DAN
ANDERE MET
HÈT GODDELIJK ZAAD,
ZÓ BEZATEN OOK MENSEN
IN VERSCHILLENDE MATE VITALE KRACHTEN:
SOMMIGEN WAREN o.a. (VÉÉL) FÈLLER ÈN WÈLLÙSTIGER,
WEER ANDEREN JUIST WÍJZER & CREATIEVER, MUZIKALER & ARTISTIEKER?
Zogenaamde 'mannen g ds' waren in dìt opzicht bijzonder gelukkig: zíj waren in zeer speciale zin zijn 'zonen" èn hadden daarom ook 'n bijzonder intieme 'eigen relatie' met g d/'de god(delijk)heid! HÍJ kòn dáárom ahw. dóór hèn spreken: zíj 'vingen' zijn woord & daad als 't ware, & spuwden 't uit voor àl hun medemensen, die wellicht nog ietwat 'minder dicht bij g d' stonden?! Priester & profeet geloofden, dat die adem vol met speeksel, die uit hun mond kwam, als zij spraken als 'g ds boodschappers' (met & zonder wagentjes & mandjes), niet van hènzèlf, maar vanuit wat van g d was!? Zùlke woorden hadden, wanneer ze eenmaal geuit werden vanuit zichzelf 'n aandoen-lijke aansprekende bewegende kràcht! Zo konden ze niet alleen gebeurtenissen voorspellen, maar ze brachten ze nu ook zelf teweeg?
Geen wonder, dat bv. de begeerde burgers van Yeroesjalayiem hun gehele Yirmeyahoe samen met z'n sombere voorspellingen weg-stopten in 'n erg gladde diepe modderige pùt? Zij konden terecht zeggen dat híj de Babylonische legers 'ontmoedigt ... de krijgslieden die in deze stad overgeblev 38:4! Om dezelfde reden sneed de koning Yormeyahoe's boekrol vòl onheil in 1001 kleine stukjes èn wíerp die in het vuurbekken @ 36:23! Want het geschreven woord was nu al even MÀCHTIG als 't gesproken woord!!!
In de Sinaï-mythe schrijft YaHWeH zèlf met z'n Vinger de "TIEN zg. WOORDEN" of "GEBÓDEN" @ Exodus 31:18 & de aldus ingegrifte tafelen moesten daarna ìn een kìst ònder het altaar worden gestopt & zó als een manifestatie van G d vereerd worden vlg. DEUT 10:5 - g d was 'de laatste oorsprong van Hèt Rècht & DÉ TÙCHT: hìermee werd bedoeld: dé ordening v/d maatschappij tot stabiliteit, 't zéker voortaan ìn stand blijven houden van 'n evenwicht tussen tegenovergestelden, òp zìchzèlf dèstructieve, machten; dìt kon 't vastleggen van gedragscode- & fatsoensregels, waarop benadeelde partijen zich beroepen konden, mèt zich méébrengen, maar door g d gegeven 'wetten' waren niet eenvoudigweg 'n willekeurige 'gedragscode': 't was 'n àndere uitdrukking van natuurlijk evenwicht, van díe ordening der dingen, die al begonnen was tóen de overhand rúimte maakte voor 'de schepping' & Wèt was dus zodoende 'n gave van g d; i/h zg. SJEMITISCH wordt hetzelfde woord gebruikt voor 'RÈCHT', in godsdienstig kader 'aalmoezengeven', & speciaal i/h OT voor 'regen': zó gebiedt 'g d' via de profeet Yo'eel aan z'n toehoorders 'verheugt u inde HERE g d: want híj geeft u de Leraar der Gerechtigheid, ja, zijn regenstromen láát híj voor u neerdalen' in Joël 2:23! De Hebreeuwse 'Wèt'/Torah is, letterlijk, de 'uitgieting'; de 'wetgever' of 'leraar' ìs dé 'uitschenker', eigenlijk van 'zaad, genade èn gùnst'! [BALAN BAN URUDU NIG KALAG GA ~ BALAG GA ABSIN AGAG: Lifedepth high- yoke SUDUL AN IL SAGILLA ANDUL: protectie, àf- & bescherming, tederheid/genade/recht/zìn/vervulling & vervolmaking als grondwet!]