Waar ben je & wat & wie ben je? Men{s} stelt zich

vragen

Zodra
we ons
bewust zijn geworden
van onze verlangens en toegeven
aan onze behoeften
worden we er min of meer van
afhankelijk?

Als
'de Heer'
uitroept:
"Waar ben je?",
geeft hij dan
zijn eigen
behoefte toe?

Compromitteert
hij dan bewust
het absolute
van zijn soevereiniteit?
Mist hij hen,
eenvoudig gezegd?

Vormen
de twee mensen,
in hun nu 'schandelijke verlangen'
naar elkaar,
alleen maar een perfecter beeld
van hem,
die zo naar hen verlangde
dat hij hen schiep,
maar pas naderhand begreep
wat hij had
gedaan?

Is dit het
wat hem woest maakt -
dat zij hem laten zien
dat hij geen meesterschap uitoefent maar
behoefte voelt?

En is hij,
nu zijn woede bekoeld is,
beschaamd over
zijn eigen verlangen en
gedwongen zijn schaamte
te bedekken
door die van hen te
bedekken?

Waarom
wordt de heer god,
vlak na zijn woedeuitbarsting,
plotseling zo teder
en verbindt hij als het ware
de wond die hij
net heeft toegebracht?

Bedenk
dat de heer god niet domweg
kleren van vellen uitreikt
aan zijn beschaamde, bestrafte en vernederde
schepsels;
hijzelf bekleedt hun naakte lichamen ermee.

Deze
quasi-ouderlijke daad,
zo plotseling en zo intiem,
is karakteristiek voor de heer god,
zoals zelfs wij tot op de huidige dag
nog kunnen merken
in onze wederzijdse reacties in myDi
en daarbuiten?

Onze
menselijke tederheid is
ontwapenend,
maar zij maakt de tegenstrijdigheid
alleen maar beangstigender,
want dezelfde heer god
(ook wijzelf dus
als het ware?)
die teder is voor zijn 'kinderen',
'schepsels' en
'beelddragers',
zegt in het volgende vers
(Gen 3:22):

"NU
de mens
geworden is
als een van ons
door de kennis van
goed en kwaad,
stel
dat hij zijn hand zou
uitstrekken
en ook van de boom van het leven zou nemen
en eten,
en hij zou voor eeuwig
leven."

Alweer
wordt bewezen
dat de slang de waarheid sprak
toen zij zei:
"Je zult niet sterven,
maar god weet dat
zodra je daarvan
eet,
je ogen geopend zullen worden,
en jullie
als de goden zult zijn,
kennende goed
en kwaad."
(Gen 3:4-5)

Volgens
de getuigenis van
de heer god zelf
is dit precies wat er gebeurd.

Maar waarom
probeerde de heer god
te verbergen dat dit zou gebeuren?
En waarom probeerde de heer god te voorkomen
dat de mensheid
voor eeuwig zou leven?

Als gods enige motief
om de mens te scheppen was
dat deze zijn eigen beeld
zou zijn,
en als god zelf
het eeuwige leven heeft,
waarom zou de mens dan niet het eeuwige
leven mogen hebben?

Zou onsterfelijkheid
- als de heer god haar maar zou toestaan -
de gehoorzaamheid van de mens aan gods enige
duidelijke bevel
niet vergemakkelijken:
"Wees vruchtbaar en word talrijk;
vervul de aarde en onderwerp haar"?

De bezorgdheid
die de heer god toont,
brengt ons terug bij onze eerdere vaststelling
dat zijn bedoelingen op een dreigende manier
de vermoedelijk vijandige bedoelingen
van de slang omvatten?

De heer god,
'halfbewust als hij is'
{het lijkt waarachtig wel een mens!},
lijkt een dubbelspel te spelen.

Zijn uitleg, zijn besluit
dat de mensheid niet
'wordt als een
van ons'
spreekt hij niet uit
tegen de eerste mensen.

Nee,
hoewel dit duidelijk de waarheid is,
acht hij deze,
ongerust als hij is,
niet geschikt voor hun oren of
andere vormen van menselijke
consumptie.

- G*D -
- verheven, standvastig en oprecht bij zijn scheppingsdaden -
is als de Heer God
intiem,
wispelturig en geneigd tot
duistere spijt
en nog duisterder dubbelzinnigheden
geworden
...

De Heer God is G*D!

Er zijn geen twee protagonisten in deze tekst,
slechts EEN!

Maar deze ENE protagonist
heeft twee
opvallend
verschillende
persoonlijkheden
...

Net als wij
in myDi
...

ch@i

liefdesverdrietverliefdliefdesverdriet
vrolijkknipoogerg vrolijkcool!verdrietignahnahbah!gaap!verwardgemeen
liefdesverdrietverliefdliefdesverdriet
16 mrt 2004 - bewerkt op 30 nov 2007 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 81 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende