Zalig gnot: toverstaf & tovervis in keulse pot ...



Het
DROEVIG ZIEN
der EMMAUS-GANGEREN,
sproot uit hunne twijfelmoedigheid,
of JC waarlijk opgestaan, en weder levendig ware.

En wie kan vrolijk zijn, en aan die grondwaarheid twijfelen?

Zo YESJOEA niet is opgestaan, zijn de CHRISTENEN d'ongelukkigste der menschen,
en genieten hier, noch hier na, troost en zaligheid? Kan de ziel oit vreeslijker geprangt worden,
dan door twijfel aan haare zaligheid?

En waar en in wien is die te vinden, dan in JC en zijn opstanding?

De vraag, die JC zijnen reisgezellen doet, had deezen moeten leren,
dat hy meer dan hunn' aangezichten zag: schoon eenigen hunne droefheid daar toe zouden willen bepalen, maar als 't hart niet droevig is, zal men geene treurigheid in oogen en aangezichten lezen.


YEHOSJOEA IS GOD!


HIER
gaan wat mij betreft
die 'bijgelovige christenen' in de fout:
door de mens te vergoddelijken op heidense wijze.

Het ophemelen van de "Mensenzoon" op 'n voetstuk & dat aanbidden:
zoiets gaat mij te ver! De kern van Yesjoea's blijde boodschap' moge dan 'waar' zijn,
maar dat wil nu nog niet zeggen dat we daar ook allerlei malle heidense gevoelens & denkbeelden
aan vast zouden moeten knopen over 'de Moeder van God', 'de Vader van God', 'de Zoon als God' &
'de Geest als God'. De 'inhoud' klopt wel zo ongeveer als symboolstelling,
maar zoiets letterlijk opvatten & 'uitvoeren' is afgoderij & 'ketterij'
voor zover ik kan zien.

YESJOEA IS G D?

Ja, dan zijn wij dat ook!
Die NAAM "Yesjoe" betekent 'g d redt',
'g d' betekent 'de onbekende g d', de oorsprong van alle natuurwetten,
geestelijke vermogens & 'vertalingen'!

Maar je moet zoiets niet gaan verabsoluteren tot 't aanbidden van beelden, priesterkaste, ritueel & 'kerk'.

Ik haal Mat Gargon dus aan voor de contrastwerking:
hij [men] zag dat 'zo' 300 jaar geleden op grond van 'n bijbelopvatting van 1700 jaar daarvoor,
met alle gevolgen vandien? Wijsheid is nooit weg, maar je moet 't niet teveel gaan ophemelen, aanbidden, ritualiseren, verabsoluteren, dogmatiseren & verafgoden.

"G d"
[d.w.z. "zijn plaatsvervangers op aarde"
of 'de plantaardige/dierlijke/menselijke natuur']
beproeft inderdaad 'hart en nieren':
'hy' ziet de gedachten & kent de verholenste bewegingen en bedoelingen van mensen
door middel van ons geweten, 'bewustzijnsverruiming, verlichting', vermenselijking, 'bekering' e.d.,
en voldoet, ook in deezen, aan 't kenteken, dat de JOODEN van den "Messias" gaven,
dat hy de gedachten der menschen zoud weten, om dat van hem gezegt word:
ZIJN RIEKEN ZAL ZIJN IN DE VREEZE DES HEEREN

{YESHJAYAHOE 11:1 e.v.}:

WAYATSA CHOTER MIEGEZA YISJAI WENEETSER MISJARASJAW YIFREH;


Uit die stronk van Yisjai schiet 'n telg op, 'n scheut van zijn wortels komt tot bloei: de geest van 'g d',
de eeuwige zal op hem rusten: 'n geest van kracht & verstandig beleid, 'n geest van kennis & eerbied voor de eeuwige {die 'onbekende vriend' die altijd aanwezig is & 'komende in ons' als 'vertaler'/'doener'}!

Hij ademt eerbied voor de eeuwige: zijn oordeel stoelt niet op uiterlijke schijn, noch grondt hij zijn vonnis op geruchten.

WENACHAH ALAW ROEACH YAHWEH ROEACH CHACHMAH OEVIENAH ROEACH EETSAH OEGEVOERAH ROEACH DA'AT WEYIERAT YAHWEH; WAHARIECHO BEYIERACH YAHWEH WELO-LIEMAREH EINAW
YIESJPOT WELO-LEMIESJMA AZNAW YOCHIACH:


Over de zwakken velt hij een rechtvaardig oordeel, & de armen in het land geeft hij een eerlijk vonnis.

Hij tuchtigt de aarde met de gesel van zijn mond, met de adem van zijn lippen doodt hij de schuldigen.

Hij draagt gerechtigheid als een gordel om zijn lendenen en trouw als een gordel om zijn heupen.

Dan zal een wolf zich neerleggen naast een lam, een panter vlijt zich bij een bokje neer; kalf en leeuw zullen samen weiden en een kleine jongen zal ze hoeden. Een koe en een beer grazen samen,
hun jongen liggen bijeen; een leeuw en een rund eten beide stro. Bij het hol van een adder speelt een zuigeling, een kind graait met zijn hand naar het nest van een slang.

Niemand doet dan nog kwaad, niemand sticht onheil op heel mijn heilige berg.

Want kennis van de eeuwige vervult de [hele] aarde, zoals het water de bodem van de zee bedekt!

Op die dag zal de telg van Yisjai als een vaandel {'nees amiem'!} voor alle volken staan: dan zullen de volken hem zoeken en zijn woonplaats zal
schitterend zijn!

Zoiets moet
[en kan] je niet bezoedelen
door afgoderij, huichelarij, ophemelarij & larie ...
Maar te vriendlijk, te nadruklijk was des Heilands vraage, om die onbeantwoord te laten:
dies wat KLEOFAS, een der twee reizigers, het woord, en doet eene wedervraage:
ZIJT GY ALLEEN EEN VREEMDELING TE YEROESJALAYIEM
[zegt hy],
EN WEET DE DINGEN NIET, DIE DEEZER DAGEN DAAR GESCHIED ZIJN?
Als hy de vraage dus met eene wondervraage beantwoord,
geeft hy niet alleen klaar genoeg hunne droefheid- en handel-stoffe te kennen,
maar verbergt zich ook voorzichtiglijk, om van de JOODEN niet achterhaalt,
en van deezen onbekenden niet verstrikt te worden.

Want het zy,
datze hunnen reigezel voor eenen JOODSCHEN LEERMEESTER,
of voor eenen der inwoonderen van EMMAUS, of YEROESJALAYIEM, aanzagen, de voorzichtigheid vereischte, datze niet volmondig uitkwamen, & zich in hachlijk gevaar bragten, om in handen der doldriftige JOODEN te vallen.

GENOEG NU!
Tijd voor iets anders?
Misschien tot straks
of later.
engel
14 jul 2009 - bewerkt op 14 jul 2009 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende