Vreemd, raar & onberekenbaar?


Vindt G*D
zichzelf vreemd?

In het begin zeker niet:

in de beginverzen van GENESIS heeft G*D het blinde zelfvertrouwen van
een slaapwandelaar
.............


Hij/zij/het
doet
wat
hij/zij/het
doet!
"Hij"
weet niet goed
wat hij doet
noch
waarom
.......

Pas
naderhand,
als hij op obstakels stuit,
ontdekt hij wat zijn bedoelingen geweest zouden kunnen zijn of
nu moeten worden?!

Deze indruk kan lange tijd
het zwijgen opgelegd
worden
...


Zeker,
de Heer die het hele,
nauwgezet gedetailleerde boek van Leviticus uitspreekt tegen Moshe,
weet in een bepaald opzicht wat hij
aan het doen is?
En toch is de Heer
helemaal aan het einde van 2 Koningen
nog steeds niet echt
een vraagstuk voor
zichzelf
geworden .......


In Jesaja
begint hij dat te worden:
dat vraagstuk is het zelfbeeld
dat achter de woorden
over zijn eigen
onkenbaarheid ligt?
En al beweert hij voor de mens
en niet voor zichzelf onkenbaar te zijn,
de verandering
is groot!

Tot nu toe is,
zelfs voor de mensheid,
de nadruk gelegd op de onmiskenbare duidelijkheid van G*D's wet
en niet op onduidelijkheden?

Maar NU
schijnt de Heer voor het eerst
in te zien hoe ongelooflijk ANDERS
hij is!

Hij is anders dan de niet-goden
die als zijn rivalen naar voren worden geschoven
omdat hij ECHT is en
zij niet!

Hij leert dit
door het spektakel van de
afgoderij?

Maar hij is ook anders dan mensen
omdat zij liefhebben, en hij - gedurende zijn hele geschiedenis tot nu toe -
heeft niet liefgehad .............

NU, in Deutero-Jesaja,
zegt hij van zichzelf, nadat hij op liefde is gestuit,
niet gewoon: "Wat houd ik vreselijk veel van u!", maar:
"Wat ben ik mysterieus?!"

De beginregels van Jesaja 40
hebben onmiskenbaar iets angstaanjagends en mysterieus over zich;
het zijn regels die uitgesproken worden met een toon
waarop we door niets in de Bijbel tot nu toe
voorbereid zijn:

- "TROOST, troost mijn volk,
zegt uw G*D!
SPREEK teder tot Yeroesjalajiem,
roep haar toe
dat haar strijd ten einde is,
dat haar onrechtvaardigheid vergeven is,
dat het uit de hand van de Heer
dubbel ontvangen heeft voor al haar zonden!" -

{YESH 40:1-2}

Troost?
TROOST?
Het kan niet genoeg
benadrukt worden dat de Heer G*D
het nog nooit eerder over troost heeft gehad!
De gedachte van herstel na een ramp
is weliswaar niet compleet nieuw,
maar de stem van degene die de gedachte uit,
die de menselijke pijn opmerkt
en indirect ervaart,
is niet alleen volkomen nieuw
maar ook schokkend door
het tegenover elkaar stellen van troost en
verpletterende goddelijke
macht?!

Een paar verzen verderop lezen we
in Jesaja 40:12-13:

- "WIE
mat de wateren met de holte van zijn hand
en bakende de hemelen af met een span,
omheinde met een maat het stof van de aarde,
en woog de bergen met een weegschaal
en de heuvelen met een balans?
Wie leidde de GEEST van de Heer
of onderrichtte hem als zijn
raadsman?" -

Dergelijke
retorische vragen
zullen later aaneengeregen worden als de Heer
JOB {"IOV"} berispt; ze zijn zeer geschikt om te berispen,
want ze verraden pure macht!?
Maar hier dienen ze om het feit te onderstrepen
dat achter de tedere openingswoorden
deze onwaarschijnlijke
macht zit?!

En precies DAAR,
in die ongerijmdheid,
zit de diepste grond voor G*D's bewering dat hij mysterieus is,
verborgen,
het begrip te boven gaat!
Met andere woorden:
het is niet gewoon zo dat G*D een geheim is dat de mens niet kan kennen,
maar dat G*D
alle menselijke geheimen
kent!

De onderstaande verzen
van de allereerste uiteenzetting van
Deutero-Jesaja hebben we al
'n keer geciteerd {?}:

- "WAAROM zegt u, o Ya'akov,
en spreekt u, o Israel:
"Mijn weg is voor de Heer verborgen en mijn recht wordt genegeerd door
mijn G*D"?
WEET U HET NIET?
Hebt u het niet gehoord?
De Heer is de eeuwige G*D,
de SCHEPPER van de einden der aarde!
Hij wordt niet zwak, moe of misselijk,
zijn verstand is ondoorgrondelijk!" -

Maar die passage vervolgt met de uitleg
van wat de onkenbare Heer met zijn nieuwe besef van menselijke pijn
doet,
in het bijzonder die van Israel
in Jesaja 40:29-31:

- "HIJ geeft
aan de verzwakte kracht
en van de machteloze
vergroot HIJ de sterkte!
Ook jongelingen worden zwak, moe en
misselijk,
en jongemannen vallen
uitgeput neer;
maar wie op de Heer hopen,
zullen nieuwe krachten putten;
zij varen op
met vleugelen als van arenden;
zij rennen,
maar worden niet meer moe;
zij lopen,
maar worden
niet meer
zwak!"

Net zoals
onbegrijpelijkheid geintroduceerd is
als extra kenmerk van de standaardidee van G*D
op een bepaalde tijd en onder bepaalde omstandigheden,
ZO is het ook met de gerelateerde idee dat,
al kennen we G*D niet,
hij ons wel kent;
hij kent ons intiem en per individu
zonder dat we hem iets
over onszelf
verteld hebben ...?

G*D werkt dus
niet zozeer
'van buiten af',
maar liever
'van binnen uit'?!

In de zojuist
aangehaalde passage
weet de Heer dat Israel overmand is door twijfels,
zonder dat hem dat verteld is?
Eerder had men hem zoiets wel moeten vertellen,
zoals Moshe hem moest vertellen over zijn angst bij de brandende braam-
struik of Chanah over haar noden
bij de deur van de tempel
in Silo?!

Er zat,
zoals we al in Exodus zagen,
iets opwekkends in de idee dat de hemelgod, EL,
tegelijkertijd Israels nationale G*D kon zijn, de strijder Jahweh en Moshe's persoonlijke vriend?!
Yesjayahoe {Jesaja} neemt die toch al ongerijmde elementen samen
en scherpt ze allemaal aan
door enerzijds de nadruk te leggen op de directe,
intieme toegang van de Heer
tot de ellende die Israel heeft ervaren
{wat hem impliciet tot de persoonlijke G*D van alle Judeeers maakt?!},
en anderzijds de nadruk te leggen op
de kosmische,
wereldscheppende macht
van de Heer ...

Hierdoor
ontstaat een extatische stemming,
zowel bij de profeet als,
telkens wanneer de Heer de spreker is,
bij de Heer zelf?!

Maar de EXTASE loochent het mysterie niet!

Nogmaals,
in dit opzicht verschilt het boek van Jesaja sterk van DEUT,
waar G*D enerzijds kristalhelder is in zijn eisen en beloften en
anderzijds zonder enige voorafgaande belangstelling voor het lijden of
het innerlijk leven van wie dan ook,
inclusief Moshe?!

De COMBINATIE van deze twee elementen
- goddelijke toegang tot het menselijk hart en goddelijke almacht en
mysterie - is de essentiele ongerijmdheid gebleven in de kern
van het woord GOD zoals het
begrepen wordt in de westerse
volkstalen?!

Jesaja's rol
bij het scheppen
van deze ongerijmdheid
kan nauwelijks overdreven worden?!
Vooral met het hart van de onderdrukten
is de Heer innig verbonden
in Jesaja 41:14:

- "VREES NIET,
gij wormpje Ya'akov,
gij insektje Israel!
IK
{die 'wordende is'}
zal u helpen
(...)!" -

Als dat zo is,
dan is er ook voor ons
nog hoop!


Als de reikwijdte
van het woordje god/G*D gaat
van het allerkleinste quarkje tot en met het HEELAL[/] en
alles waar daar tussenin zit,

dan zijn ook wij als
een deel van dat proces,

niet meer verdoemd, blind, doof, lam en kreupel,

maar bedoeld om
een rol te spelen samen met hen die hebben leren zien,
horen, gaan en handelen in
'wederzijdse' verantwoordelijkheid en geloof {'mosterdzaadje'},
hoop
{'beterschap'/'heiliging'/'heling'} en
liefde
{'inzicht'/'begrip'/'geduld'}?!

Als dat
soort mogelijkheden
via al die verschillende myDi-verhalen
geen 'zin geeft' aan onze deelname in

ontwikkelingen van miljarden jaren
in verre zonnestelsels en
in ons eigen hart,
wat
dan wel?
liefdesverdriet
gemeenverwardgaap!bah!nahnahverdrietig8cool!erg vrolijkknipoogvrolijk
verliefd
vrolijkknipoogerg vrolijkcool!verdrietignahnahbah!gaap!verwardgemeen
liefdesverdriet
engel
30 apr 2004 - bewerkt op 11 dec 2007 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 81 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende