Ziet
men in
de wonderdaad van
genezinge geen blijk van
alvermogen en Hoogepriesterlijke
mededogendheid?
Ziet
men in
de halstarrigheid van
de vijanden, die echter
voortgaan, en Yesjoe vangen, die
hen zulke blijken gaf van bovenmenschlijke magt,
niet de kracht der duisternisse, en overmaat
der Godloosheid?
Wie kan de tedere zorge des Heilands voor de zijnen aanschouwen,
& daar in den waaren Masjiach niet erkennen? Zo had de Profeet hem afgemaalt,
bekommerd voor de behoudenisse der Apostelen: laatze door my niet beschaamd worden,
die u verwachten, o Heere, Heere der Heirschaaren; laatze door my niet te schande worden,
die u zoeken, o G d Israels, zegt de lijdende & klagende Heiland, die zonder oorzaak gehaat,
en van zijne magtige vyanden gezocht wierd, om vernielt te worden.
Het geen de lijdende Messias
den Vader bid, gebied hy, tot bewijs, dat hem de Vader verhoorde,
hier den vyanden, als hy zegt: laat deezen gaan. Voor al blijkt Yesjoea de Masjiach,
en waare Hoogepriester in 't vervullen der Profeecijen te zijn, die van oudsher daar toe geschreven zijn, op dat men hem zoud kennen,
als hy gekomen was.
Hierom ziet men Yehosjoea
met zo veel ernst de Schriftgeleerden, en der zelver vervulling heen wijzen.
Dat ook de Messias moest lijden, kon niemant hunner wraken:
maar als in JC alles vervuld word, wat van den Masjiach voorzegt was, hoe konnen zy dan ontkennen,
dat hy de Masjiach zy? Hoe konnen zy dan ontkennen, datze Messias-moorders zijn?
De aaloude overlevering der Joodsche Leermeesters voert de ziel van den Masjiach in,
zich volvaardig tot het lijden en sterven betonende, om dat de profeet had voorspelt,
dat hy zijne ziel tot een schuldoffer zoud stellen.
Zo doet hier Christos: zo vervult hy de Schriften.
Zo brengt hy
de eeuwige gerechtigheid aan.
De Borge moest zijn harte verpanden,
en zoud hy niet lijden?
Red mij,
G d, het water staat aan mijn lippen,
ik zink weg in bodemloos slijk en vind geen grond voor mijn
voeten, ik ben in diep water geraakt, de stroom sleurt mij mee.
Uitgeput ben ik van het roepen, mijn keel
is schor geschreeuwd,
mijn ogen zijn verzwakt van het uitzien
naar mijn G d!
Talrijker
dan de haren op mijn hoofd
zijn zij die mij haten zonder reden,
met velen zijn mijn belagers, mijn vijanden die mij bedriegen:
teruggeven moet ik wat ik
niet heb geroofd!
G d,
jij kent mijn lichtzinnig leven,
mijn schuld is jou niet ontgaan.
Laat ik niet beschamen wie naar jou uitzien, eeuwig aanwezige en komende g d:
laat wie jou zoekt niet om mij te schande staan,
G d van Yisraeel!
Om jou
moet ik smaad verduren
en bedekt het schaamrood mijn gezicht.
Ik ben voor mijn broers een vreemde geworden,
een onbekende voor de zonen van mijn moeder.
De hartstocht voor jouw huis heeft mij verteerd,
de smaad van wie jou smaadt,
is op mij neergekomen.
Ik huilde tranen toen ik vastte,
maar wat ik oogstte was hoon, ik hulde mij in een boetekleed,
maar verachting werd mijn deel!
In de stadspoort
wordt over mij gepraat, en de liedjes van drinkers
spotten met mij.
We hebben het er al eerder
en vaker over gehad:
je ziet hier de situatie van de mens
in notedop als het ware bij wijze van spreken/schrijven & vertellen
~ g d moet lijden als Elckerlyc in Alledagsland ~ ecce homo
in Yehosjoea haNatsri aka haMasjiach
die als 'g ds symbool' voor alle menselijke domheid & ellende sterft
voor ons allen als levend voorbeeld ter navolging
in de naam van onze hemelse
Vader/Moeder.

Slaap
zacht, droom
zoet en vertel
ons er morgen maar alles over
als je dat nog wilt en kunt:
daar is myDi
ook voor
...