vreemde ende hoogstmerkwaardige mydipersonen e.d.

Voorwaar
ik zeg
u, brave mydiertjes &
mydimenschjes, dat waren nog eens
vreemde tijden & taaltradities bijna 300 jaar geleden,
haast net zo merkwaardig als voor 2000 jaar!

Haar eerste, drie jaar na haar huwelijk verschenen werk:
"Bespiegelingen over het Genoegen"
[1763]
staat dan ook, helaas, dichter bij de 'verheven' poezij van Lucretia Wilhelmina van Merken, galmerder nagedachtenisse, dan bij de momentopnamen van de zilverhen en buurmans poes. Hetzelfde geldt van 'n aantal volgende dichtwerken als
"'s lands Vreugdegroet aan Zijne Doorluchtigste Hoogheid Willem den Vijfden Prins van Oranje en Nassau, enz. enz. toegewijd ter heuchelijke gelegenheid van Zs. Hs. zestiende jaar-dach"
[1764],
"Eenzame Nachtgedachten over den Slaap en den Dood"
[1765],
"Bespiegelingen over den Staat der Rechtvaardigheid, den Val en den Gevallen Mensch"
[1765],
"Een Nieuw Scheepslied gemaakt ter eere Zijner Doorluchtige Hoogheid onzen dierbaren erfstad-houder, Willem den Vijfden, bij gelegenheid van Hoogstdeszelfs Installatie als Heer van Vlissingen"
[1766].

Toen zij 't laatste in 1785 in 'n bundel
Mengelpoezy

liet herdrukken, vond zij, bekeerd van haar hoge verwachtingen omtrent Willem V, het nodig eraan toe te voegen:
"Dit Scheepslied is gemaakt in 't jaar 1766 [lees 1766]; 't is niet ondienstig hier het jaartal uitdrukke-lijk bij te voegen en den lezer te herinneren, dat gissen geen wiskunst is!"


En van 't voorlaatste schreef zij in 1784:
"Hoe gaarne ontknarpte ik den uitgeveren EEN stuk! en wel die misselijke olipodrigo, die ik voor twintig jaar goed vond Staat der Rechtheid te noemen. Dat ellen-dig ding ligt mij als lood op het hart"
,
en elders:
"'t Is een bedroefd ding, dat wij gedurende de eerste twintig jaren onzes kunstleevens niet, als minderjaarigen, staan onder de nutte voogdije van het een of ander magtig stemmig en magtig nauwziend mensch!"


Het moet gezegd, dat ons Betje ondanks een gepast gevoel van eigenwaarde zich ook in die eerste twin-tig jaren geenszins afkerig getoond heeft van zo'n voogdij, al werd zij daarin minstens zo sterk door haar hartstocht voor de vriendschap als voor de kunst gedreven.


Haar eerste vaderlijke vriend vond zij enige jaren na haar huwelijk in de bekende Amsterdamse advocaat
Herman Noordkerk, een beminnelijke, algemeen ontwikkelde en ruim denkende oude-vrijer die wel als 't
prototype van Abraham Blankaart uit
Saartje Burgerhart

beschouwd wordt.

Betje beleefde in die tijd een scherp conflict met haar man naar aanleiding van diens autoritair ingrijpen in
een ietwat geexalteerde vriendschap van zijn vrouw met een jeugdig dichteresje uit Hoorn, op verzoek van
familieleden van de jongejuffer die danig veel kwaad over de rechtzinnige domineese wisten te vertellen!

De strijd liep zelfs zo hoog op, dat Betje zich in 'n opgewonden brief tot de beroemde advocaat wendde met de vraag welke mate van zelfstandigheid haar als getrouwde vrouw toekwam.

"Daar vuile Laster ende Logen mij verzelden, Vlood ik tot Noordkerk & die Noordkerk werd mijn Vrind"
,
zo schreef ze in een
Lijkzang

bij zijn dood in 1771.

De bezadigde advocaat liet haar eens bij zich komen & uitrazen & suste tot haar eigen heil haar dolle drift. Van die tijd af tot Noordkerks dood gingen bestendig de brieven en het boekenkoffertje heen en weer over het IJ!

blozen
engel
cool!
23 aug 2008 - bewerkt op 23 aug 2008 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende