Mijn wederhelft van de andere kant van de wereld is in Israel dus hier is het lekker rustig!
Het heeft intussen weinig zin om ongeloof een geloof te noemen. Wat de reformatorisch protestantse en
de rooms katholieke heren ministers Piet Hein Donner en Ernst Hirsch Ballin geloven is hun mening, niets meer en niets minder. Zij noemen hun mening een geloof, en dat is natuurlijk prima, dat moeten ze dan
ook helemaal zelf weten, maar het is & blijft een mening! Als wij zeggen dat wij hun meningen niet delen,
dan houden wij er kennelijk andere meningen op na? De ministers noemen mijn mening 'n geloof omdat zij hun eigen meningen zo noemen, & alle meningen die daarvan afwijken heten dus ook 'geloof'. Indien
Donner nu gezegd had dat ook ongelovigen 'n soort van religieus uitgangspunt hebben, dan was hij zijn
wijsbegeerte, de Wijsbegeerte der Wetsidee trouw gebleven: wisten we wat hij bedoelde. Als niet-geloven
ook 'n geloof is wat voor 'n soort van geloof is 't dan? Die uitspraak verraadt bovendien vooringenomen-heid, want geheel en al gedacht vanuit [christelijk] geloven als de normale, en zelfs normatieve situatie:
geloven is de standaard, niet-geloven de afwijking. Ik begrijp de irritatie die sommige mensen bekruipt
als ze zo worden neergezet, & als ze dan ook nog eens moeten blijven horen dat hun ongeloof eigenlijk
'n geloof is! Wat de hoofdrol speelt is iets anders. Als ook de niet-gelovige een geloof heeft, brengt dat volgens Donner consequenties mee voor 't optreden van ongelovigen op publiek terrein. Net als gelovi-gen moeten ook niet-gelovigen daar inbinden, & hun ongelovigheid niet uitleven ten overstaan van de
anderen. Moeten ze dat: inbinden? En wat is dat dan eigenlijk? 'n Beetje minder ongelovig zijn & ietwat
minder kritisch ten aanzien van wat zoal her & der wordt geloofd? Of vooral ook minder kritisch tegen 'n
gevestigde religie zoals 't christendom? Het publieke domein is niet uitgevonden als vervanging voor 'n
godsdienstig geloof maar als domein waar godsdienstig geloof niet meer de dienst blijft uitmaken zoals
bijna 2000 jaar lang 't geval leek te zijn geweest! Wie daarvoor zijn hand in 't vuur steekt, die doet het- zelfde als wat Donner doet als hij zegt de seculiere staat te willen handhaven. Met geloof of ongeloof, & met theisme of atheisme, heeft dat in de bres treden weinig of niets te maken: 't is 'n praktische maat-regel die het samenleven van mensen met verschillende religieuze achtergrond mogelijk maakt. De se-culiere staat is geen product van welk geloof dan ook, maar eveneens geen product van ongeloof, en 't
wordt ook niet door een geloof, en al evenmin door ongeloof in stand gehouden. Donners keuze voor 't
woordje geloof gaat ervan uit dat geloofsvoorstelling [God, hemel, hel e.d.] naar 'n echte werkelijkheid zou [kunnen] verwijzen. Dat mag inderdaad iedere gelovige doen als men dat zo vreselijk graag wil, al-licht, maar of onze kijk op de wereld nu religieus is of niet-religieus, zowel in het ene als in het andere
geval zijn we met menselijke, door mensen bedachte interpretaties van het bestaan bezig. Dat minister
Donner [e.d.] daar anders over denkt, daar kan ik niets op tegen hebben, behalve dan wanneer ik hem
[in 't al eerder & vaker genoemde artikel] hoor zeggen: "Geloof dat houvast vindt in 'n waarheid
buiten de menselijke werkelijkheid biedt meer orientatie dan een houvast in de dagelijkse werkelijkheid!"
Ten eerste is ook een waarheid buiten de menselijke werkelijkheid altijd nog [steeds] 'n door
mensen bedachte waarheid, 'n bedenksel! Maar afgezien daarvan: in die regel spreekt Donner niet voor
zichzelf maar verheft hij zijn geloofsopvatting tot 'n algemene waarheid, die ~ alsnog ~ de samenleving
in tweeen verdeelt, in mensen die meer orientatie in huis hebben [de gelovigen], en mensen die minder hebben [de niet-gelovigen]!? Dat moet wel arrogant overkomen, het kan niet meer missen! Of is dat nu juist de bedoeling?


