Uit 't Een komt ongetwijfeld al 't Andere voort ..

De gedachte dat Yesjoea kwam om 'de toorn van G d af te wenden' of 'de straf op onze zonden te dragen' heeft geen goede papieren: theologen zien in deze visie, die eeuwenlang dominant was in de kerk, nu vaak 'n weinig bijbelse duiding met vreemde invloeden, want dat G d als 't ware mensenbloed nodig heeft 'om zijn boosheid te laten varen', staat op gespannen voet met talloze teksten in de "Schrift". Het leidt tot verwrongen beelden van een g d die niet "uit zichzelf zou kunnen vergeven", maar pas na het brengen van een mensenoffer in staat zou zijn tot verzoening.

Hoe anders is de toon van het euangelie: daarin is g d niet blij met de dood maar met het leven van Yehosjoea: dat is een leven van radicale overgave aan g d sen liefde voor mensen en dit is dan ook het offer dat Yesjoe brengt als hij in Yeroesjalayiem de dood niet meer krampachtig uit de weg blijft gaan. 'n G d welgevallig leven, zo vertelt de bijbel in het aangrijpende mydiverhaal van passie en Pasen: niet G d heeft z'n zoon gekruisigd, maar mensen hebben dat gedaan; niet G d wilde de dood van zijn zoon, maar mensen wilden dat; niet de overmaat aan pijn en de dood die JC heeft doorstaan hebben een verzoenende betekenis, maar de mateloze liefde die hij desondanks tot het einde toe ons getoond heeft.

Het zijn allemaal evenzoveel menselijke pogingen tot begrip, inzicht, verwerking en hantering van schuldgevoelens, twijfelmoedigheid en hoop?!

De hoop op een leven na de dood kwam pas laat op in Israel onder de invloed van omstandigheden: lange tijd leefde men dan ook met de ge-dachte dat de dood 'het einde' is. Hoogstens kwam een mens na zijn sterven in een soort van schimmenrijk terecht, waar je nooit meer levend uitkwam. Psalm 115 kan daarom dan ook zonder enige aarzeling zeggen: Niet de doden loven de Eeuwige: niet wie zijn afgedaald in de stilte!

Lange tijd gold dat je een gezegend mens was als je oud en van het leven verzadigd stierf. Pas geruime tijd na de Babylonische ballingschap, in wat men noemt het vroege jodendom, begint dit langzaam maar zeker te veranderen. In een boek als Prediker, in zijn huidige vorm rond 300 tot
250 VC gedateerd, blijft de toekomstverwachting nog enigszins onhelder. De ene keer zegt hij ronduit dat alle mensen, rechtvaardig of onrecht-vaardig, allemaal eenzelfde lot treft, maar aan 't slot schemert erin door dat 'iemand die sterft bij g d komt & dat zijn daden geoordeeld worden'.

In het boek Dani'el, dat zo'n 100 jaar later wordt gedateerd en als een van de allerjongste bijbelboeken van het OT geldt, is die verwachting van
een 'hiernamaals' duidelijker aanwezig: de rechtvaardigen die omwille van hun geloof de dood vinden 'zullen uiteindelijk bij G d komen', en in 't slotvers krijgt Dani'el te horen: Je zult te ruste gaan en aan het einde van de dagen opstaan om jouw bestemming te bereiken! Ook in al-lerlei andere boeken uit die tijd leeft vervolgens de verwachting dat 'de rechtvaardige door g d wordt opgewekt'. Het gaat leven onder mensen.

In het jodendom ten tijde van JC heerste verdeeldheid op dit soort punten: de Sadduceeën konden zich blijkbaar niets voorstellen bij een leven na de dood, zij vonden dit in strijd met de vijf boeken 'van Mosjeh', en zij leggen Yesjoea daarom een lastige strikvraag voor over een vrouw die zevenmaal trouwt en keer op keer weduwe wordt. Aan wie zal zij dan uiteindelijk toebehoren 'in de opstanding'? Uit zijn reactie blijkt dat Yesjoe wel 'geloofde in opstanding': G d is voor hem een g d van levenden! Hier zit JC dichter bij de Farizeeën, die aan het 'eind der tijden' wel 'n op-standing van de doden verwachtten. Wat men zich daar toentertijd precies bij voorstelde, is nog steeds niet helemaal duidelijk: komen op 'n ge-geven moment alleen maar 'de rechtvaardigen tot leven' om vervolgens 'voor G d te verschijnen', of gold dit ook voor de zg. 'onrechtvaardigen'?

Sterft iemand na een negatief uitgevallen oordeel een tweede dood, of wacht hem of haar 'een eeuwige hel vol met vuur & veel tandengekners'?

In en om het NOT kunnen we dus heel verschillende voorstellingen tegenkomen. Naar het zich laat aanzien rekent Yesjoe erop dat een mens al meteen na z'n dood 'bij G d komt'. Tegen de moordenaar aan het kruis zou hij gezegd hebben: Nog vandaag zul je met mij in 't paradijs zijn!

Nu laat zich natuurlijk nog maar moeilijk achterhalen welke van die zeven 'kruiswoorden' al of niet 'echt van JC' zijn. Toch is het wel opvallend dat Lucky Luke in zijn euangelium deze uitspraak aan hem toeschrijft. Luke is dan wel de enige, maar misschien heeft Yesjoe inderdaad in deze zin gesproken over dood en leven. Mensen van alle tijden en plaatsen blijven nu eenmaal allerlei tegenstrijdige uitspraken doen zo nu en dan ...

Ook bij Sjapochapeau kom je deze gedachte tegen: mensen hielden er tegelijkertijd heel verschillende contrasterende meningen op na in die tijd!

In de meeste teksten lijkt hij uit te gaan van 'een opstanding aan het einde der tijden'? Maar ook schrijft hij dat hij naar de dood kan verlangen om dan al bij Masjiach/Christos Yehosjoea te zijn in Filippenzen 1:23. Verschillende beelden zowel van Joodse als Griekse huize lopen in die tijd dwars door elkaar heen. De van oorsprong Griekse gedachte van een 'onsterflijke ziel' in een 'sterflijk lichaam' lijkt wortel te gaan schieten in het
Jodendom van die tijd. Dan ontstaat de voorstelling dat het lichaam nog rust in de aarde, terwijl de ziel van de mens alreeds 'bij G d' zou zijn ...

Op 'de jongste dag' zou er dan 'een soort van hereniging gaan plaatsvinden'? Al eerder en vaker kwam al ter sprake dat Sja'oel Paul een nieuw
"geestelijk lichaam" verwachtte dat niet meer uit vlees en bloed bestond. In de opstanding vindt dan een ware transformatie plaats waarin die zg.
"nieuwe mens" wezenlijk anders is dan 'de oude'. Dat lijkt goed aan te sluiten bij de 'paasberichten' over Yehosjoea drie dagen na zijn 'graftijd'?!

Uit al die mydiverhalen over zijn 'verschijningen' blijkt dat Yesjoea enerzijds wel, anderzijds niet 'dezelfde' is. Om het plastisch uit te drukken:
hij komt niet helemaal met 'hetzelfde lichaam het graf uit als hij erin ging'. Toch blijft het de vraag wat je nu eigenlijk precies kunt met al dit soort van 'berichten'!? Het lijkt niet verstandig om hierin informatie te zoek over de opstanding: al die berichten zijn namelijk tamelijk vaag, maar
kunnen onderling ook nog eens zeer sterk van elkaar verschillen: allemaal typisch menselijk, maar of ze allen even wenselijk zijn blijft de vraag.

Bijvoorbeeld als het om de getuigen gaat. De euangelist Yochanan noemt als eerste de naar van Miryam van Magdala, met als een goede tweede
Yochanan, de discipel die Sjim'on Petros aka Kefa(s) in een lange sprint naar naar het vermoede graf verslaat. De andere euangelisten noemen hier twee of drie vrouwen tegelijk: naast de eerste zou daar ook een tweede Miryam getuige zijn geweest, en nog en zekere Salome of Yohanna.

Ook kan er sprake zijn geweest van een groepje vrouwen. WAT die allemaal al of niet meenden gezien en gehoord te hebben verschilt eveneens van elkaar. Volgens Mark ontmoeten de vrouwen alleen 'een engelachtige gestalte', maar hebben ze Yesjoe niet gezien. Volgens Matai zien ze ook Yesjoea zelf, en grijpen ze zijn voeten vast. Luke zegt dag de vrouwen twee mannen zien bij het graf - bij hem ongetwijfeld (weer) 'n verwijzing naar Mosjeh & Elya - maar dat ze Yehosjoea zelf ontmoet hebben niet. Dat gold ook voor Petros, die volgens hem zonder Yochanan naar 't graf is gerend. Wel hebben we bij Luke nog de twee Emmausgangers die 'n bijzondere 'ontmoeting hebben met de Heer'. Verder mogen de leerlingen
bij hem - in tegenstelling tot wat Yochanan over Miryam van Magdala vertelt - "JC" wel 'aanraken'. En ook hier blijft natuurlijk weer gelden: al die verhalen zijn ongetwijfeld in de loop van de tijd (vele tientallen jaren) 'gegroeid'! Bij Mark is aanvankelijk nog alles ongrijpbaar en heerst er alom grote verwarring onder alle leerlingen en volgelingen. Bij de latere euangelisten wordt het schijnbaar steeds concreter, waarbij Yochanan aan het einde van die eerste eeuw de kroon spant in 'schoonschrijverij'? Daar deelde de levende Heer brood en vis uit en voert hij dan hele gesprekken.

Met Sjim'on Petros aka Kefas, de discipel die hem verloochende, worden dan nog een paar dingen rechtgezet 'voor de goede orde'. Zo lijkt het euangelie te willen zeggen - denk ook aan de verloren sprint - dat niet Petrus, maar juist Yochanan en Miryam van Magdala de ware discipelen zijn! En hoe zit het in dit verband met Sja'oel Paulus (Sjapochapeau)? Opvallend is dat hij als de allervroegste bekende schrijver in het NOT, al zo'n vijftien tot twintig jaar voor Mark, helemaal niets vertelt over een leeg graf! DAT mydiverhaal is HEM blijkbaar onbekend. Paulus richt zich vooral op de 'verschijningen' van de Heer: eerst aan Petros, vervolgens aan 500 mensen tegelijk, daarna aan zijn broer Ya'akov en uiteindelijk ook nog eens aan Paul 'himself' in z'n visioen/droom/gezicht. Zulke verschijningen wijzen dus inderdaad in de richting van een visioen of op 'n andere ervaring van 'bijzondere nabijheid'. Mensen hebben, zonder dat ze per se een spirituele of mystieke instelling hebben, Yehosjoea op verschillende momenten ('wensdenken'/in- & aanvoelen) van zeer nabij 'ervaren'. Denk bijvoorbeeld aan het Emmausverhaal, bij de bestudering van de Schrift en het samen delen van brood en wijn (claviceps pupurea & alcohol of zelfs 'hash/hennep' & 'papaver' of een combinatie ervan?)!

Zo kwamen, hoe dan ook, deze volgelingen & liefhebbers tot het gelovige inzicht: hij is niet dood, maar hij leeft (bij g d) & is nog altijd in ons midden (zie je wel?)! Dat was de kern van Pesach/Pasen, die schuilgaat achter al die verhalen over het 'lege graf'. Onder theologen & talloze andere belangstellenden groeide daarom dan ook de onweerstaanbare neiging om al deze verhalen te willen lezen als een soort van concretisering uit later tijden, die de oorspronkelijke opstandingservaringen verhalenderwijs invullen en aanvullen, verfraaien, oppeppen & 'waar' willen hebben.

Al die verschillende 'paasberichten' & pinkstervervolgen vertellen dan eigenlijk op een dieper en breder niveau ongeveer dezelfde blije boodschap:
Yehosjoea is opgestaan en opgenomen in de geestelijke(r) werkelijkheid van g d waarvan hij blijvend deel uitmaakt ten dienste van alle mensen.

Zoals g d ons allen nabij id en draagt, zo blijft dat nu voortaan ook altijd gelden voor hem samen met al zijn voorgangers & navolgelingen.

;~}

24 aug 2010 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende