Het
nieuwe hoogtepunt
van de wet als een karakteriserende realiteit
in het leven van G*D
schept een nieuwe kwetsbaarheid in hem,
niet zoals vroeger een kwetsbaarheid voor rivaliserende goden,
maar voor rivaliserende wetten of
equivalenten van
de wet?
DIT
is het verborgen drama
in een van de minst gelezen boeken van TeNaCH:
SPREUKEN!
G*D's wet,
die in de Psalmen beschouwd wordt
als zijn belangrijkste en duurzaamste zelfexpressie,
geeft in Spreuken veel terrein prijs
aan een omvangrijker, anonieme en onpersoonlijke traditie
van wereldlijke wijsheid,
en dit alternatief voor de wet
wordt 'gepredikt'
door een volstrekt onverwacht alternatief voor de profeten -
namelijk
Vrouwe Wijsheid,
een mysterieuze, allegorische combinatie van
godin, profetes en
engel .......
De
subtiele verschijning
van Vrouwe Wijsheid
als G*D's rivale EN zijn dienstmaagd of partner
gaat vergezeld van
een paradoxale omkering van de rol
die de Psalmen toeschrijven
aan G*D!
In
de Psalmen is G*D
de borg voor rechtvaardigheid
in een wereld van karma zonder samsara -
dat wil zeggen
een wereld waarin de goeden beloond en de slechten gestraft worden
tijdens hun leven of
in de persoon van hun kinderen of
kleinkinderen ...
IN SPREUKEN
ligt dat heel anders;
daar verschijnt G*D voor het eerst als het mysterieuze wezen
dat geraadpleegd moet worden en
van wie hulp moet worden verkregen
als precies het tegenovergestelde gebeurt -
dat wil zeggen
als blijkt dat de goeden worden gestraft en
de slechten
beloond!
G*D
wordt nog steeds erkend als de schepper,
via Wijsheid,
van een wereld
die in het algemeen
een immanente morele orde bevat -
met andere woorden
een wereld waarin globaal genomen
beloning voor de goeden en bestraffing voor de slechten
een natuurlijk en daarom automatisch
resultaat
zijn ...
Men
verwacht niet van G*D
dat hij ad hoc
tussenbeide komt met
beloningen en bestraffingen
om deze morele orde te
garanderen?
Deze
ontstaan
als het intrinsieke resultaat van de beschaving van de mens of,
anderszins,
door menselijke wijsheid,
iets wat soms gekarakteriseerd wordt als
toewijding aan Vrouwe
Wijsheid!
G*D
creeerde de wereld
door middel van haar, zegt Spreuken,
en zij beschermt het normale en gewoonlijk welwillende functioneren
van de wereld!
G*D
helpt alleen maar direct,
of wordt geacht te helpen, bij onaannemelijke, onvoorspelde,
onwelkome
gevallen ...
Om
kort te gaan:
als alles goed gaat,
zoals Spreuken verwacht,
wordt G*D erkend als de schepper van de wereld waar alles goed gaat,
terwijl als het misloopt,
G*D erkend wordt als de bron EN de verklaring van
uitzonderingen
op de regel!
G*D
is ondergeschikt
zoals een fotolijstje ondergeschikt is?
Hij is niet vaak in beeld maar het beeld
heeft hem
nodig ...
Deze
quasi-negatieve
maar noodzakelijke omlijstingsfunctie van G*D
is de betekenis van een spreuk -
"De vreze des Heren is het begin van de wijsheid" -
die bijna als een mantra driemaal herhaald wordt in Spreuken
{1:7, 9:10 & 15:33},
ten minste EEN keer in de Psalmen {111:10} en elders
in deze boeken met kleine
variaties ...
In een wereldlijke formulering
zou de betekenis ervan kunnen luiden:
"Het eerste wat een mens van begrip moet begrijpen is
dat er veel is wat we nooit zullen
begrijpen!"
De mens zal altijd proberen
het leven naar zijn hand te zetten,
en Spreuken beveelt dat aan!
Maar iemand die niet erkent
hoeveel zaken onontkoombaar buiten zijn bereik zullen blijven,
is gedoemd tot frustratie en
wanhoop?
Gezond verstand is
bij wijze van spreken nooit meer
dan een opengekapte plek in het woud,
en het is maar beter om dat vantevoren
te weten!
Spreuken 16:1-4 geeft een uitgebreide toelichting op deze visie,
die centraal staat in het huwelijk van
ToRaH en Wijsheid:
- "De mens kan zijn gedachten ordenen,
maar wat hij zegt is afhankelijk van de Heer!
Alle wegen van een man mogen hem juist toeschijnen,
maar de Heer beproeft zijn motieven ...
Vertrouw de Heer uw zaken toe,
en uw voornemens zullen slagen!
De Heer heeft alles met een bedoeling gemaakt,
zelfs de onrechtvaardige voor
een kwade dag?" -
Deze laatste zin
kan niet zo gemakkelijk worden getransponeerd
naar een wereldlijke toon
omdat precies op dit punt de wereldlijke wijsheid haar grens bereikt,
zowel destijds
als NU.
Maar we moeten toch erkennen
dat Spreuken 16:4 een geheel nieuw en zeer ontraditioneel antwoord is
op de onverbloemde smeekbeden van Psalmen
dat de Heer de boze vijanden van de smekelingen op hun plaats zet,
ze hun verdiende loon geeft en
de rechtschapen enkeling
geeft wat hem
toekomt?
"NEE," zo wordt de Heer hier geacht te antwoorden, "IK heb hen met
een doel gemaakt en [dat wordt duidelijk ge-impliceerd]:
u moet hen verdragen!"
DIT is zowel
een drastische beperking
als een drastische herziening van G*D's rol
als protagonist van de Bijbel?
In zekere zin
wordt de mens nu de protagonist
en G*D de antagonist!
De gelukkiger resultaten
worden geweten aan menselijke inspanning,
en G*D wordt uiteindelijk verantwoordelijk geacht voor die keren
dat de tegenstand - menselijke tegenstand en die welke door de diverse
omstandigheden wordt veroorzaakt -
onoverkomelijk blijkt te zijn?
Hij wordt op een opmerkelijke manier
de personificatie van al die dingen gemaakt;
en als zodanig wordt hij zo niet de verklaring ervoor,
dan toch op z'n minst een naam ervoor ...
Met andere woorden,
in plaats van te zeggen 'we kunnen het niet ontcijferen',
zegt Spreuken 'we kunnen HEM niet ontcijferen' ...
Wereldlijke, eigentijdse formuleringen
neigen ertoe om dat wat Spreuken persoonlijk maakt,
onpersoonlijk te maken?
Bijvoorbeeld:
'in elk leven zit er altijd wel wat tegen' of
zulke lelijke, recenter versies als 'het leven is klotuh en dan ga je dood!',
of 'ellende overkomt je gewoon!' ...
Maar dit zijn eigenlijk
geen goede herformuleringen van Spreuken 16:4,
omdat ze op geen enkele manier erkennen dat het leven
het begrip van de spreker
te boven gaat?
Integendeel,
ze zijn zelfvoldaan in hun overtuiging dat alle relevante gegevens
onderzocht zijn en dat dit de bittere
uitkomst is?
Om te vermijden dat ze pretenderen
alwetend te zijn,
zouden ze op de een of andere manier het mysterie moeten erkennen,
waardoor ze minder absoluut wereldlijk worden
dan ze willen zijn?
Het vers
"De Heer heeft alles met een bedoeling gemaakt,
zelfs de onrechtvaardige voor een kwade dag", kan heel troostend
zijn geweest voor degenen die het schreven en levend hielden,
vanwege het uitgangspunt dat de Heer goed was,
maar hetzelfde vers
kan zelfs bevrijdend werken als
slechts wordt aangenomen
dat de Heer mysterieus is of,
op een wat lager niveau,
dat het leven zelf een mysterie is en
niet gewoon een zootje?!
Om kort te gaan,
liever een nederige
maar tenminste potentieel barmhartige onzekerheid, dan
een trotse en onvermijdelijk masochistische
zekerheid?
EN TOCH is het nauwelijks
een triomfantelijk ogenblik voor
G*D zelf?
Nu de wereld eenmaal aan het draaien is,
wordt G*D alleen maar opgeroepen als de zaken er
allerbelabberst voorstaan,
dus is hij bijna gedwongen altijd en alleen maar
zijn slechtste zelf te zijn?
"TROOST, troost mijn volk" is een zin
die hij niet meer zo vaak zal kunnen uitspreken?
Bij de meeste problemen troost de mensheid zichzelf of
heeft zij het aan zichzelf te wijten!
Er is helemaal geen vraag
naar G*D's pas ontdekte tederheid!?
In plaats van een troostende persoon lijkt hij hier
in het beste geval
een semi-troostende aanname te zijn en
in het slechtste geval
de oude
vernietiger?!
SPREUKEN te lezen
na PSALMEN is zoiets
als het verlaten van het geprevel in een drukke myDikerk
waar verborgen kwellingen en buitensporige verwachtingen
stuk voor stuk pijnlijk zichtbaar kunnen worden,
om vervolgens de drukke levendigheid op
het myDiplein voor de kerk te betreden,
dat dichtbij genoeg is, zeker,
maar toch buiten!
HIER BUITEN
in het myDidaglicht
staat misschien veel minder op het spel,
de enige welsprekendheid is het ongepolijste sarcasme van
een gevatte conversatie,
en toch heeft de verandering
iets verkwikkends!
Iedereen 'gelooft' nog in G*D,
noemt hem terloops in bijna elke zin,
maar iedereen schijnt ook wel wat anders dan hem
aan zijn hoofd te hebben
en meer te vertrouwen op het 'gezond' verstand dan
op vader of grootvader G*D -
want de Heer G*D begint nu inderdaad meer en meer te lijken op
een wat ouder familielid dat in naam nog steeds
het 'gezinshoofd' is,
maar dat niet meer zo actief is
in het leidinggeven?
In het huwelijk tussen ToRaH en Wijsheid in Spreuken
verdiept ToRaH - of althans de Heer die door ToRaH erkend wordt als de
auteur - Wijsheid!?
Maar Wijsheid verruimt ToRaH en fleurt hem op
door dingen te bespreken als karaktervorming en voorzichtigheid,
onderdelen van de menselijke morele ervaring
waar ToRaH gewoonlijk over
zwijgt ........
Maar het VERRASSENDSTE kenmerk
van deze nieuwe synthese is dat de profetie,
waarover het boek Psalmen zo pijnlijk zwijgt,
er in zekere zin in herleeft als
Vrouwe Wijsheid
die predikt op de hoek van de straat
{niet als een NSB'er, een linksradikaal of een andere sectarische betweter!}
..............
Maar wat voor soort profetie predikt zij dan?
Zonder bezielde aanklachten en
extatische visioenen,
zonder enige vermelding van andere landen en voorspellingen
aangaande een of andere apocalyptische ondergang
heeft zij de manieren van een profetes,
maar haar boodschap gaat nauwelijks verder dan:
"ALS je jezelf voor aap zet,
zeg dan niet dat
IK je niet gewaarschuwd heb?!"























