verliefd bemind geliefd & in verwachting
[{}]
Hoe
het geweld
uit G d verdween
{en elders belandde}?!
Wanneer we al deze verklaringen op ons laten inwerken,
dan is het duidelijk dat ze ook het christendom betreffen.
Maar, net als voor het jodendom en de islam,
is voor het christendom 'vrede' de finale bestemming van de mensheid
en schrijven alle geboden ons het zoeken van vrede voor.
Dus moeten we ons dan ook de vraag stellen:
hoe kan de christelijke theologie bijdragen aan de reductie van geweld?
Het belangrijkste moderne antwoord richt zich 'op het spreken van G d zelf':
het geweld moet uit ons godsbeeld gebannen worden vanuit de hope,
dat 't dan ook uit de gelovigen [in de dope]
zal verminderen/verdwijnen.
Dit moderne antwoord
heeft als achtergrond het hele rationaliserings- en ethiseringsproces v/d christelijke
godsleer, zoals zich dat in de westerse theologiegeschiedenis
vooral vanaf Kant heeft voltrokken.
Dit proces
kan 't beste worden afgelezen
aan de ontwikkeling van de leer over de eigenschappen van G d.
De christelijke traditie heeft van oudsher twee kanten aan G d onderscheiden:
zijn liefde en zijn toorn, z'n barmhartigheid
en zijn rechtvaardigheid.
Maar de notie
van de toorn G ds
werd steeds moeilijker voorstelbaar naarmate G d meer vereenzelvigd werd met de innerlijke zedewet: als het gebod G ds gaat samenvallen met de wet der rede en de homo
[mucho macho bononobo, maar toch] sapiens
als subject van de praktische rede zijn eigen wetgever wordt,
dan verdraagt zich dat steeds minder
met een 'primitieve' straffende G d.
In de 19de eeuw
kwam het bij sommigen uiteindelijk
tot een eenduidig spreken over G d als liefde.
Zij laten zien, dat de notie van G ds toorn die in het z.g. oude testament
nog sterk aanwezig is en vaak dus ook betrekking heeft op allerlei actuele situaties [Korach b.v.],
in het nieuwe testament alleen nog maar 'eschatologisch' functioneert,
wat voor hen aanleiding is om in de bijbel een ethiseringsproces werkzaam te zien
en dit verder te radicaliseren.
Zij achten ook de poging
tot een ineendenking van toorn en liefde door bijvoorbeeld over heilige liefde
of over toorn als spits van de liefde te spreken zonder enige echte bijbelse grond?
"De toorn van G d is de spits v/d vlam van zijn liefde!"
Aan het begin van de 20ste eeuw wijst men vooral echter ook
op het tekortschieten van dit concept, wel overigens onder uitdrukkelijke erkenning
en bevestiging van de noodzaak ervan?!
Heel welsprekend
wordt 't bezwaar ook geformuleerd door de humanist Thomas Mann
via zijn 'ecologisch romanpersonage Serenus Zeitblom':
"Naar mijn oordeel
is 'liberale theologie' [als] wit roet,
een contradictio in adjecto.
De cultuur gunstig gezind als zij is,
en bereid tot aanpassing aan de idealen
van de burgerlijke maatschappij,
verlaagt zij het religieuze tot een functie
van de menselijke humaniteit
en verwatert het extatische en paradoxale,
dat essentieel is voor de religieuze scheppende geest,
tot ethische vooruitstrevendheid.
Het religieuze laat zich niet
door het louter ethische opslokken
{...}.
(Het)
moralisme en
humanisme van de liberale theologie)
ontberen elk inzicht in het
demonische karakter van
het bestaan!"
Volgens hen
is dus het rationaliseringsproces
in de 19de eeuwse theologie
TE
ver doorgevoerd?
De heiligheid en de toorn G ds
werden uit het christelijk godsbegrip verdreven door een moralistische uitleg van de bijbel:
de kerk werd school!
Rationele predikanten
putten de idee van de godheid echter zo weinig uit,
dat ze welhaast alleen nog maar geldig zijn voor en betrekking hebben
op iets irrationeels
...
Pas later
deed men een poging
om het numineuze gevoel weer tot zijn recht te laten komen.
In dat spoor wilde men dan ook verdergaan:
"Het is de taak van het christendom en de liturgiek
om op deze weg verder te gaan en het rationele van de christelijke godsidee
weer met de irrationele momenten ervan te doordringen
om op deze wijze de diepte te waarborgen
die eraan toekomt!"
Vervolgens
stelt men echter
dat die verdieping niet tot een omslag in het denken mag leiden:
"Want zonder de rationele, vooral zonder de duidelijke ethische momenten,
zou het heilige niet het heilige van het christendom,
met name het protestantisme zijn!"
Het rationaliseringsproces
behoort tot de kenmerken van de bijbel zelf!
De demonische vrees wordt tot 'vreze G ds'!
De vrees wordt vroomheid.
Het heilige wordt go{e}d
en het goede wordt dan juist daardoor
heilig {'goddelijk'}?!
DAT
is
HET
bijzondere van de religie
van 'oud-Israel'!,
althans vanaf de profeet Amos.
"De steeds duidelijker
en krachtiger rationalisering en ethisering
van het numineuze {'onnoembare'} is zelf het meest wezenlijke moment
van wat wij als 'heilsgeschiedenis'
aanduiden!"
DE
grote vraag
is dus volgens
hen hoe de kerk de goede G d
als ontzagwekkend, zelfs huiveringwekkend kan verkondigen: en juist
DEZE
vraag stond vanaf het begin dan ook als
HET
centraal punt in de zogenaamde
'dialectische theologie'.
{Het kan dan ook bijna
op elke bladzij van Karl Barths Roemer-brief aangevoeld worden:
en ook later blijft ze kenmerkend voor zijn theologie?}
Hij wil aan de tweeheid in G d voluit recht doen: G d straft en toornt ~ maar wel
ZO
dat hij het geweld in zichzelf opvangt.:
"Yehosjoea haNatsri haMasjiach heeft zijn, heeft G ds vijanden ~
en dat zijn wij immers ook allemaal volgens Romeinen 5:10 & Kolossenzen 1:21 ~ op
ZO'N
manier bestreden, nee, juist
BEMIND,
dat hij zich met hen heeft geidentificeerd!"
Het geweld
speelt zich dus om zo te zeggen 'binnen G d af',
het komt niet naat buiten, het is helemaal naar binnen geslagen!
Op
DIE
manier blijft ook Karl Barth binnen het ethos van de Verlichting:
wij nemen wel een huiveringwekkende kant aan G d waar,
maar zij is 'harmlos' {geworden}?!
In de moderne theologie na Barth
is het ethiseringsproces verder voltooid en geradicaliseerd.
We komen er straks of wat later misschien nog wel even op terug.
Sjapo zegt het
ZO:
ki im-nirtsinoe le'elohim bemawet beno biheiwotenoe oyevim af ki-niwasja atah bechayayo acharei asjer nirtsinoe {...} wegam-atem asjer heyitem milefanim moezarim weoyevim bintot levavchem acharei hamaasim haraim
Wij zijn dus als rechtvaardigen aangenomen
op grond van ons geloof en leven in vrede met G d, door onze Heer Yehosjoea haMasjiach:
dankzij hem hebben we door het geloof toegang gekregen tot G ds genade, die ons fundament is,
en in de hope te mogen delen in zijn luister prijzen we ons gelukkig. En dat niet alleen,
we prijzen ons zelfs gelukkig onder alle ellende,
omdat we weten dat ellende tot volharding leidt,
volharding tot betrouwbaarheid,
en betrouwbaarheid tot hope.
DEZE
hoop zal niet worden beschaamd,
omdat G ds liefde in ons hart is uitgegoten door die heilige Geest,
die ons gegeven is. Toen wij nog volkomen hulpeloos waren
is Masjiach Yesjoea immers ook voor ons, die op dat moment
nog schuldig waren,
gestorven.
Er is bijna niemand
die voor een rechtvaardig mens wil sterven;
slechts een enkeling durft voor een goed mens zijn leven te geven.
Maar G d bewees ons zijn liefde doordat Yehosjoea haMasjiach
voor ons allen gestorven is toen wij nog zondaars waren.
Des te zekerder is het dus dat wij, nu we door zijn dood zijn vrijgesproken, dankzij hem zullen worden gered en niet veroordeeld!
Werden we in die tijd dat we nog G ds vijanden waren al met hem verzoend door de dood van zijn Zoon, des te zekerder is het dat wij, nu we met hem zijn verzoend, worden gered door diens leven!"
"Eerst waren jullie van hem vervreemd
en was je hem in al het kwaad dat je deed
vijandig gezind, maar
NU
heeft hij
je door de dood
van zijn aardse lichaam
met zich verzoend om je heilig, zuiver en
onberispelijk bij zich
te brengen
...!"
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende