Vader, moeder, kind & kraai!
Die nacht,
in de stilte na de feestelijkheden,
voelt David plotseling schaamte, maar niet zoals Michal
bedoelde!
Hij zegt tegen de profeet Nathan:
- "Zie, ik woon in een paleis van cederhout,
terwijl de ark van G*D verblijft in een tent?!"
Toen zei Nathan tot de koning:
"Welaan, doe wat u van plan bent, want de Heer is met u!?"
Maar in die nacht kwam het woord van de Heer tot Nathan:
"Ga en spreek tot mijn knecht David:
- Zo sprak de Heer:
"Bent u het
die voor mij een huis zou bouwen
om in te wonen?
Vanaf de dag dat ik het volk Israel uit Egypte voerde tot nu toe,
heb ik niet in een huis gewoond maar ik ben rondgetrokken in Tent en
Tabernakel ...
Heb ik, toen ik meetrok waarheen de Israelieten ook gingen,
ooit een van de stamhoofden die ik had aangesteld om voor mijn volk Israel te zorgen, berispt:
"Waarom hebt u mij niet een huis van cederhout gebouwd?"
- Voorts moet u zo spreken tot mijn knecht David:
"Zo zegt de Heer der heerscharen:
"IK heb u gehaald uit de weide van achter de schapen,
om heerser te zijn over mijn volk, Israel,
en ik ben met u geweest overal
waar u gegaan bent, en ik heb al uw vijanden voor u
uitgeroeid ...
Bovendien zal ik u grote roem verschaffen
gelijk die van de groten der aarde!
IK zal een woongebied vaststellen voor mijn volk Israel,
en het stevig planten,
zodat het veilig kan wonen en het niet meer zal sidderen ...
Boosdoeners zullen het niet meer onderdrukken zoals vroeger,
sedert de tijd dat ik stamhoofden over mijn volk Israel
aangesteld heb!
IK zal u veiligheid geven
van al uw vijanden!
De Heer kondigt u aan
dat Hij, de Heer,
voor u een huis zal bouwen!
Wanneer uw dagen voorbij zijn en u bij uw vaderen zult liggen,
dan zal IK uw nazaat,
een van uw eigen nakomelingen,
na u doen optreden,
en IK zal zijn koningschap bevestigen!
Hij zal voor mijn naam een huis bouwen,
en IK zal zijn koninklijke troon
voor altijd bevestigen.
IK
zal hem tot een vader zijn,
en hij zal MIJ tot een zoon zijn.
Wanneer hij onrecht doet, zal IK hem kastijden
met een roede van mensen en met kwellingen van stervelingen.
Maar mijn gunst zal van hem niet wijken,
zoals ik haar heb doen wijken van Saul,
die IK heb weggedaan om plaats te maken voor u ...
Uw huis en uw koningschap zullen voor immer zeker zijn,
uw troon zal vast staan
voor altijd!
Geheel overeenkomstig deze woorden en dit gezicht,
heeft Nathan tot David gesproken
in 2 SAM 7:2-17.
Historisch-kritische
bijbelwetenschappers
beschouwen deze passage
als een deel van de 'hofgeschiedenis'
van de dynastie van
David.
Op die manier gelezen
is dit stuk voornamelijk bedoeld
als propaganda voor
die dynastie ...
Een minder belangrijk doel
is het verklaren van het feit
dat het Davids zoon Salomo was en niet David zelf
die de tempel in Yeroesjalajiem
liet bouwen ...
En historici hebben
ook verondersteld dat
dit onvoorwaardelijke verbond met Davids dynastie
redactioneel werd toegevoegd aan het Deuteronomistisch geschiedwerk
na de val van Yeroesjalajiem
om de joodse ballingen een theologische basis te geven
voor hun hoop om
ooit naar huis terug
te keren ...
Dit alles is
tot op zekere hoogte waar
of tenminste aannemelijk?
Maar als we ons niet op de joodse gemeenschap
maar op de Heer richten,
kunnen we zien dat het feit dat de Heer,
voor het eerst,
over zichzelf heeft gesproken als een vader,
zij het de vader van een groot koning,
en dat hij dat gedaan heeft
vlak na Davids vurige dans en
zijn gepaste moment van
nederigheid ...
De passage
bevat overigens een woordspeling.
Het Hebreeuwse woord 'bajiet',
gewoonlijk'huis', kan ook 'dynastie'
of 'tempel' betekenen!
{Remember 'in the beginning' met
ADAMA/ADAM/ADOM/DAM/AM?
Aarde, mens, rood, bloed & volk aan het begin
van ons myDi-verhaal:
dat soort woordspelingen is schering en inslag
in ALLE verhalen!}
Dus David zegt dat hij een bajiet
voor de Heer zal bouwen en de Heer zegt dat HIJ een bajiet
voor David zal bouwen ...
Zo'n uitwisseling versmakelijkt
en verlicht een verheven moment
met een korreltje zout en een speels sprankje
van wederzijdse liefde .......
David heeft zich in EEN WOORD geliefd gemaakt
bij de Heer .............
Vaderschap is een absolute,
geen voorwaardelijke, toestand!
De vader van een zoon
kan uiteraard niet ophouden dat te zijn.
Als de vader de zoon onterft, is hij de vader van
een onterfde zoon.
Zelfs als hij hem aborteert, is hij de vader van
een geaborteerde zoon.
Functioneel gezien
is het dit kenmerk van vaderschap
waardoor het beeld de Heer en
de bijbelse schrijver beviel!
Maar eenmaal
in de mond van de Heer,
eenmaal opgeschreven,
begint vaderschap,
een van de allerkrachtigste natuurlijke symbolen
in de menselijke ervaring,
onontkoombaar zelfstandig
voort te leven?!
Onvoorwaardelijkheid
is slechts een van de ontelbare
mogelijkheden ervan.
Er bestaat een groot verschil tussen
de God van onze vaders en
G*D onze vader!
Tot nu toe in het verhaal,
en feitelijk nog een hele tijd daarna,
is G*D de God van onze vaders en
NIET G*D Onze Vader (ABBA) ...
De Heer God - zonder echtgenote -
heeft de wereld geschapen,
maar hij heeft haar niet verwekt.
Hij deed haar
met woorden ontstaan
en die scheppingswijze is terecht beschouwd als
een opzettelijke afwijzing van de seksuele modaliteiten
die in de wereldmythologie verder
zo gebruikelijk zijn!
Natuurlijk
kun je zeggen dat hij haar metaforisch
of figuurlijk gezien verwekte ...
Maar die zienswijze
benadrukt een andere,
misschien wel even belangrijke verandering -
namelijk de verandering van letterlijke
naar figuurlijke taal .......
De bijbelse schrijvers begrijpen vanaf het begin
heel goed het verschil tussen die twee?!


























Asih, man, 81 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende