Bij
't stellen
v/d vraag naar
'g d' moet je al
wel eerst enig idee van
'g d' hebben, want iedere vraag is
wel gericht, & 't is nu eenmaal onmogelijk
om naar iets te zoeken, zonder enig begrip te hebben van 't geen
men zoekt, hoe vaag & pover
dat begrip ook zijn mag.
De allesomavttende ark,
de koninklijke graal, 't
kruis van Christus
of Joosje
Pek
...
In onze worstelingen met deze problemen zijn de volgende stapjes voorwaarts alleen maar 'n fenomeno-logisch onderzoek aangaande & betreffende de vraag naar "G D" 'zelf'! Hoe is deze vraag gestructureerd?
Hoe
zou ze
eigenlijk wel gestructureerd
moeten/mogen/kunnen worden?
Wat werd al vooraf in allerlei vragen
geimpliceerd? Aan welke voorwaarden zou
voldaan moeten worden om er een bevestigend
antwoord op te kunnen krijgen? We moeten wel bedenken
dat onze vraag 'n
religieuze vraag naar 'g d' is, & dat die
'n
existentiele structuur heeft. D.w.z.: 't is niet 'n puur theoretische
of speculatieve vraag, die alleen maar door 't zg intellect werd gesteld maar 'n heel practische vraag, gesteld door de hele mens, die in de wereld moet bestaan & besluiten moet nemen aangaande ons bestaan. Misschien kan die vraag naar g d gesteld worden op 'n zuiver theoretische wijze
maar dit zal dan geen vraag zijn die ook maar in het minst van belang is voor de theo-
logie & mischien zou zo'n vraag zelfs helemaal niet zinvol zijn. Je zou de vraag
naar g d bijvoorbeeld kunnen opvatten als 'n
kosmologische vraag,
waarin "G D" i/d plaats zou komen te staan van 'n verklarende hypo-
these naar voren gebracht om de wereld als geheel of bepaalde
gebeurtenissen i/d wereld te verklaren: lange tijd trachtten
mensen menig gebeuren te verklaren in termen van
bovennatuurlijke machten en duistere of licht-
gevende krachten. Maar sinds de opkomst
v/d natuurwetenschap leren we
eerder onze verklaringen te
zoeken in factoren
die immanent
zijn aan 't
proces
zelf
...


