Vreemdelingen, gastarbeiders, aanbidders


Die buitenlandse
landarbeiders en wijngaardeniers
{ook waterdragers, wasvrouwen en houtsprokkelaars?}
zijn dan misschien 'tweede-rangs burgers' of 'gastarbeiders',
zoals ze in een veel later tijdperk genoemd zouden worden,
maar hun statusverhoging is niettemin
adembenemend?


Eerder
was de Heer van plan de inwoners van het land dat Jozua zou veroveren uit te roeien?
En niet gewoon omdat zij aanbidders van Ba'al waren
die een verleiding zouden kunnen vormen voor de Israelieten,
maar ook omdat de Heer de vruchten van hun arbeid
voor Israel opeiste!
Israel zou,
zoals Moshe het stelde,
genieten van 'grote en bloeiende steden,
die u niet gebouwd hebt;
huizen vol met allerlei goederen,
waarmee u ze niet gevuld hebt;
uitgehouwen bakken,
die u niet uitgehouwen hebt;
wijngaarden en olijfbomen,
die u niet geplant hebt'
in DEUT 6:10-11.

NU
worden de vreemdelingen,
in een passage die veel verder gaat dan een gewoon bevel
om vriendelijk tegen hen te zijn,
deelgenoot van het verbond gemaakt en
uitgenodigd in de tempel
zelf:

- "De vreemdelingen die zich bij de Heer aansluiten
om hem te dienen, en
om de naam van de Heer lief te hebben,
om zijn knechten te zijn,
die de sjabbath onderhouden en hem niet ontheiligen en
vasthouden aan
mijn verbond -
hen zal ik brengen naar mijn heilige berg en
ik zal hun vreugde bereiden in mijn bedehuis;
hun brandoffers en hun slachtoffers zullen aanvaard worden
op mijn altaar;
want mijn huis zal een bedehuis genoemd worden
voor alle volken!
ZO spreekt de Heer G*D,
die de verdrevenen van Israel
bijeenbrengt,
ik zal nog anderen tot hem
bijeenbrengen,
buiten hen die reeds bijeengebracht zijn!

KOM en prop jullie vol, alle wilde dieren, alle dieren van het woud!

{YESH 56:6-9}

Bij alle etnische verdelingen
bestaat er een constante verleiding om de buitenstaander
te ontmenselijken?

Homo sapiens

vormt EEN soort,
maar de zogenaamde pseudospecificatie creeert het sterke gevoel
dat het verschil tussen het ene volk en het andere,
het verschil is tussen menselijk en
niet-menselijk?

In het laatste
zojuist geciteerde vers
grijpt G*D dit heikele punt aan
door de volken die hij tot zijn verbond toelaat
voor het eerst toe te spreken
in een taal die van meer vooroordelen blijk geeft
dan de Israelieten ooit tegen hen
zouden
durven gebruiken?

Het zijn beesten, maar
ze zijn welkom!

DIT
kan een
VERgaande
verbetering vertegenwoordigen
in de goddelijk bepaalde status van de volken,
maar het vertegenwoordigt geen verlies
voor Israel,
zelfs niet
materieel?

Door de Heer
als de enige G*D te erkennen,
erkennen de volken ook, indirect,
het volk dat de priesters, onderwijzers en dienaren van de Heer
levert?

Hoewel
de rijkdom van de volken niet meer in Israels bezit komt
via onteigening en uitroeiing,
komt er nog steeds rijkdom,
en van een veel groter
aantal volkeren?!

Met de opkomst van CYRUS,
die opdracht heeft gegeven om de tempel opnieuw te bouwen,
en met de ophanden zijnde nederlaag van Babylonia,
lijkt het moment aangebroken waarop de volken
niet langer
een bedreiging voor Israel vormen.

De bedreiging komt eerder voort
uit Israels eigen
angsten en twijfels!

En TOCH
is de Heer zelfs hierop
voorbereid!?

De Heer erkent
dat zijn verslagen en verbannen aanbidders
twijfelen aan zijn macht,
maar hij verontschuldigt de twijfel als het gevolg van
- en hier keren we terug naar de centrale nieuwigheid van de
zelfrepresentatie van de Heer in het hele boek Jesaja -
zijn eigen inherente
onkenbaarheid:

- "WAAROM zegt u, o Ya'akov,
en spreekt u, o Israel:
'Mijn weg is voor de Heer verborgen
en mijn recht wordt genegeerd door mijn G*D'?
WEET u het niet?
Hebt u het niet gehoord?
De Heer is de eeuwige G*D,
de Schepper van de einden der aarde!
Hij wordt niet zwak, moe of misselijk,
zijn verstand is
ondoorgrondelijk!

{40:27-28}

Het is deze inherente
onkenbaarheid,
en niet een of andere verwijtbare fout,
die verklaart waarom de andere volken de Heer nu pas
gaan erkennen in 45:14-15:

- "ZO zegt de Heer:
"Het vermogen van Egypte en de koopwaar van Ethiopia,
en de Sabeeers, die mannen van statige gestalte,
zullen tot u overkomen en u toebehoren,
zij zullen u volgen;
zij zullen in ketennen overkomen en zich voor u neerbuigen!
Zij zullen u smeken:
"Alleen bij u is G*D, en er is geen ander,
geen G*D buiten hem!"'
Waarlijk, gij zijt een G*D die zich verbergt,
o G*D van Israel,
de Verlosser! -

Als Egypte G*D erkent,
zal die erkenning Israel zeker verrijken,
net zoals bij de Exodus,
toen de Egyptenaren de vertrekkende Israelieten overstelpten met geschenken .............

Maar deze voorspelling
is veel minder nieuw dan de bewering dat G*D een god is die zichzelf verbergt?

De idee
dat G*D ondoorgrondelijk is,
indrukwekkend mysterieus en verheven boven het begrip van gewone mensen,
is dan wel gebruikelijk in het algemeen aanvaarde,
populaire godsbesef,
maar in de bijbelse voorstellingen van hem tot aan Jesaja is die idee
vrijwel niet aanwezig?

Mensen die voor het eerst van hun leven
GENESIS lezen
met deze gedachte in het achterhoofd,
zijn vaak verrast en verrukt te merken dat
de Heer G*D zo weinig verheven is bij zijn omgang met Adam en Eva,
met de aartsvaders en in ieder geval
bij de rustiger ontmoetingen,
van man tot man en
mens tot mens
met zijn 'vriend'
Moshe ...

De verwachting
dat G*D ver weg
en onzichtbaar zal zijn,
dat hij zal spreken
vanuit de hoge hemel
in plaats van in een tuin te lopen
of in een tent te wonen,
heeft ook een bijbelse oorsprong,
maar dat een idee ergens in de BIjbel kan worden gevonden,
betekent nog niet dat het
overal
in de Bijbel wordt
gevonden?!

Deze opvatting staat niet in Genesis,
er wordt alleen op gezinspeeld in DEUT en ze ontbreekt
in 't Deuteromysterieus geschiedwerk.

Ze is er voor het eerst in Jesaja,
waarschijnlijk deels om te ontsnappen aan de welsprekende
maar zeer ketenende helderheid van DEUT.

MYSTERIE maakt de weg vrij voor vernieuwing:
"ZIE, IK DOE iets nieuws!" {YESH 43:19}

De tekst waarin de goddelijke verhevenheid wordt geintroduceert is Jesaja 6, een van de eerste hoofdstukken van Proto-Jesaja,
maar hetzelfde thema komen we steeds vaker tegen in Deutero-Jesaja.
Voor G*D die via Moshe sprak,
telde niet zijn onkenbaarheid maar
zijn superieure macht,
zoals die tentoongespreid werd
in zijn grootse verrichtingen
{woord en verbeelding, ontstaan en vergaan,
komen en gaan, vloed en droogte,
beving, rook en vuur en vlam, schepping en
vernietiging ...} ...

Voor de G*D die nu via Jesaja spreekt,
telt macht onmiskenbaar,
maar mysterie nog meer?!

Jesaja's G*D begrijpt de mensheid,
de mensheid begrijpt Jesaja's G*D niet,
en DAT is wat de goddelijke wonderen nu
helpen bewijzen?!

Zo lezen we in Jesaja 29:13-14:

- "(...) en hun vrees voor mij is een uit het hoofd geleerd gebod van mensen;
daarom,
ZIE,
zal ik opnieuw wonderbaarlijk met dit volk handelen,
wonderlijk en wonderbaar;
en de wijsheid van zijn wijzen zal vergaan
en het verstand van zijn verstandigen
zal verborgen zijn ..." -

Zet dit naast Moshe's uitspraak
dat het gebod van de Heer 'niet in de hemel [is],
zodat u zou moeten zeggen: "Wie van ons zal opstijgen naar de hemel en het voor ons halen (...)?"' in DEUT 30:12 en naast zijn
aandringen in DEUT 6 op
voortdurende herhaling en het
uit het hoofd leren ...

Scherp contrasterend hiermee vergelijkt Jesaja het woord van de Heer
met een tekst in de handen van een analfabeet {29:12} ...
Soms wijt de profeet
Israels traagheid van begrip aan een morele minderwaardigheid;
maar meestal is de intrinsieke onbegrijpelijkheid
van de Heer de oorzaak?!

Sprekend myDi?!
Het enige verschil is
een paar duizend jaar
menselijke geschiedenis
en nog een paar bij-
komstigheden!?
liefdesverdriet
gemeenverwardgaap!bah!nahnahverdrietigcool!erg vrolijkknipoogvrolijk
verliefd
vrolijkknipoogerg vrolijkcool!verdrietignahnahbah!gaap!verward
liefdesverdriet
engel
29 apr 2004 - bewerkt op 11 dec 2007 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 81 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende