Wy niet alzo.
Maar laat ons tragten die waarheid vast te houden,
dat wy een eeuwige ziel behouden,
of te verliezen hebben.
Dat onderscheid is te groot,
om daar omtrent onverschillig te zijn.
Eeuwig gelukkig of ongelukkig te zijn,
verschilt oneindig;
en moet ons zeer verschillende bedoelingen inboezemen,
nadien het allen menschen gezet is, eenmaal te sterven, en daar na het oordeel;
dat onherroeplijk oordeel, dat van onzen eeuwigen staat en onveranderlijke bepaling maken zal.
Gelukkig! die zijne ziel in Gods handen, ter bewaringe toevertrouwt heeft; want die zal ten jongsten dage
dezelve getrouwlijk wedergeven, en met dit onz licchaam verenigen, om hem in ziel en licchaam eeuwiglijk te loven, en te genieten.
Hoe zoud ook God anders onze G d zijn?
Want hy is geen G d, en 't hoogste go{e}d, van dooden, maar van levenden!
Duidelijk
geen dogmatische
fixaties uit/op 't verleden,
maar de bevrijdende gewaarwording van vertrouwen,
geduld, aandacht, liefde,
mededogen &
eerlijkheid.

