wakker worden & in slaap vallen tussen regels door


Al
die mydibijbelverhalen
blijken dus allemaal
even [on]belangrijk: 't gaat
uiteindelijk over elk moment
van alle mensen op alle plaatsen
in tijd & ruimte:
bestaan al die mensen,
tijden & plaatsen?
Wat is echt & wat is onwerkelijk?
Wat bij- en/of hoofdzaak?
Wat doet er toe & wat niet?
Allemaal open vragen waar g d als 't ware tussenin schittert
als 'n ongrijpbare edelsteen, 'n onbegrijpelijke waarheid
die vrijuit komt
& gaat
...

Ook
't verhaal
van Yehosjoea's intocht
in Yeroesjalayiem [Mark 11:1~11]
is van belang: eerst is het nog
onduidelijk of Yesjoea's uitspraak over het veulen:
"De Heer heeft het nodig!"

[11:3]
op hemzelf,
op G d of op de eigenaar van het veulen slaat?
Wanneer hij echter Yeroesjalayiem binnenrijdt,
dan wordt hij toegeroepen met de woorden van Psalm 118:26, die luiden:
"Hosanna! Geze-gend hij die komt in de naam van de Heer!"

[11:9]:
zo wordt hij duidelijk in nauw verband gebracht met de HEER,
'yhwh', "Zijn Vader" ~ de 'eeuwig aanwezige komende/wordende' in/onder mensen!!
Een verhulde aanwijzing over Yehosjoea's bijzondere afkomst {'genetisch/sociaal'}
geeft 't euangelie van Marcus ook vlak voor het einde van zijn beschrijving
van Yesjoea's publieke optreden
[12:35~37].

Yesjoe
stelt daar
de vraag hoe
de schriftgeleerden konden zeggen
dat de Masjiach een zoon van David is.
David had in de psalmen toch, geinspireerd door de Geest, zelf gezegd:
'De Heer sprak tot mijn Heer:
"Neem plaats aan mijn rechterhand, tot ik je vijanden onder je voeten heb gelegd!"'
[12:36 & Psalm 110:1]!
Yesjoe vraagt daarop hoe het mogelijk is dat,
als David de Masjiach Heer noemde, die Masjiach tegelijk Davids zoon is.
Op deze geheimzinnige woorden volgt geen reactie en evenmin een uitleg.
Toch is de strekking ervan voor 'n goede verstaander wel ongeveer duidelijk?
De lieve mydilezertjes van dit euangelium weten inmiddels wel dat Yehosjoea 'de masjiach' is
{de gezalfde, beloofde verlosser e.d.}?! [Zie ook de reeds eerder & vaker aangehaalde
Mark 1:1; 8:29 e.d.]! Hieruit volgt
dat hij op verhulde wijze over zichzelf
& over zijn toekomstige 'verhoging tot aan G ds rechterhand' sprak:
ook David zou daarvan alreeds hebben geprofeteerd
zo'n 1000 jaar daarvoor?

Dit onderricht betekende
dus dat nu deze Yehosjoea als "Masjiach"
koning David [ver] te boven ging!
Zodat David hem dan ook 'mijn Heer' noemde,
ook al stamde Yesjoea tevens van David af?
De vraag hierbij is & blijft dus wel, op welke wijze
Yesjoe als masjiach koning David te boven ging!
Gold dat, van David uit gezien, alleen maar voor de toekomst,
aangezien Yesjoea's verhoging tot aan G ds rechterhand nog in de toekomst lag?
Of stelt Yesjoe: ~ of in dit geval 't evangelie van Marcus ~ het zo voor
dat David tijdens zijn leven, toen hij deze psalm dichtte, de masjiach 'mijn Heer' noemde
omdat hij hem als zodanig erkende, ook al lag diens verhoging nog in de [verre] toekomst?
In dat geval gaat de Masjiach in tijd aan David vooraf & suggereert dit evangelie
in voor ons nogal raadselachtige taal dat de oorsprong van Yehosjoea
als Masjiach niet [alleen] dus maar bij zijn conceptie, geboorte, hope
& dope, gezocht moet worden, maar alreeds in verre, lang vervlogen tijden
[als een soort van menselijk oergegeven
van alle tijden, plaatsen, mensen
en 'g dsdiensten']?!

Dan zou deze passage
'n belangrijk, maar verhuld getuigenis van Yesjoea's pre-existentie kunnen zijn ...
Ik denk inderdaad dat deze tekst zo kan worden uitgelegd: voor deze visie doet 't er verder
weinig toe of Yesjoe dit "ECHT ZELF ZO" heeft gezegd [of niet]! Maar ik meen wel
dat die exegeten die voor de authenticiteit van dit [soort] onderricht pleiten,
zeker gelijk zouden kunnen hebben: mensen verlangen nu eenmaal
naar verdere zingeving, koersbepaling, perspectief,
diepte, hoogte, breedte & lengte
van 't bestaan!

Ieder mens
[alle vaders, moeders,
kinderen, pubers & adolescenten/volwassenen?]
is uit op menselijker grensbepaling van 't leven:
we willen weten waar we aan toe zijn, wat [on]mogelijk is
& wat te doen en/of te laten, waarom & hoezo ~
al onze dromen, bewustzijnsverruimingen & ~vernauwingen duiden op mythen
en legenden ~ de behoefte aan mydibijbelverhaaltjes ook in eigen tijd & ruimte ~
diep vanbinnen & rondom ons ~ 'n verband tussen toeval, noodzaak,
mogelijkheden, vergezichten in verleden & toekomst ~
ons nu [en hier] is deel van een groter geheel:
ons hele leven lang proberen we daar
telkens weer 'n mouw aan te passen
& 'erachter' te komen,
ons tijdelijke bestaan
[indien mogelijk]
aan te kleden,
op te sieren,
uit te kleden &
ermee te spelen
tot slaap
volgt
...
blozen
engel
OK!
16 sep 2008 - bewerkt op 16 sep 2008 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende