Wat is het karakter van deze goddelijke liefde ...
FL219/220/Hoe maakt Yesj
z'n discipelen, volgelingen & volksmassa's duidelijk
wat het karakter is van die goddelijke liefde (waar hij blijkbaar zo vol van is geraakt rondom het jaar '30'
& die liefheeft zonder er dwangmatig liefde voor terug te verwachten, die vrijblijvend geeft
& uit pure goedheid 'het beste met elk levend wezen voorheeft'?
Hij gaat blijkbaar vooral uit van datgene wat ze al het best kennen:
de Schrift & de Wet van Mosjeh, & neemt daarom dan ook de befaamde 'gouden regel' voor zijn rekening
die we i/d bijbelboekrollen vinden, maar ook in alle andere oude culturen:
"DOE EEN ANDER NIETS AAN DAT JIJZELF VERAFSCHUWT!"
(Tobit 4:15)!
Maar (ook) wil hij deze regel een nieuwe reikwijdte meegeven & hem ÈCHT universeel gaan maken: de bijbelboekrollen sporen ons namelijk wel aan tot naastenliefde vlg. LEV 19:18, wat ook wordt benadrukt door verschillende talmoedgeleerden, zoals bv. rabbi Akiva, die naasten-liefde 'het hoogste voorschrift v/d wet' noemt. De bijbelse omschrijving v/d 'naaste' blijft echter beperkt & is meestal nog verbonden met de verwantschap aan 'hetzelfde volk'!? Pas i/d eerste helft v/d eerste eeuw breidt Philo @ Alexandria, 'n joods filosoof uit de Griekse cultuur, die ook verder uit tot vreemdelingen, die je volgens hem 'niet alleen als vrienden, als ouders, maar als jezelf' moet liefhebben (geen wonder als je in gedachten houdt dat zo'n 300 jaar daarvoor Alexander doorstootte tot ergens vlakbij Kashmir & dat boeddhistische monniken Alexandrië al bezocht hadden rondom het spiljaar "NUL"!)? Yesjoea wil deze gulden regel, die ook bij de grieken & de romeinen alleen aan de vrienden & de burgers is voorbehouden, op ÀLLE mensen laten slaan: op mannen, vrouwen, kinderen & vreemdelingen! Waarom 't nu nog steeds gaat ...
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende