Vingeren i/d wonden & lidtekens: bloed aan de paal


Zoals in 't
OT
'g d'
& mens met plussen & minnen centraal staan, zo is dat Yehosjoea
['g d redt']
in 't
NOT!

't Is waar, dat alle masjiachteksten op Yesjoea toepasbaar worden verklaard bijna 2000 jaar geleden: dat
'het van Mosjiach/Christos gezegt worde': 't is ook waar, dat hy zichtbaar komen zal, & dat hem de Vader
't Oordeel gegeven hebben
[zoals de Natuur de Geest baart],
om dat hy de
ZOONE DES MENSCHEN IS,
dat is om dat hy 'n waarachtig mensch is & dus licchaamlijk zal konnen gezien worden; maar of hy even daarom, in zijn verheerlijkt licchaam wonden dragen, en vertonen zal, is geen gevolg, en van de meesten dan ook tegengesproken;
die begrijpen, dat 't wanschriklijk zoude zijn voor 't verheerlijkt licchaam des Heilands, in den hemel, 't geen wy gelijkformig moeten worden, of zouden daar de verminkingen, verlem-mingen, wangestalten, en andere gebreken, in de verheerlijkten ook plaats hebben?

Want, dat
CHRISTOS
hier de wonden draagt, & vertoont, is, om de Discipelen, en hier
THOMAS,
in 't byzonder te verzekeren, dat hy was opgestaan, en het zelfde licchaam uit het graf had opgewekt, dat daar was in gelegd.

[We willen gaan 't idee bewaren aan de volkomen, volmaakte, voldragen mens i.p.v. aan het tegendeel!]

Doch wie zal den twist beslissen, daar G ds woord van zwijgt? Is 't eenen krijgsheld tot oneer of roem, dat hy de wonden voor z'n Vaderland verkregen, in zijn licchaam drage?

[Wie verklaart welk geweld "waarom" geoorloofd?]

En zoud 't tegen de heerlijkheit van dien grooten Heilvorst strijden, dat hy de wonden droeg, die hy in 't overwinnen van den Satan, zonden, helle, dood, en alle zijne, en onze geestlijke vijanden verkreeg?

Zo redenkavelden eenigen, & voegen 'er by: de wonden des Heilands zijn de schrik der G dloozen,
de verbazinge der duivelen, en de vreugd der gelovigen: die gapen, om ons den hemel te openen, en de hartgrondige liefde des Vaders, & Zoons te bewijzen. Maar hoe schoon dit schijne, en met kracht gedreven
worde, 't komt ons niet zeer waarschijnlijk voor om de taal van Kalvin niet te gebruiken die rond uit zegt,
dat wie zulks drijft, zich
BESPOTLIJK
maakt. Wy geven dit stuk dan anderen over, en gaan liever over tot Thomas, die op dit wonder-vertoog wonderlijk verandert, en uitroept:
MIJN HEERE, EN MIJN G D!


Hadde Thomas, niet aanstonds, op 't zien van Christos behoren gelooft te hebben, & beschaamt te staan? Maar ziet de hardnekkigheid van onz verdorven vleesch, hy blijft ongelovig, tot dat hy zijne vin-geren in de wonden en lidtekens steekt. Doch ziet 'er ook te gelijk G ds
['des natuurs']
wonderwijze kracht in, die door het ongeloof van Thomas, ons geloof versterkt, en verzekert. Wilde hy eerst niet geloven? Nu doet hy eene volheerlijke belijdenisse. Wilde hy eerst zien? Nu dringt hy door de verborgendheid der 'G d-zaligheid': nu erkent hy, dat Mosjiach/Christos niet alleen is opgestaan, maar de gelovigen heeft vrygekocht, en verkregen tot zijn eigendom: nu gelooft hy, dat deeze Christos, is de ware
IM ANU EL
[g d in & met ons],
en de G d des verbonds, die overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt tot onze rechtvaardigmakinge.
MIJN HEERE!
roept hy uit,
MIJN G D!

Niet uit verbaasde verwondering; veel min uit G dlooze gewoonte, gelijk eenigen dit onzen boetling aantijgen, om de G dheid van JC te wraken, die Thomas zo hartgrondig belijd.

Hy zag 's heilands handen, voeten, en zijde, hy stak zijne vingeren in de wondtekens, hy hoorde, dat JC wist, wat hy gezegt en gedacht had, en besluit daar uit, dat Christus de waare 'mensch-G d' moest zijn, die door zijn alvermogen, de banden des doods verbroken, en alle zijne vijanden overwonnen had.

Hy tast zijne handen en voeten, en erkent hem den waaren g d te zijn.

De g dheid konde hy niet zien, maar ontdekt die door 't oog des geloofs.

De g dheid konde hy niet tasten, maar belijd die voor allen.

MIJN HEER! EN MIJN G D!

Die afgebrokene taal, die de drift van zijn gemoed betuigt, word van zommigen vervuld, door 't woord
ZIJT GY 'T?

En 't is waar, dat meermaals die spreekwijze dus aangevuld kan worden. Maae dat men 't hier dus zoude verstaan, zoud onzes oordeels de meeste kracht wegnemen, en de heilige geloofsdrift ontzenuwen.

Want hoe sterker gemoeds-beweging, hoe minder woorden.

Verrukkingen zijn volijverig, niet langdraadig.

Hy gebruikt twee woorden,
HEERE EN G D
;
en toont zijn eigendom aan beide, als hy zegt
MIJN!

En wat is my G d, als hy niet
MIJN G D

is?

Wat baat my
CHRISTUS,
als hy niet is
MIJN HEERE?

'T grondwoord
KURIOS,
betekent eigendlijk een gezag- en magt-hebber, en drukt krachtig uit, g ds algebiedende heerschappij over alles, en word daarom van de LXX Overzetters doorgaans gebruikt voor
YAHWEH
.

'n Eernaam, die "g de" [als 'opperste natuur'] zo eigen is, dat hy dien aan geen schepsel wil medegedeelt
hebben. Maar door dien Thonas in eenen adem by MIJN HEERE, voegt MIJN G D, kan het in dien zin niet
welvoeglijk hier genomen worden, of beide woorden zouden een en 't zelfde zeggen.

Wy verstaan daarom door HEERE, de heerschappij, de magt, de heerlijkheid, die JC bezit, niet alleen als
SCHEPPER,
maar inzonderheid als
VERLOSSER.

In welken zin de H.Apostel zegt,
DAT 'G D' HEN TOT EENEN HEERE ['OPPERNATUUR/GEWETEN'], EN 'MASJIACH' ['BEVRIJDER/VERLOSSER'] GEMAAKT HEEFT!

Het geen niet op de g dheid van JC ziet, als ware hy een
GEWORDEN
'g d'; want G d kan niet worden, en is van eeuwigheid, en onveranderlijk altijd dezelve; maar hy is HEERE
geworden, als hy de zijnen door zijn dierbaar bloed heeft vrygekocht, en tot zijn eigendom verkregen ...

Op die onverbreekliujke en onfeilbaare voorwaarde, waren zy hem van den Vader in DEN RAAD DES VREDES gegeven. Gelijk hy zlef belijd, als hy zegt:
ZY WARE UWE,
EN GY HEBT MY DEZELVE GEGEVEN
---
IK BIDDE NIET VOOR DE WEERELD,
MAAR VOOR DE GEENEN,
DE GY MY GEGEVEN HEBT,
WANT ZY ZIJN UWE

...

Hier toe moest hy
ZIJNE ZIEL STELLEN TOT EEN SCHULDOFFER,
en door zulk een ziel-rantzoen, een zaad, een rijk, een volk verkrijgen,
YVERIG IN ALLE GOEDE WERKEN.

Met heiliger recht verkreeg noit iemant eenig bezit.

Op G d-betaamlijker grond, wierd noit iemant een
HEER.

Hy,
die van eeuwigheid was,
word hier toe geboren.

Hy,
die G d is, en blijft,
word hier toe een mensch.

Hy,
die een Koning der Koningen, en Heer der Heeren is,
word hier toe een dienstknecht, onderwerpt zich der wet,
word minder dan de Engelen, of zo-genaamde Goden, en sterft den smadelijken en smertlijken dood des kruizes.

O

DIEPTE DES
RIJKDOMS, BEIDE DER
WIJSHEID & DER KENNISSE G DS
:
HOE ONDOORZOEKLIJK ZIJN ZIJNE OORDEELEN,
EN ONNASPEURLIJK
ZIJNE WEGEN!

blozen engel blozen
05 sep 2009 - bewerkt op 05 sep 2009 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende