'onsterflijke
ziel!?'Het
eeuwige leven
als voortzetting van DIT leven,
maar dan onder een andere noemer:
hoe het christendom zich van deze troost
verzekerde is en blijft een nogal lang
'mydi'verhaal?
Maar
als we een aantal
bochten afsnijden, die voor het vertellen
ervan niet echt van belang zijn,
dan kunnen we aansluiten bij de,
zich al in het Nieuwe Testament
ontwikkelende idee, dat beelden
naar entiteiten
verwijzen!
ALS
ZELFS DAT TEVEEL
gezegd is, goed, dan NOG IETS
genuanceerder: de tendens om van woorden van verbeelding
een ECHTE WERELD, een wereld van achter onze horizont te maken,
is er best nog wel in terug te
vinden ...
Geheel
'in line'
met de geest van de tijd,
waaraan de auteurs van het Nieuwe Testament
[of ze nu jood zijn of Griek]
natuurlijk
[net zo min als wij]
konden
ontkomen!
De
onsterflijke ziel
vind je niet in de bijbel terug,
je vindt er WEL -althans in het NT -
dat mensen 'de dood
overleven'?
En
niets hinderde
de kerkleraars van de eerste eeuwen,
om daarin een verwijzing te zien naar het algemeen verbeide gedachtengoed van DIE DAGEN,
dat mensen een onsterflijke kern hebben,
gevat in een sterfelijk lichaam:
zoals een 'noot in den
dop' ...
Het
is erop
uitgelopen dat tot op de mydidag
van vandaag
in de kerkelijke leer
zowel als in de vroomheid het gegeven van
de onsterfelijke ziel tot het geloofsgoed van de christenheid behoort:
mensen gaan dood, maar ze gaan niet HELEMAAL dood,
er is een wezenlijk DEEL IN ELK MENS
dat overleeft!
Tot
eeuwige vreugde
[in de 'hemel'] of tot eeuwig [on]heil [in de hel?],
DAT nog maar even
'daargelaten'?
Een
geestige mydimens
is meer dan zijn/haar lichaam,
en dat MEERDERE is het geestelijke element [het ingredient,
kun je wel zeggen] van de ZIEL:
'het' overleeft de dood,
daar is de ziel
voor ...
~!@!~
De
onsterfelijke mydiziel
is bedoeld als omschrijving van een 'iets',
een wezen, zij het niet van lichamelijk [fysische] maar van geestelijke [metafysiche]
makelij ...
De
filosofen
van voorheen
hebben zich er met z'n allen op geworpen,
en het 'bestaan' ervan
als een bewijsbare 'waarheid' verdedigd:
BEWIJSBAAR?
Ja,
als je het bestaan
van een geestelijke wereld
achter onze stoffelijke aanneemt,
maar zo'n wereld kun je veronderstellen,
je kunt mensen uitnodigen om erin te geloven
[en als ze in nood gezeten zijn, doen mensen dat
maar al te graag?], maar het BLIJFT een geloof,
een groot geloof dat ik je zou afraden,
want het brengt je absoluut
'nergens'!
~!@!~
POGINGEN
om het bestaan van de ziel
op het vlak van de fysische wereld aan te tonen
zijn zelfs lachwekkend?
Volgens
een Zweedse onderzoeker,
las ik in de krant, zou de ziel van een mydimens wel degelijk bestaan, zelfs aantoonbaar, en ongeveer 23 gram
wegen ...
Want
opgemeten vlak
VOOR en VLAK NA het moment van sterven
bedroeg het lichaamsgewicht van de proefpersoon 23 gram minder toen de dood was
ingetreden!
Ik doe dat af als onzin:
heel die discussie over de onsterflijke ziel
is immers [nog steeds]
verdacht?
Jammer
dat sommieg
kerkelijke theologen HIER zelfs hun hele christendom
aan blijven ophangen: geen onsterfelijke ziel,
DAN ook geen
christendom ...
Wie
kwaad wil,
denkt:
DAT snap ik!
Het
'hiernamaals'
moet nu eenmaal 'bevolkt worden',
en DAAR zijn immers al die 'onsterfelijke zielen'
voor nodig?
Ik
houd
die hele mydivoorstelling voor mythologie,
en zelfs achterhaalde mythologie:
er zijn beter
pleisters!
~!@!~
De
onsterfelijke ziel is,
van huis uit, een ingredient van 'goddelijke makelij'?
Dat leerde, door de bank genomen, vrijwel geheel de hellenistische filosofie, en via HAAR kreeg 'het' zijn stevige plaats
in de christelijke
traditie
...
Een
mydimens
heeft 'iets' van "G D" in zich:
de notie van een onsterfelijke ziel moest DAT
'boven water
houden'?
Ik
val dat
'iets van g d' bij,
dat in mydimensen zoals wij zou huizen,
zoveel zal wel duidelijk zijn onderhand {?},
maar dan niet als
ingredient ...
"VOOR
EEN TIJD[JE]"
boort de idee dat we uit twee componenten bestaan:
een sterfelijk lichaam en een onsterfelijke [goddelijke ziel] als elementen,
de grond
in!
Voor
een tijdje
een plaats van g d:
verder kunnen mydimensen zoals jij en ik het niet brengen:
we zijn niet onsterfelijk en hebben ook niet een onsterfelijke component.
Als de levensgeest geweken is dan is het
over en uit.
#
