DE
vraag is uiteraard
of mensen zich door deze opdracht zullen laten storen
en of ze deze zullen kunnen
vervullen
DIT
voorteken van Genesis moet ingebracht worden
in het mydigesprek
over de ethische vooronderstelling van
Nagy.
Het maakt immers verschil of de ethische inzichten
fungeren
binnen de structuur van het verhaal van
Genesis
of van die van andere
myDiverhalen.
Onze cultuur wordt immers niet vanzelfsprekend bepaald
door Genesis.
Er
waren verschillende 'myDiverhalen'
rond,
die hun invloed op ons denken en handelen
doen gelden.
Geen van deze verhalen heeft vanzelfsprekend
de status
van universele
geldigheid.
Ze kunnen
onder omstandigheden
een zekere evidentie krijgen
en onze keuzen
bepalen.
Het loont dan echter niet om
blindelings voor EEN verhaal te kiezen
en andere te verdringen en
te vergeten.
Er is
geen andere weg
dan zich bewust te worden van de verschillende verhalen
met het oog op een vrije,
verantwoorde
keuze.
Dominante verhalen zijn
niet onschuldig.
Ze geven onderricht in de elementen van
het menselijk bestaan.
Zijn deze elementen een ensemble
van verhoudingen,
die elkaar oproepen en elkaar in beweging brengen en in
voortdurende beweging
houden?
OF zijn het elementen
die door het spreken van een bepaalde g*d
benoemd worden en zin en richting
krijgen?
EN is deze G*D op zijn beurt
weer aanspreekbaar op wat daar
geschiedt?
In het vervolg
op 'wording en werking'
brengen we twee klassieke miniatuurverhalen
bij elkaar
waarin op mythische wijze
de elementen van het bestaan
worden bezongen ...
Het is
een fragmentje uit het leerdicht van
Hesiodotusover de wording der Goden en
een even klein fragmentje uit het scheppingsverhaal van
Genesisover de werking van
de Geest.
BEIDE verhalen sluimeren reeds
enige duizenden jaren
in de collectieve schatkamer
van de West-Europese
cultuur.
SOMS rusten ze
schijnbaar
harmonieus in elkaars armen.
Maar bij de momenten van ontwaken
zien ze elkaar
met diep en onverholen wantrouwen aan.
WIJ gaan
met BEIDE om.
Ze zijn mij zo eigen geworden,
dat ik de EEN niet kan prijsgeven
voor de Ander.
Ik voel mij
op het breukvlak van de beide verhalen staan
en voel de uitdaging van de eigen keuze in deze fase van onze cultuur
hernieuwd op mij af komen.
Maar KAN ik wel
kiezen?
De praxis waar de
'praktisch theoloog' op gericht is
staat op DAT breukvlak
en is gediend met verheldering en bewustwording
met het oog op de eigen
vrije keuze.
~

~
