Voor 2000 jaar in 34 A.D.: de 1e kerk in Jerusalem
Het gezag
van Sjimon Petros ~
~ [de felle volgeling van Yeshu
die op het water wou lopen,
wiens vrouw & schoonmoeder in Kfar Nachoem woonde
waar Yeshu soms logeerde,
die het oor van de knecht van de hogepriester
verwondde in de fatale finale nacht,
die 'de sleutels van het koninkrijk'
ontving
{?},
voor het hanengekraai
al drie keer had beweerd
Yeshu niet te kennen,
enzovoorts ...
en de gedoodverfde 'eerste paus' ... {!}] ~
het gezag dus van "Petrus"
dat hij verloor
na zijn vlucht uit gevangenschap {?}
ging dus (zie 't vorige myDi~verhaaltje) over op
Ya'akov/Jakobus,
broer van Yeshua haMasjiach,
zoals Handelingen 12:17 suggereert
en zoals Handelingen 15:13-21
aantoont.
~@#@~
Hem werd immers
de taak toevertrouwd
de conclusies te trekken uit het debat over de 'evangelisatie'
van de 'heidenen' en een oplossing voor te stellen
die rechtsgeldig zal worden
voor allen.
~@#@~
Tijdens het
laatste bezoek van Paulos {ex Sja'oel},
10 of 12 jaar later,
wordt deze Ya'akov/Jakobus voorgesteld
als de voornaamste leider van de 'kerk',
al hebben de Handelingen der Apostelen
hun best gedaan om deze persoon,
wiens opties blijkbaar aan de schrijver ervan vreemd waren,
dood te zwijgen.
~@#@~
Hoe belangrijk
echter de rol van Jacobus was,
wordt nog eens onderstreept door de wijze waarop Paulus,
zijn voornaamste 'tegenstander',
gewag maakt van hem in
zijn brieven.
~@#@~
Jacobus
wordt vermeld
als een van de eerste getuigen van de verschijningen
van de Verrezene
in 1 Korinthe 15:7,
en wel in een zeer oude tekst van de geloofsbelijdenis
die Paulus hier
aanhaalt.
~@#@~
Trouwens,
reeds bij zijn eerste bezoek aan Yeroesjalajiem
verklaart Paulus dat hij behalve Petrus,
die hij was komen opzoeken,
alleen Jacobus heeft ontmoet
die hij nadrukkelijk 'de broer van de Heer'
noemt.
#
Vanaf
dat moment,
dat we moeten plaatsen rond het midden van de jaren 30 A.D.,
was Jacobus dus een belangrijke figuur in de kerk van de 'heilige' stad!
Hoewel Petros nog het onbetwistbare hoofd van de kerk was ...
Tijdens het tweede bezoek van Paulus aan de kerk ~
naar het schijnt elf jaar later {GAL 1:18 & 2:1} ~
is Jacobus ontegenzeggelijk het 'hoofd' van de kerk geworden,
dat door Petrus en Yochanan bijgestaan wordt in de 'evangelisatie'
van de joden {GAL 2:9}.
#
Enige tijd later
blijkt Jacobus een geducht leider te zijn
wiens gezag zich tot ALLE gemeenschappen in de diaspora uitstrekt
en zelfs ook voor Petros geldt?
Om kort te gaan:
vanaf het jaat 44 van onze jaartelling werd degene,
die op dat moment hooguit een gerespecteerd persoon was,
de 'paus' van de kerk van Yeroesjalajiem
en daarmee van de
universele kerk.
@
Dit feit
wordt bevestigd
door diverse latere tradities
waarvan de betekenis onweerlegbaar is.
Zoals al honderd jaar lang herhaaldelijk is gezegd,
heeft het gezag van Jacobus in de kerk,
dat steunt op dat van de 'broers van de Heer',
{zie ook Hand 1:14; 1 Kor 9:5 & Yeh 1}
ontegenzeglijk een dynastieke inkleuring,
zoals het kalifaat
in de islam.
*
De nadruk
die men van alle kanten
{Mat 1:1; Luc 1:32 & 3:31; Rom 1:3; Tim 2:8 & Apo 5:5 & 22:16}
gaat leggen op de afstamming van Yeshu uit het geslacht van David{!},
houdt zeker verband met
deze tendens?
*
Bovendien was
de opvolger van Jacobus als hoofd van de kerk van Yeroesjalajiem een zekere Sjim'on, een volle neef van Yeshu {volgens Eusbius}, en ook schijnen twee kleinzonen van Yehoedah, een andere broer van Yeshu, een belangrijke rol in de kerk te hebben gespeeld tijdens
de regering van Domitianus
{vlg. Eus}.
*
Zelfs al zijn
deze feiten heel slecht bekend,
toch zijn er bevstigingen van het bestaan van een dynastieke stroming
in het Palestijns christendom van
de eerste eeuw.
*
Deze stroming
heeft trouwens weerstanden opgeroepen die tot uitdrukking kwamen door het opnieuw ter discussie stellen van Yeshu's afstamming
{Mark 12:35-37; Yoh 7:42} uit het geslacht van David en door het scepticisme waarmee heel zijn familie of, om precies te zijn, waarmee zijn
broers {Mark 3:20-35; Marc 6:1-6; Yoh 7:2-9} werden bejegend,
althans tijdens het leven
van Yeshu!?!
*
Kort gezegd:
Jacobus de broer van de Heer,
kon profiteren van een bijzonder sterke legitimering
die hij dankte aan zijn verwantschap met Yeshu ...
HIJ kon dus met behulp van een nieuwe leidinggevende groep,
die van de 'oudsten' {Hand 11:30 & 15:2},
gedurende lange tijd de leiding van de kerk van Yeroesjalajiem op zich nemen en door middel van haar ook van de universle kerk,
die nog in de kinderschoenen stond,
maar zich snel
ontwikkelde ...
*
De enige tekst
die ons een idee geeft
omtrent de persoon van Jacobus
is die waarin Eusebius verslag doet over zijn marteldood {Kerkgeschiedenis}.
Als nauwgezet {pro/anti~Esseens?}
asceet die zich strikt hield {Qoemran} aan de wet van Mosje {welke personen behoorden oorspronkelijk bij welke sekten en/of 'hoofdstromen' van TOEN voor de Vernietiging?} ...
verrichtte hij stipt zijn gebeden
in de tempel en ging hij bij het 'volk' door
voor een krachtig
bemiddelaar ...
*
De {collaborerende} joodse leiders
waren dientengevolge jaloers op zijn populariteit die van hem een rivaal van de machtige hogepriester maakte.
Deze korte myDi~uiteenzetting bevat nogal wat legendarische trekjes,
maar mag zeker ook niet geheel terzijde worden geschoven?
Zij laat in elk geval zien dat Jacobus,
de grote prediker van Yeshua als Masjiach,
een onberispelijke jood bleef,
die nauwgezet de wetten naleefde.
De enkele passages in het "Nieuwe Testament" waarin over hem
wordt gesproken,
kennen hem een betrekkelijk open houding toe
waarin ruimte was voor compromissen rond de 'bekeerlingen' van heidense komaf in handelingen 15:13-21,
om zodoende hun 'evangelisatie' te stimuleren
in Galaten 2:1-10.
Ongetwijfeld heeft deze neiging {zoals oppervlakkig beschreven} tot
compromissen in hachelijke situaties ook gespeeld bij de wijze waarop Jacobus de kerk van Yeroesjalajiem heeft bestuurd in de jaren voor de grote Vernietiging, Verbanning en Verslaving ...!
De starheid van de instituten die de eerste jaren waren opgericht
schijnt daardoor wat afgenomen te zijn?
De zeer strikte discipline in de gemeenschap schijnt
losser te zijn geworden,
terwijl het gemeenschappelijk bezit verdween
om plaats te maken voor een grote charitatieve
activiteit.
Hiervoor waren bijdragen van buiten zeer welkom {Gal 2:10; Rom 15:25-27}, misschien wel omdat de sociale structuur van de kerk een royale plaats inruimde voor de 'armen'?
Kortom:
de invloed van de Essenen
uit de beginperiode
had moeten wijken voor die van de farizeese
broederschappen!














Asih, man, 81 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende