Voorwaarts naar het Verleden?


Happily Onward 'Christian Soldiers'
To The Past!

Het hartverscheurende epos van Gilgamesj,
onderdeel van het beruchte
Babylonische mythencomplex,
dat onder de naam Enuma Elisj gaat.

Gilgamesj,
een wat al te wilde heldhaftige jonge hond,
krijgt door de goden een vriend toegevoegd,
met wie hij voortaan
zijn stoute stukjes kan uithalen.

Diens naam is Enkidu,
een makker dus,
een makker voor het leven.

Alles wat ze samen ondernemen lukt,
zelfs de boze stier die de godin Inanna op hen afstuurt
(ze was kwaad omdat ze een blauwtje liep bij Gilgamesj),
zelfs dat ondier weten ze nog te doden.

Maar dat liet de boze godin natuurlijk niet op zich zitten,
ze maakte Enkidu ziek,
en deze stierf tenslotte.

Gilgamesj is ontroostbaar,
schreeuwt het uit
'als een leeuw, als een leeuwin die van haar jongen beroofd is',
en wil zich niet bij de dood van zijn vriend neerleggen.

Hij onderneemt een reis naar het einde van de wereld
om een voorvader te zoeken,
genaamd Utnapishtim,
die over eeuwig leven zou beschikken.

Hoe de mensen en goden hem onderweg ook ontmoedigen,
Gilgamesj houdt vol.
Als hij tenslotte Utnapishtim heeft gevonden,
kan die hem niet helpen,
de zoektocht is dus tevergeefs geweest.

Even gloort er hoop:
de vrouw van Utnapishtim heeft medelijden met de verdrietige reus,
en krijgt haar man zover dat hij Gilgamesj van een kruid vertelt
dat ergens op de bodem van de zee groeit,
en hem die ervan eet zijn levenskracht teruggeeft.

En ziedaar, het kruid wordt op de aangewezen plaats opgedoken
door Gilgamesj, en vol goede moed vervolgt hij zijn reis,
back to Uruk, waar hij vandaan kwam.

De weg is echter lang en stoffig,
en langs een heerlijk meertje komend,
besluit Gilgamesj zich even in het koele water op te frissen.
Het kruid legt hij bij zijn kleren.

En dan gebeurt dat wat de toehoorder van het verhaal al reeds lang
zag aankomen: een slang ruikt het kruid, en gaat ermee vandoor.

Gilgamsji is opnieuw weer eens ontroostbaar, maar deze keer voorgoed.
Er blijft hem niets anders over dan treurnis, verdriet en frustratie:
voor wie of wat heb ik mij afgebeuld,
dan hoogstens voor de slang uit de onderwereld?


Het verhaal van Gilgamesj heeft geen happy end,
dat is het frappante:
tegen de dood is geen kruid gewassen.
Alleen maar protest, verdriet en woede blijven over.

Zelfs het aanvaarden van de dood als onontkoombaar lot,
laat staan een zingeving eraan verbinden,
komen we er niet in tegen.

De pointe van het verhaal is juist dat de dood dan wel benoemd mag zijn,
maar dat Gilgamesj hem niet kan invoegen
in de wereld 'van betekenis'.



De klacht van Gilgamesj ontroert tot op vandaag.
Hij heeft niets tegen dood en doodgaan gevonden,
het laatste woord is dood en dood en nog eens dood.
Is er iets verandert sedertdien?

Dat lijkt mij sterk,
mensen gaan nog steeds dood,
ze vinden doodgaan nog steeds even onnatuurlijk,
plegen nog steeds hetzelfde verzet,
en uiten nog steeds dezelfde klachten.

Onvermurwbare dood,
de dood als grote Spelbreker.

"Et ego in Arcadia":
waar je het paradijs (Arcadia) gevonden denkt te hebben,
daar duiken ook weer dood en verval op.
Vreemd.
Als we dan toch dood moeten,
waarom kunnen we dan niet gewoon sterven als dieren?

Angst,
het is het privilege van mensen dat ze doodsangst kennen,
en doodsangst plaagt, knaagt, en tast de levensvreugde aan.
Niet elke dag en elk uur, maar toch.
Het heerlijkste dat een mens zich kan wensen,
luidt een van de bon mots van Seneca,
is vrij zijn van doodsangst,
en we kunnen hem alleen maar bijvallen.

"Denk ik aan de dood dan kan ik niet slapen
en kan ik niet slapen dan denk ik aan de dood."

Overbekend, maar altijd weer even actueel.
Epicurus, een wijsgeer uit de antieke wereld (gest.270 v.Chr.) wist er ook
wel wat op: "Als jij aan de dood denkt, is hij er niet
en als hij er is ben jij er niet!"

Mooi gevonden,
maar mensen leven nu eenmaal niet
bij dit soort waarheden.

De dood blijft ons in zijn greep houden,
hij lijkt een soort heerser vol van willekeur
die ons weet te tiranniseren en terroriseren
door op het meest onverwachte moment bij ons
in de buurt te komen.

In het zogenaamde "Nieuwe Testament" wordt de ooit Levende Yeshu
als Verlosser voorgesteld van mensen die 'aan bloed en vlees'
deel hebben, en dus doodgaan:

"Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben,
heeft ook Yeshu op gelijke wijze daaraan deel gekregen,
opdat hij door zijn dood hem'
die de macht had over de dood: de duivel,
zou onttronen,
en allen zou bevrijden die gedurende hun ganse leven
door angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren!"

Ons leven lang worden mensen vaak zozeer beheerst door
de angst voor de dood,
dat je van slavernij kunt spreken.

Misschien wat overdreven om van 'hun ganse leven' te spreken,
kinderen kennen geen doodsangst.
Maar 'slavernij', dat klopt.

Een slaaf volgt niet zijn eigen wil,
hij doet de wil van zijn meester.

Naarmate mensen volwassen worden,
en zeker als ze eenmaal veertig jaar zijn geweest
(verzekeren velen ons), steekt de angst de kop op,
uit de buurt van de dood blijven wordt het eerste gebod,
en daarmee is de vrijheid dan meestal om hals gebracht ...

Je weet wel over 'de tuinman en de dood' ...

Een angstige knecht vroeg aan zijn heer om een paard
om naar Isfahan te kunnen gaan om te vluchten voor de dood, want
die had hij achter in zijn tuin ontmoet ...

Toen de heer later op de dag de dood tegenkwam,
vroeg hij hem waarom hij zijn knecht
zo aan het schrikken had gemaakt.

Het antwoord van de dood was, dat hij helemaal niet bedoelde te dreigen:

"Ik was verrast,
toen 'k 's morgens hier nog stil aan 't werk zag staan
die 'k 's avonds halen moest gaan in Isfahan?"

De pointe is niet alleen voor ons allen dat je de dood niet ontloopt
(hij pakt je toch!),
maar ook dat mensen hun levensgang laten bepalen door angst
voor de dood, ze rijden naar Isfahan,
heel het leven is als het ware een soort woeste rit,
een serie doldwaze ri(t)ten.
een eindeloze serie nerveuze ritten naar Isfahan.

"Pas op uw leven, broeder en zusters!" was niet alleen de raad
die angsthazen aan hun broeders en zusters in het verzet gaven
(de regel stamt uit een verzetslied),
maar beheerst tot op vandaag de dag de verborgen agenda van
vrijwel alle mensen.

Niet alleen de leugen regeert, maar vooral ook de angst dat de dood ons
ontijdig inhaalt,
en inhalen is (bijna) altijd
ontijdig
.......
07 mrt 2004 - bewerkt op 26 nov 2007 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 81 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende