Die beloofde dag loopt nu ten einde, en brengt ons in nieuwe twijfelmoedigheid.
Hy was te heilig, te voorweetend, te wonderdaadig, om te bedriegen,
en zich zelven niet levendig te konnen maken, gelijk hy anderen heeft gedaan:
en echter verloopt de
DERDE
dag, en wy zagen hem dus verre niet verschijnen.
Alleen hebben eenige
VROUWEN,
die hem uit
GALILEEN
gevolgd, en onder ons geteld zijn,
vroeg in den morgenstond aan 't graf geweest, om haaren liefde-pligt aan zijn lijk te bewijzen,
doch vinden hem niet in 't graf, maar zagen twee Engelen met schitter-straalen,
en blijken van hemelgezandschap, die bevestigen, dat hy, die gekruist en begraven was, leeft,
en uit het graf uitgegaan was.
Dit gaf ons nieuwe ontsteltenisse en verlegendheid:
en wierden onze zielen geweldig geschokt door onzekerheid, of wy de vrouwen geloven,
of verwerpen moesten.
Dies gingen eenigen onzer om vast te gaan, naar 't graf, en vonden dat ledig,
de grafdoeken ordentlijk by een, en 't hoofdkleed t'zamengerold, de wachters van 't graf, de kelder open,
den wentelsteen weggerold, en alles, zo als de vrouwen hadden geboodschapt:
maar JC zelven zagen zy niet.
Hoe bitter ook het gezichte van 't kruislijden mag geweest zijn,
veel bitterder was 't niet-zien van den Gekruisten, die geboodschapt wierd te leven.
Hoewel zommigen die woorden,
BENEVENS DIT ALLES,
niet alleen tot den
DERDEN DAG,
maar ook tot het gantsche
LIJDEN
des Heilands brengen,
en 't geen binnen de
DRIE
dagen was voorgevallen, om dat zulks niemant konde onbekend zijn,
als een aandrang van
KLEOFAS
begrijpen, dat wie zulks niet wist, noodzaaklijk een vremdeling moest zijn.
Doch welvoeglijker brengt men dat tot de reden der twijfelmoedigheid en ontsteltenisse,
die lijden en derden dag t'zamenvoegt, en dubble treurstoffe gaf:
en zo vind men in dit antwoord een kort, doch klaar ontwerp van 's Heilands lijden,
en een voornaam stuk der Euangelij-leer.
Maar wie verwondert zich niet, dat hy den spreker zo gegrond vinde in de waarheid der opstandinge,
en te gelijk zo twijfelmoedig in 't geen hy zelf beweert, en bewijst?
Hy weet de belofte van JC dat hy ten
DERDEN
dage zoud opstaan.
Hy bekent, dat de vrouwen JC niet in 't graf gevonden hebben.
Hy stemt toe, datze H.Engelen gezien en gesproken,
en van die onfeilbaare hemelgezanten gehoort hebben, dat hy leefde.
Hy belijd, dat JC een groot Profeet, en Gode en menschen aangenaam was.
Hy zegt, dat zelfs de H.Apostelen, die aan 't graf geweest zijn, alles vonden,
gelijk de vrouwen boodschapten, maar JC niet vonden.
Hy beschuldigt den Joodschen raad, datze den Heilprofeet overgelevert,
en ter kruisstraffe gevordert hebben.
Hy betuigt de verlossinge Yisraeels van JC afgewacht te hebben: en niet tegenstaande zo nadruklijke,
en veelvuldige gronden, staat hy in twijfel, en is in bekommering en onzekerheid.
Zo gaat het ieder, die de H.Schrift niet, of niet regt kent.
Hadde hy die geraadpleegt, en geestlijk begrepen, hy zoude geweten hebben,
dat G d
ZIJNE GEMEINTE MOEST VRIJKOPEN DOOR ZIJN BLOED,
en eene geestlijke,
geen tijdlijke verlossing aanbrengen,
en zich daar in groot magtiger betonen dan in de uit
EGIPTEN.
Hy zoud begrepen hebben, dat men van den Heiland een
HEILRIJK
te wachten had,
gegrond op zijn kruisdood en zoenoffer, en een
ONBEWEEGLIJK
koninkrijk,
waar in de gerechtigheid moest wonen.
Kortom,men gaat
er dus blijkbaar
vanuit dat G ds hemelrijk
OOK
op aarde moet doorbreken:
de profeten waren al eeuwen geleden
tot die conclusie gekomen her en der ~
DAARTOE
zond G d zijn profeten en
'uiteindelijk zichzelf'
in de gestalte van zijn
'geliefde zoon'
en onze
'herboren menselijke geest'
is de levende dagelijkse getuige
van de bedoeling via die middelen om
dat doel te bereiken met vallen
en opstaan, horten en stoten,
zodat g ds mydivervolgverhaal
voortgang kan vinden
in ieder
onzer
...
