3. ARBITER {ADVISEUR} G*D had toen hij Israel uit Egypte redde schijnbaar nog niet in de gaten dat hij de internationale orde veranderde.
Tegen het eind van 2 Koningen begint hij zichzelf bewust te beschouwen als niet alleen Israels leenheer maar ook als de arbiter voor de relaties tussen alle volken.
Deze rol van wereldrechter is niet opgenomen in zijn identiteit van wetgever voor Israel, maar is hier wel op gebaseerd.
De plot van Yoshoea tot en met 2 Koningen begint met de invasie en verovering en eindigt met nederlaag en verbanning; in de terminologie van Deuteronomium wordt het verhaal van trouw en zegeningen gevolgd door afvalligheid en vervloekingen!
Bij veel van de gebeurtenissen in deze zes boeken is G*D de hoofdpersoon. Juist de stabiliteit van zijn persoonlijkheid die in Deut is bereikt, maakt het voor hem mogelijk tot op zekere hoogte een deel van het decor te worden in plaats van een van de dramatis personae.
De veranderingen die WEL plaatsvinden in zijn persoonlijkheid zijn beslissend, niet vanwege het directe gevolg ervan (wat dat stelt weinig voor), maar omdat het beginpunten zijn voor het herstel dat G*D, niet minder dan Israel, moet proberen te bereiken nadat hij zijn vervloekingen tegen Israel in al zijn afschuwelijkheid heeft uitgevoerd.