*
De sociaal-economische
myDi-relevantie
van het sjabatsgebod
{naderhand:
zaterdag/zondag/vrijdags-
'heiliging'}
klinkt door
in de vertaling:
"Denk aan de vrije dag,
dat je die
van kracht maakt!"
Het traditionele woord
'heiligen'
wordt daarbij geinterpreteerd
in de zin van
'van kracht maken'.
De opdracht luidt dan:
maak EEN dag in de week
zo sterk,
dat hij niet bezwijkt
onder de eisen van het arbeidsproces.Daarvoor moet iets georganiseerd worden:
de eisen moeten duidelijk gerelativeerd worden
en er moet bewust en energiek ruimte en
tijd vrijgemaakt worden.
Door niets te doen wordt die dag vanzelf
een werkdag.
Het woord 'sjabath' is
zo seculier mogelijk
vertaald met 'vrije dag'.
Ik wil daarmee de hypothese ondersteunen,
dat het hier in de joodse traditie gaat
om de secularisering van wat oorspronkelijk
een religieuze 'taboe-dag' was.
In Israels traditie - zo lijkt het - heeft de sjabatsrust
zich ontwikkeld
in anti-these met de Babylonisch-Assyrische gewoonte van
de 'taboe-dagen'.
Het ritme van de sjabat werd losgemaakt
van het ritme van de natuur,
c.q. de maanstanden en maandstonden,
en werd veranderd in een eigen onafhankelijk ritme
van eens in de zeven dagen.
DAT wijst op een rationalisatie van
het arbeidsproces!
DEZE interpretatie en vertaling
wil onze myDiaandacht richten op de maatschappelijke kracht
van het gebod:
het sjabatsgebod is gericht op de organisatie
van het arbeidsproces.
Het stelt kort en goed vast:
'van ophouden weten'.
Het alternatief staat ons levensgroot voor ogen:
de context van arbeid en macht is een Systeem, dat
'verslavend' is,
dat van geen ophouden wil weten.
Vandaar ook Exodus:
uittocht uit de Slavernij.
Bevrijding van permanente
constante Druk
&
Verdrukking.
=
WELK argument
brengt de decaloog {Tien Woorden/geboden} in
om regelmatig een dag
vrij te nemen?
Ze had kunnen wijzen op de rechten
van de mensen die werken.
Ze hebben tijd nodig om op adem te komen.
Ze hebben recht op hun vrijheid.
DAT argument is nuchter en sterk.
Dat wordt dan ook geboden in de versie van de Tien
in DEUT 5:15.
=
IN
'onze' versie
van de Tien echter
wordt een ander argument gebruikt.
{Zie: Reeteketeet Tsjing Boem}HIER zegt G*D is volle ernst:
ik neem zelf toch ook een vrije dag?!
G*D,
- de hoogste beroepsinstantie,
de Herder van Israel die geacht wordt
niet te sluimeren noch te slapen, -
neemt voor zichzelf een 'dag' vrij na een 'week'
hard werken.
Een argument van hoger humor.
Als G*D het er zo vrij en ontspannen van neemt,
waarom zou een mens daar dan moeilijk
over doen!?
=
G*D neemt zelf een vrije 'dag'.
Blijkbaar is ook voor g*d het doel van de arbeid DIT,
dat hij tijd schept om te kunnen genieten.
In naam van DEZE G*D krijgen we een argument in handen
om vrij te nemen en te genieten en afstanden te houden van
ALLE andere instanties die eisen stellen.
Als het om de vrije dag gaat,
hebben andere goden in instanties met hun Pretenties
niets in te brengen.
Wie geniet van een vrije dag
is dichtbij het Rijk G*ds.=
Het Andere gebod,
"Eer je vader en je moeder",
let op de rechten van hen die niet meer deel kunnen nemen
aan het arbeidsproces.
Het gaat om hen die buiten het arbeidsproces staan met alle gevolgen voor maatschappelijk status en levensmogelijkheden
vandien.=
Het gebod aangaande
vaders en moeders
let op de ouder wordende mens,
de mannen en vrouwen, die niet meer kunnen delen in het
arbeidsproces.
OMDAT zij niet meer productief kunnen werken,
kunnen zij ook niet meer voorzien in hun eigen levensonderhoud.
ZIJ zijn geheel en al aangewezen op ondersteuning
van de werkende volwassenen.
Het gebod 'eer jouw vader en jouw moeder'
spoort deze volwassen mensen aan om zich in te zetten
voor de 'eer' van de ouderen,
en dat wil zeggen
{anders dan bij 'eerWRAAK'!}:
voor een menswaardig bestaan,
INCLUSIEF de materiele
ondersteuning.=
DIT gebod
raakt de andere kant
van de wereld van arbeid en Macht.
Het maakt die mensen zichtbaar,
die buiten het arbeidsproces geraakt zijn:
VOOROP degenen,
die hun levenlang gewerkt hebben
{op wat voor wijze dan ook} en NU niet meer kunnen.
Maar in DAT licht worden OOK degenen zichtbaar,
die uit het arbeidsproces geraakt zijn door ziekte of door sluiting van bedrijven en ontslag.
EN het maakt ook degenen zichtbaar die NOOIT de kans hebben gehad
om te werken door gebrek aan
arbeidsplaatsen.=
De vooronderstelling
van het gebod om te 'eren' is,
dat zij die geen werk hebben hun 'eer' kwijt zijn.
Vrouwen en mannen, die geen werk kunnen krijgen en daardoor
geen inkomen hebben en geen sociale status,
lijden eerverlies.
ZIJ verliezen hun maatschappelijk aanzien {als waren zij 'criminelen'?}!
De ZIN van het gebod is,
dat DEZE mensen slechts geholpen zijn,
wanneer zij aan hun eer zullen komen.
DAT betekent dat - wanneer er geen mogelijkheid meer is voor werk -
zorg voor het levensonderhoud wordt gegeven in de vorm van
eerlijk verdiend loon en NIET als een subtiele
vernedering.=
Zolang men in deze mensen
werkelijk iets wil herkennen van de eigen 'vader en moeder',
is het geen vraag of hun die eer toekomt.
HUN komt die eer toe, want ze hebben ons voortgebracht, opgevoed {?},
grootgebracht {?}, de weg gewezen {?}, het leven geleerd {?} ...
En die eer komt ze OOK toe als ze daarin GEFAALD hebben,
want falen doe je
altijd!
#

