn
aan bij een waterbron, de bron
die aan de weg naar Sjoer ligt: "Hagar, slavin van Sarai,
waar kom je vandaan en waar ga je heen?" vroeg hij.

"Ik ben gevlucht voor Sarai, mijn meesteres,"
antwoordde ze.
"Ga naar je meesteres terug,"
zei de engel van de Eeuwige,
"en wees haar weer gehoorzaam!"

En hij vervolgde:
"Je bent nu zwanger
en je zult een zoon ter wereld brengen.
Die moet je Yisjmaeel noemen, want de Eeuwige heeft gehoord hoe zwaar je het te verduren had.
'n Wilde ezel van 'n mens zal hij zijn: hij schopt iedereen, iedereen schopt hem.
Met al zijn verwanten zal hij
in onmin
leven!
"

watikra
sjem-yahweh
hadovar eeleiha atah
eel raie kie amrah hagam haliem raietie acharei roie; al-keen kaea labe'er lachai roie hineh bein-kadesj oebein bared; weteeled hagar leavram been wayikra yisjmaeel; weavram ben-sjmoniem sjanah wesjesj sjaniem beledet-hagar et-yisjmaeel leavram

Toen riep zij de Eeuwige,
die tot haar gesproken had,
zo aan:
"JIJ
bent 'n g d van 't zien
want heb ik hier niet hem gezien
die naar mij heeft omgezien?"

Daaraan dankt de bron die daar is
zijn naam, Lachai Ro'ie: hij ligt tussen Kadesj & Bared.
En Hagar bracht een zoon ter wereld, en Avram noemde de zoon
die zij hem gebaard had Yisjmaeel.
Avram was zesentachtig
jaar toen Hagar
hem Yismaeel
baarde.

~@~

Maar
'n engel
van de Eeuwige
riep vanuit de hemel:
"Avraham, Avraham!"
"Ik luister,"
antwoordde hij.
"Raak de jongen niet aan, doe hem niets!
Want nu weet ik dat jij ontzag hebt voor G d:
jij hebt mij je zoon, je enige, niet willen onthouden!
"

Toen Avraham opkeek, zag hij een ram die met zijn horens verstrikt was geraakt in de doornstruiken.

Hij pakte het dier en offerde dat in de plaats van zijn zoon.

Avraham noemde die plaats
'De EEUWIGE zal erin voorzien'

Vandaar dat men tot op de dag van vandaag zegt:
"Op de berg van de EEUWIGE zal erin voorzien worden!"


Toen sprak de engel van de Eeuwige opnieuw vanuit de hemel tot Avraham.
Hij zei:
'Ik
zweer bij
mijzelf - spreekt de
Eeuwige: Omdat jij dit hebt gedaan,
omdat jij mij jouw zoon, je enige, niet hebt onthouden,
zal ik jou rijkelijk zegenen en je zoveel nakomelingen geven
als er sterren aan de hemel zijn en
zandkorrels op het strand
langs de zee, en jouw
nakomelingen zullen de steden
van hun vijanden
in bezit
krijgen!

En
alle volken
op de aarde
zullen wensen zo gezegend
te worden als jouw nakomelingen.
Want jij hebt
naar mij
geluisterd!
"

engel
02 mrt 2009 - bewerkt op 02 mrt 2009 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende