'WENN ES DEM INTERNATIONALEN FINANZJUDENTUM IN UND AUSSERHALB EUROPAS GELINGEN SOLLTE, DIE VOELKER NOCH EINMAL IN EINEN WELTKRIEG ZU STUERZEN, DANN WIRD DAS ERGEBNIS NICHT DER SIEG DES JUDENTUMS ZEIN, SONDERN DIE VERNICHTUNG DER JUEDISCHEN RASSE IN EUROPA!'
De meeste mensen
sloegen [ook toen nog] op die woorden geen acht.
Anderen beschouwden ze als een uiting van het stuitende antisjemitisme
dat van meet af aan de Nazibeweging gekenmerkt had.
Weer anderen dachten:
dat is dan wel een aankondiging van kwellen,
van degraderen - maar dat zo'n begrip 'vernietiging'
LETTERLIJK
bedoeld was -
dat beseften ze niet.
De Nazipolitiek die men
ZAG,
hield in de jaren voor de oorlog in, dat de Joden in Duitsland ontrecht werden, beroofd, mishandeld, verdreven, maar [nog niet direct allemaal] vermoord.
In totaal werd in Duitsland, Oostenrijk & Tsjechoslowakije bijna 'n half miljoen Joden verdreven -
en van hen bleven ongeveer twintigduizend in
ONS
land wonen.
Zij
HOOPTEN
er veilig te zijn,
maar enkele maanden na het begin van de bezetting bleel al [overduidelijk],
dat het Nazibestuur ook hier hetzelfde program van ontrechting en beroving zou gaan afwerken
als in Duitsland na 1933 - met
EEN
enkel belangrijk verschil!
't Kwam in
NL
tot verontwaardigde protesten.
Toen de Nederlandse overheid zich in de herfst van 1940 voor 't eerst liet dwingen,
om [ook] verschil te [gaan] maken tussen Jood en niet-Jood,
verhieven de protestantse kerken wel hun stem:
'DIT GETUIGENIS IS OOK DOOR DE KERKEN GEHOORD EN DOOR ONS HELE VOLK VERSTAAN.
ALDUS HEBBEN DE KERKEN GESPROKEN, IK ZAL U DIT VOORLEZEN,
"DE STREKKING VAN DE GENOMEN MAATREGELEN, WAARBIJ ZEER GEWICHTIGE GEESTELIJKE BELANGEN
TEN NAUWSTE ZIJN BETROKKEN, ACHTEN ZIJ, DE KERKEN, IN STRIJD
MET DE CHRISTELIJKE BARMHARTIGHEID!"'
In november '40
werden alle Joodse ambtenaren
ontslagen
...